Het is een verhaal om trots op te zijn: een West-Vlaams familiebedrijf dat begon op een kleine boerderij in Wielsbeke, zet nu de stap naar Amerika met een fabriek van 1 miljard dollar. Woensdag kwam de Amerikaanse ambassadeur hoogstpersoonlijk kijken naar wat Agristo in zijn mars heeft.
Bill White, ambassadeur van de Verenigde Staten in België, kreeg op woensdag 14 januari een rondleiding door het hoofdkantoor en de productiesite van Agristo. De timing was niet toevallig: het bezoek vond plaats in de aanloop naar de bouw van Agristo’s eerste Amerikaanse fabriek in Grand Forks, North Dakota.
“Zo’n uitgebreide productie heb ik zelden gezien”, aldus White. “Elk uur vertrekken hier acht vrachtwagens, goed voor 40 ton aan producten. En dat 24 uur per dag, zeven dagen per week. De logistieke uitdaging alleen al is indrukwekkend.”
Bedrijven helpen groeien
Naast lof voor Agristo had White ook waardering voor het lokale bestuur. Burgemeester Rik Buyse (Samen+) kreeg complimenten voor zijn economisch gerichte beleid. “Het is duidelijk dat er hier een visie is die bedrijven zoals Agristo helpt groeien.”
“Het is duidelijk dat er hier een visie is die bedrijven zoals Agristo helpt groeien”
Burgemeester Buyse benadrukte het belang van de investering voor de regio: “Agristo is een West-Vlaams succesverhaal. Dat ze nu ook internationaal uitbreiden, toont aan dat onze regio de juiste omgeving biedt voor innovatie en groei.”
Wereldspeler
Wat White vooral trof, was de bedrijfsgeschiedenis. “Als je weet dat de familie hier op een kleine boerderij is begonnen en amper 40 jaar later dit heeft kunnen verwezenlijken, vind ik dat alleen maar bewonderenswaardig”, zei hij.
De nieuwe Amerikaanse fabriek wordt gezien als een volgende stap in die groei, waarbij de knowhow en ervaring uit West-Vlaanderen worden geëxporteerd naar Noord-Dakota. De fabriek in Grand Forks moet in 2028 operationeel zijn en wordt “minstens even groot” als de productiesite in Wielsbeke. De investering van 1 miljard dollar zorgt voor meer dan 300 banen in de regio en versterkt de banden tussen Belgische technologie en Amerikaanse landbouw.
White ziet de investering als een win-winsituatie: “Dit brengt werkgelegenheid, maar ook innovatie en betere technologie die onze Amerikaanse aardappeltelers ten goede komt.”
Belgische frieten
De ambassadeur verzekerde dat er voldoende afzetmarkt is in de VS. “In de Verenigde Staten zijn we ook dol op aardappelen en frieten, maar misschien nog niet zo fanatiek als hier in België”, grapte hij.
Leuk detail: in tegenstelling tot veel Amerikanen wist White dat frieten een Belgische uitvinding zijn. “Geen French fries, maar Belgian fries“, benadrukte hij met een knipoog.
Ook de culinaire kant van het bezoek viel in de smaak. White complimenteerde de chef van Agristo voor de huisgemaakte Agristo-saus bij de echte Belgische frieten die hij kreeg voorgeschoteld. (TB)