
Het museum rond internationale conflicten in de oude legerkazerne van Ieper – in de volksmond ook al het tankmuseum genoemd – opent pas vanaf 2030 de deuren, maar heeft nu al een paar mooie stukken in de loodsen staan. Eén daarvan is een volledig gerestaureerde rijdend kanon M110A2. Een van de vrijwilligers die het tuig weer rijdend kreeg is de 18-jarige Tristan Huys uit Zillebeke. “Ik kijk al uit naar het volgende project. Dat zal waarschijnlijk een Russische T72 worden.”
In de voormalige militaire kazerne van Ieper is het War Heritage Institute (WHI) momenteel bezig met het op poten zetten van een museum. Het WHI is de nationale instelling voor militair erfgoed en herinnering, onder voogdij van de minister van Defensie. “We beheren onder andere de Belgische militaire begraafplaatsen, het Koninklijk Legermuseum in Brussel, het Fort van Breendonk en Bastogne Barracks. In West-Vlaanderen zijn wij verantwoordelijk voor de Dodengang in Diksmuide en de Commandobunker in Kemmel”, zegt Franky Bostyn, sitebeheerder in Ieper. “In de voormalige kazerne van Ieper werken we aan een nieuw museumproject rond internationale conflicten sinds 1945, waarin militaire voertuigen een centrale rol zullen spelen. Deze voertuigen worden met passie onderhouden en hersteld door onze toegewijde vrijwilligers.”
Een van die vrijwilligers is Tristan Huys (18) uit Zillebeke. “Ik ben hier nu een jaar aan de slag, met heel veel plezier moet ik zeggen”, aldus de jongeman. “Het is dankzij mijn mama dat ik binnen geraakte. Tijdens een editie van de Vierdaagse van de IJzer konden de deelnemers door de kazerne wandelen. Mijn mama wandelde mee en schreef mij in. Ik had eerder al eens aangeklopt, maar ik was toen nog veel te jong. Wat mij zo aantrekt in dit project? Ik ben gebeten door techniek. Alles met een motor boeit mij mateloos en het vele lawaai en de rook maken het voor mij compleet. Bovendien krijg je niet veel de kans om aan militaire voertuigen te werken.”
Museum als hobby
Tristan is een van de mensen die heel wat tijd stak in het restaureren van een M110A2, een rijdend kanon. “Het stuk is een heel mooie aanwinst voor het museum. Ik heb mij vooral beziggehouden met het schilderen van de houwitser en het in orde brengen van details. Gisteren (vrijdag, nvdr) ben ik nog tot 21.30 uur bezig geweest om het geheel af te kunnen werken. Ik ben heel tevreden met het resultaat. Onze M110 is echt een uniek stuk geworden.”
Tristan volgde de richting elektromechanica in het Ieperse VTI en is nu bezig aan een bachelor ontwerp- en productietechnologie in Kortrijk. “Maar het museum is mijn grote hobby”, zegt de tiener. Tristan kijkt al uit naar het volgend project. “Dat zal waarschijnlijk een Russische T72 worden.”
Enige exemplaar
Pierre Muller is de collectiebeheerder voor het WHI en verantwoordelijke voor de pantsercollectie in Ieper en Bastogne. “De M110 is een indrukwekkend zelfrijdend artilleriestuk van Amerikaanse makelij, in gebruik van de Vietnamoorlog tot de Eerste Golfoorlog”, legt Pierre uit.
“Het exemplaar dat wij hier hebben opgeknapt is het enige exemplaar dat nog rijdt in ons land, wat de verdienste is van de vele vrijwilligers. Tussen 1972 en 1992 beschikte het Belgische leger over elf van deze kanonnen op rupsen, eerst met korte loop en later, na aanpassingen in 1984-86, met lange loop. De Belgische M110’s werden ingezet door het 20e Artillerieregiment in Werl in West-Duitsland en kregen elk een eigen naam. Dit exemplaar, de V61747‘Atilla’, verwijst toepasselijk naar de kracht van dit geschut, dat met zijn 8 inch (203 mm) obussen een enorme vuurkracht had.” Het kanon kon granaten tot 16,8 kilometer ver schieten en projectielen met raketondersteuning bereikten zelfs tot 30 kilometer.”
2030 opening
Er wordt in tussentijd naarstig verder gewerkt aan het Ieperse museum. “Het is nog steeds de bedoeling om de site in 2030 te openen, maar pas in het najaar gaan de exacte timing kunnen communiceren”, weet Franky Bostyn. “We zijn momenteel nog steeds bezig middelen aan het zoeken voor het nieuwe gebouw. Het was eerst de bedoeling om alles te overkappen, maar daar zijn we van af gestapt. We opteren nu om een nieuw pand op te trekken, hier naast de loodsen, waar nu de parking is. Daar komt het uiteindelijke museum. De bestaande hangaars behouden we voor stockage en zo.”
Er komen steeds nieuwe stukken toe in Ieper. “We zitten al over de 120 exemplaren, waarvan de restauratie volop bezig is. Het gaat vooral om Russische voertuigen. In Kemmel beginnen we volgend jaar te bouwen rond de Commandobunker. De vernieuwde bunker gaat open in 2027.”
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier