Zolang de voorraad strekt. De titel van de tweede zaalshow van Hans Cools (38) slaat even goed op de ticketverkoop, want het gaat hárd voor de Lichterveldse comedian, die volgende week vrijdag in première gaat. Toch is het leven van Cools – ondanks verbouwingen en twee extra kinderen – weinig veranderd en staat hij opnieuw zonder zenuwen op het podium. “Ik hoop dat ik tot het einde der tijden comedy kan doen.”
In 2018 trad Hans Cools ‘voor de lol’ op tijdens het ribbetjesfestijn van de lokale Chiro. Dat viel zo goed in de smaak, bij het publiek en Hans, dat hij zich inschreef voor Humo’s Comedy Cup waar hij het tot de halve finale schopte. Wat later won hij de Lunatics Comedy Award en werd hij door Steven Mahieu gevraagd om zijn voorprogramma te verzorgen. Het resulteerde uiteindelijk in zijn eerste avondvullende theatershow Cools & Zonen, met toen een mooie 25 optredens in zijn agenda. Maar wat hij deed, was zo verfrissend, herkenbaar en ongemeen grappig dat er uiteindelijk werd afgeklokt op 145 voorstellingen, goed voor 65.000 bezoekers en een tot de nok gevulde Coretec Dôme als wervelend sluitstuk.
Een dikke week voor hij in première gaat met zijn tweede show loopt de ticketverkoop als een trein. Dit voorjaar speelt hij meer dan 80 (!) voorstellingen, waarvan er al meer dan 60 zijn uitverkocht. Zelfs de meest doorgewinterde comedians trekken grote ogen. En Hans zelf? Die stapt straks nog even bescheiden en nuchter het podium op, alsof hij daar nog steeds toevallig is op gesukkeld.
Hoe heb je deze nieuwe show aangepakt?
“Op dezelfde manier als de vorige keer. Parallel met het einde van mijn tour probeerde ik al nieuw materiaal uit, waardoor ik niet met een wit blad moest beginnen. Maar voor de rest ben ik opnieuw vertrokken van zaken die mij opvallen.”
De verwachtingen liggen wel hoog.
“Ik had het er met Wouter Deprez ook over, dat mensen nu dezelfde stijl verwachten maar dat het toch niet hetzelfde mag zijn. Hij gaf aan dat de vorige show vanuit mijn eigen gevoel kwam, en dat ik me niets moet aantrekken van alles daarrond. Weer onbezonnen beginnen schrijven en dan komt het goed. Dat heeft wel geholpen. Maar ik heb geen druk gevoeld, nee. Bij de eerste show heb je het voordeel van onbekend te zijn en zijn er geen verwachtingen. Aan de andere kant komen ze nu omdat ze je vorige show goed vonden, dus je weet dat ze jou en je type humor kunnen appreciëren.”
Wat ik heel straf vind, is dat je al na een paar jaar staat waar andere vele jaren moeten voor werken. Bovendien zijn er tegenwoordig amper nieuwkomers die zalen vullen zonder eerst een passage op nationale televisie, genre De Slimste Mens.
“Ik vind dat altijd een rare vraag. Als je naar de beste bakker van Lichtervelde gaat, staan ze daar op zondagmorgen tot buiten en die mens komt ook niet op tv. Er wordt inderdaad tegenwoordig wel rap gekeken naar wie op tv komt. Dat is zowat de maatstaf. Er wordt een hype rond iemand gecreëerd en dan komen ze met een volwaardige show. Dat is een risico, want je hebt nog maar weinig bewezen als comedian. Ik heb alles puur door mond-tot-mondreclame opgebouwd. Het voordeel van pakweg elf keer in Ieper te staan is dat mensen op maandag zeggen tegen hun collega’s dat het leuk was, en dat die mensen dan een kaartje kopen. Zo gaat dat maar door. Het traject dat ik heb afgelegd, is wel redelijk duurzaam op die manier. Ik heb die eerste show nu een jaar niet gespeeld en ik voel dat ik nog nieuwe mensen bereik, door de uitzending op Canvas of mijn sociale media.”

Had je dit succes verwacht?
“Toen ik begon aan de tweede show, wist ik dat de eerste reeks goed ontvangen was geweest, maar ik had oprecht nooit gedacht dat het zo’n vaart zou lopen. Dat mensen effectief opnieuw een ticketje kopen, is het mooiste compliment dat je kan krijgen. Ik ben daar heel dankbaar voor. Comedy is de afgelopen jaren ook geëxplodeerd, dus ik surf een beetje mee op die golf. Want het is niet omdat een filmpje op sociale media een miljoen keer bekeken wordt, dat je meer kaarten gaat verkopen. Als er pakweg geflyerd wordt na een voorstelling van Steven Mahieu, dan bereik je echt dat comedypubliek en dat voel je wél aan de ticketverkoop.”
Over Steven gesproken. Je leermeester is naar eigen zeggen onder de indruk van de moeiteloosheid waarmee je in het leven staat, en het gemak waarmee je materiaal ‘kakt’.
(glimlacht) “Hij zegt altijd dat ik snel schrijf, maar dat is relatief. Als ik een idee heb, dan kan het heel snel gaan, ja. Zo zit er een stuk in mijn nieuwe show, dat ontstond toen ik hoorde hoe iemand in de slagerij vol-au-vent voor twee personen bestelde. Dat is iets raars, dat die beenhouwer mag beslissen hoeveel dat dan is. Dat is heel snel een stuk van een zowat een kwartier geworden, maar ik heb niet elke week zo’n idee. Ik kan twee weken aan mijn computer zitten, of een lange tijd geen goed idee hebben waarbij ik denk: ‘het mag wel eens gaan komen, dat goudklompje’. Maar je kan dat niet forceren.”
Wat ik ook opvallend vind is dat je tot vorig jaar werkte als bouwkundig ingenieur, mensen die eerder podia bouwen dan er op staan.
“Als je kijkt naar Arnout Vandenbossche, Raf Coppens, Bart Cannaerts of Henk Rijckaert, dan zijn dat comedians met een gelijkaardige achtergrond. Maar even goed zijn er een heleboel andere. Er valt geen lijn in te trekken.”
Maar tien jaar geleden had niemand in je omgeving dit kunnen voorspellen, denk ik.
“In die zin ben ik wel een beetje een rariteit in de familie. Komisch talent hebben we wel. Als ik bij mijn pa en broers zit op een familiefeest, dan voelt dat vaak als de backstage met comedians. Maar comedy, muziek, of voordracht… nee. Op het werk deed ik af en toe presentaties, dus ik heb geen schrik om op een podium te staan of zo.”
“Op TV komen? Bij de beste bakker van Lichtervelde staan ze op zondag tot buiten en die mens komt ook niet op televisie”
Ik zag je vorig jaar op het podium van de Oostendse basketarena Coretec Dôme en je staat daar echt met een griezelig gemak.
“Ik heb het meeste zenuwen als ik mijn nieuw materiaal speel, en dat doe ik nooit voor 3.000 man. Meestal probeer ik dat als ik optredens van andere comedians aan elkaar babbel in de Trukendoos (een comedycafé in Harelbeke, red.). Zo groeit dat gaandeweg. Tegen dat ik begin te try-outen, is de grootste stress al weg en heb ik al eens een lach gekregen en weet ik waarop ik kan verder bouwen. Op 1 mei sta ik opnieuw in de Coretec Dôme, maar tegen dan heb ik mijn show al een keer of vijftig gespeeld, en weet ik wel dat de mensen zullen lachen.”
En toch… voor comedians – zeker beginnende met alle respect – is dat allesbehalve vanzelfsprekend.
“Dat heeft vooral te maken met het feit dat ik vertrouwen heb in mijn materiaal. De eerste keer is dat veel krampachtiger, maar na een tijdje kan ik rustiger naar een punchline toe werken.”
En los van je nieuw materiaal testen, ben je iemand die snel nerveus wordt?
“Nee.”
Je hebt vier kinderen. Hoe krijg je alles georganiseerd?
(lacht en wijst naar zijn vrouw Tine) “Zij vangt heel wat op. Zij is 150 avonden per jaar alleen thuis, en tijdens de dag ben ik ook vaak bezig met verbouwingen (hij knapt een huis in de buurt op, red.), dus het is vaak wel een organisatie.”
De afgelopen weken moesten zowel Jens Dendoncker als Jade Mintjens even op de rem staan. Geen schrik dat je je ook plots vastrijdt?
“Hout vasthouden, maar ik heb niet het gevoel dat het mij snel zou overkomen, al hadden zij die het wel meegemaakt hebben dat ongetwijfeld ook. Uiteraard speelt dat wel in mijn achterhoofd. Maar het voordeel is dat ik wat wegblijf van de zware thema’s in comedy. In tegenstelling tot anderen breng ik geen comedy waar ik met mezelf geconfronteerd word. Bij mij gaat het heel vaak letterlijk over de bakker en de beenhouwer.”
Ik schrok wel dat iemand als Jade, die ook heel wat televisiewerk heeft gedaan de afgelopen periode, bagger kreeg op sociale media.
“Triestig, ja. Je doet dat niet voor je plezier, de stekker uittrekken. Er komt heel wat bij kijken, voor jezelf, je manager en de organisatoren, en dan zie je inderdaad die reacties… Mensen die mij kennen, kennen mij via de shows, maar van zodra je op tv komt, gaat dat bereik maal honderd en ben je een soort publiek figuur. Dan zijn die negatieve reacties daar op sociale media. Je mag zeggen wat je wil, je leest het toch altijd.”
Sta je open voor televisiewerk?
“Het is dubbel. Langs de ene kant weet ik dat het nog een extra boost voor mijn carrière zou zijn, net zoals een wedstrijd winnen, het voorprogramma van Mahieu en de samenwerking met Comedyshows. Het zou ook schelen in de ticketverkoop in bepaalde regio’s, denk ik dan. Aan de andere kant, in Lichtervelde kennen ze mij en in Roeselare is er iemand die eens goeiendag knikt, maar ik word zelfs amper aangesproken. Zodra je op tv komt, moet je die onbekendheid opgeven. Los daarvan, word ik quasi nooit gevraagd voor iets. Ik lig daar ook niet wakker van. Ik denk dat het moeilijker zou zijn voor een goeie comedian die minder opgepikt wordt en ziet hoe anderen meer kansen krijgen. (lees verder onder de foto)

Toen je vorig jaar in maart stopte met je job, dacht je ook aan de lange termijn?
“Nee, ik ben daar heel gerust in. Ik ben 15 jaar ingenieur geweest, maar ik hoop dat ik tot het einde der tijden comedy kan doen. En als het minder wordt… tja, ik lees in de krant dat er in elke sector wel volk tekort is. Ik heb lang getwijfeld om mijn job op te geven, want ik deed het wel heel graag, maar op een gegeven moment bleek dat comedy écht datgene was wat ik wilde doen.”
Zijn er bepaalde ambities, pakweg een boek schrijven?
(glimlacht) “Ik ben wel met iets bezig, maar veel kan ik daar nog niet over kwijt. Ik kan gerust tassen bestellen in China en verkopen na mijn shows, maar ik wil iets dat van mij is. Pas op, er is daar niets mis mee, met tassen verkopen. Sommige mensen zijn daar heel goed in, maar op dat vlak ben ik een heel matige verkoper. Lifegoals? Een lijstje is er niet, ik ben ook een van de weinigen die met comedy begonnen is uit nieuwsgierigheid, niet uit ambitie. Ik heb gewoon het geluk dat het van in het begin goed liep. Als dat eerste optreden in Lichtervelde niets was geweest, was de kans groot dat er geen tweede kwam. Het voelt een beetje als ‘Hans in Wonderland’. Ik ben er nog altijd heel verwonderd over.”
In café The Joker vierde je onlangs een kerstfeestje met het kruim van de Vlaamse comedy. Heb je dan het gevoel: ik ben al één van jullie?
“Ondertussen wel. Je moet een kat een kat noemen: als je in bepaalde zalen gaat staan, dan zien ze je wel. Maar de eerste keer dat ik het gehad heb, was met de comedymarathon voor het goede doel die elk jaar in het Capitole in Gent wordt georganiseerd. De twintigste editie was een soort best of, met twee nieuwkomers. Ik was één daarvan. Als je keek naar die affiche: Wouter Deprez, Alex Agnew, Philippe Geubels… (blaast) Dat was een stevig lijstje om tussen te staan. Het doet me ook nog altijd iets om mijn affiche te zien hangen tussen die van Urbanus en Jacques Vermeire. Dat word je niet rap gewoon.”
Het valt vooral op dat er bij jou collega’s een hele grote gunfactor is naar jou toe.
“Ik heb niet het gevoel dat er een comedian niet speelt, omdat een ander dat wél doet. Onze stijl en het publiek is vaak anders. Natuurlijk is er een overlap met het publiek dat ook naar andere comedians gaat kijken, maar dat versterkt eerder elkaar. Maar ik merk dat ze het inderdaad wel appreciëren dat ik volk trek op de oldschool manier.”
“Mijn vrouw en ik doen graag alles zelf. Na haar bevalling hadden we een paar weken een kuisvrouw, maar dat ging ons niet af”
Je bent bijna 40, op deze leeftijd beginnen velen nu ongeveer aan hun midlifecrisis…
(lacht) “Het leven dat ik nu leid, is een droom. Ik kan ’s avonds optreden, wat ik gigantisch graag doe. Maar ik kan ’s morgens ook de kinderen naar school brengen en ze weer ophalen. Als ik niet in Limburg moet spelen, kan ik ze soms ook in bed steken. Ik merk wel – en dat zit ook in mijn show – dat je zodanig bezig bent met je kleine kinderen, dat de rest van de wereld even minder belangrijk wordt. Je focus ligt wat anders.”
Is dat geen moeilijke spreidstand? Je wil geen moment missen met je kinderen, en tegelijk ook alles meepikken op professioneel vlak.
“Nee. Het gebeurt al eens dat er nagedacht wordt over een extra show op zondag, maar Tine is altijd diegene die zegt: doe maar. Dit voorjaar is het gigantisch druk, maar in juli en augustus ben ik dan wel een goeie twee maand thuis. Ook de kerstvakantie hou ik nu bewust vrij.”
Wat doe je als ontspanning?
“Dat verbouwen is een fysieke uitlaatklep, maar het geeft ook echt voldoening. Op het einde van de dag voel je dat je iets gedaan hebt. Ik denk op dat moment ook nergens aan. Dat geeft mij een vorm van rust. Er zit ook niemand achter mij aan. Ik wil iets doen naast comedy, zeker iets fysieks, en dit doe ik heel graag.”
Is er iets dat je niét kunt? Je vrouw knikt al van niet…
(haalt schouders op) “We hebben dat eigenlijk allebei. We doen graag alles zelf. Na haar bevalling hadden we een paar weken een kuisvrouw, maar dat ging ons niet af. We halen veel voldoening uit dingen zelf doen en niet afhankelijk te zijn van anderen. Als ik iets níét kan, dan is het niets doen. Ik word ambetant als ik te lang stilzit.” (grijnst)
Hans Cools gaat op vrijdag 23 januari in première met ‘Zolang de voorraad strekt’. Wie nog een ticketje wil voor zijn tournee, moet snel zijn. Alle info via www.hanscools.be.