Brugsche vertalseltjies (52): van drogevischblekers tot hondenblekers

Een zicht op de wasserij-blekerij van de familie Bekemans aan de Peterseliestraat in de jaren 1950. (foto Beeldbank Stadsarchief Brugge)
Chris Weymeis
Chris Weymeis Medewerker KW
Vrouwen aan het werk in de wasserij Bekemans. (gf)

Als geen ander kent Brugge een boeiende geschiedenis. Die bestaat niet enkel uit grootse gebeurtenissen, maar nog meer uit vele ‘petites histoires’, kleine wetenswaardigheden die zelden of nooit worden opgerakeld. In de reeks ‘Brugsche vertalseltjies’ diept gediplomeerd stadsgids Chris Weymeis weetjes op uit een rijkgevulde historische grabbelton. Deze week: van drogevischblekers tot hondenblekers.

Jarenlang waren er in Brugge blekerijen gevestigd. De eerste moderne blekers waren er al vóór de Franse Revolutie. Toen stuurde men vanuit de Leiestreek grauw, nieuw lijnwaad naar Brugge om te worden gebleekt. Er waren lijnwaadblekers of stukblekers gevestigd in de Sint-Claradreef, ‘s-Gravenstraat, Calvariebergstraat, Peterseliestraat en aan het Begijnhof. De stukken waren elk zo’n 35 à 40 meter lang en werden in de zon te bleken gelegd nadat zij eerst in een loogbad waren geweekt. De hele bewerking duurde circa twaalf dagen. Al de tijd dat het lijnwaad op de grote grasvelden lag, moest het onophoudelijk met water worden besproeid.

Touwsteen

Blekers werkten gemiddeld 15 uur per dag en het bleken gebeurde enkele in de periode van maart tot september. In de andere maanden scheen de zon niet sterk genoeg. Na het bleken werd met een ronde houten hamer geklopt op de lijnwaadstukken die op een zogenaamde touwsteen – een groot stuk arduin – lagen. Nadat het lijnwaad was gladgeslagen, werd het opgerold, ingepakt en naar de lijnwaadweverijen van de Leiestreek teruggezonden.

Na de Franse periode was het gedaan met de lijnwaadblekers. De lijnwaadweverijen hadden een (chemisch) middel gevonden om zelf te bleken.Omstreeks 1820 was er nieuwe hoop voor de blekers omdat gegoede burgers uit de stad hun witgoed lieten bleken; niet wassen, want dat deed men thuis. De natte was werd naar de blekers gebracht die ze op het gras legden en begoten met water.

Met de hand

Na enige tijd kregen de klanten hun was terug, nat weliswaar. Mogelijk was Bernardus Derudder uit de Peterseliestraat een van de eerste blekers voor de burgerij. Het was een succes en concurrentie bleef niet uit. Steeds vaker vroegen de mensen om de was droog thuis besteld te krijgen. Zo ontstonden in Brugge de drogevischblekers zoals ze spottend in de volksmond werden genoemd. Het was nog maar een begin, want men vroeg niet enkel om te bleken, maar ook om effectief te wassen; met de hand! Heel wat blekerijen werden daarom ook wasserijen.

In 1880 waren er 26 wasserijen-blekerijen actief. Onder hen waren er die voor 15 frank per maand de was deden voor een gezin met vier kinderen. De blekers haalden zelf per hondenkar of met paard en kar de was bij de mensen op. Niet verwonderlijk dat Bruggelingen ze spottend hondenblekers of paardenblekers noemden. Het was wachten tot 1896 vooraleer de eerste stoomwasinrichting in Brugge zijn deuren opende.

Herlees alle afleveringen via www.kw.be/dossier/Brugschevertalseltjies. Lezers met vragen over een Brugs historisch onderwerp kunnen terecht op brugseverhaaltjes@gmail.com.

Partner Expertise