"Wat me boeide in het leven van Harry Gruyaert was dat hij begin de jaren 60 op jonge leeftijd naar Parijs vertrok om daar zonder vangnet zijn weg te zoeken. Als 'kleine Belg' was dat toch niet zo evident. De film vertrekt vanuit deze drang bij Harry naar een nieuwe horizon. Het accent ligt op de beweging. In de documentaire vertel ik de verhalen van anderen, maar ik maak toch altijd heel sterk mijn eigen inhoudelijke keuzes. Een andere cineast zou andere accenten leggen. In die zin is elke documentair portret dat ik maak ook voor een klein deel een zelfportret."
...

"Wat me boeide in het leven van Harry Gruyaert was dat hij begin de jaren 60 op jonge leeftijd naar Parijs vertrok om daar zonder vangnet zijn weg te zoeken. Als 'kleine Belg' was dat toch niet zo evident. De film vertrekt vanuit deze drang bij Harry naar een nieuwe horizon. Het accent ligt op de beweging. In de documentaire vertel ik de verhalen van anderen, maar ik maak toch altijd heel sterk mijn eigen inhoudelijke keuzes. Een andere cineast zou andere accenten leggen. In die zin is elke documentair portret dat ik maak ook voor een klein deel een zelfportret."Een zelfportret van de Heulenaar zou anders vast ook heel wat boeiende kijkstof bieden. Hij is een complete selfmade man. Al was hij al vrij vroeg in film geïnteresseerd. "Nee, in Heule Watermolen was er geen cinema, in het Ring Shopping Center in Kuurne was er wel een filmzaal maar daar speelden ze voornamelijk actiefilms: slechte karate- en softporno 'Tiroler'-films.""De vonk voor de film sloeg over tijdens mijn laatste jaren humaniora aan het Sint-Amandscollege Noord, het huidige Guldensporencollege. Kunstencentrum Limelight had toen pas zijn deuren geopend en ze brachten er naast vernieuwende muziek en toneel ook interessante films. Ik werd er vrijwillige medewerker. Zo kon ik allerlei klassiekers ontdekken, ook art house films zoals 'Man of flowers' van Paul Cox. De kiem voor mijn eerste documentaire 'A journey with Paul Cox', over de Australisch cineast Paul Cox is toen gelegd. Mijn allereerste film heb ik ook in Kortrijk gemaakt. Het was begin de jaren 90, een film over de industriële architectuur. Een korte documentaire van 20 minuten, zonder woorden, enkel muziek. De meeste van de gebouwen die ik toen filmde zijn verdwenen. De film zou dringend moeten gerestaureerd en gedigitaliseerd worden, want hij is gedraaid op video." "In diezelfde periode droeg ik elke week op woensdag het gratis programmaboekje van de toenmalige Pentascoop, Cinescoop heette het, naar de Kortrijkse winkels en bedrijven die de publicatie sponsorden. In bundels van honderd boekjes, serieus wat sleuren. Ik kreeg geen vergoeding, maar mocht wel het hele jaar gratis naar de bioscoop. Het aanbod was soms nogal beperkt, maar dan ging ik ik meerdere keren naar dezelfde film kijken. Zo heb ik tot vijfmaal toe Coppola's 'Rumble fish' gezien. Ook 'Paris, Texas' van Wim Wenders heb ik tal van keren bekeken. Toen ik iets later in Gent ging studeren, was het aanbod er gelukkig een pak ruimer.""Dat beelden me fascineerden bleek ook uit mijn studiekeuze. Ik wou fotograaf worden. Maar na een trimester hield ik het voor bekeken. Het heeft me wel geholpen bij het maken van mijn vroege films, want soms hanteerde ik zelf de camera. Ik heb uiteindelijk politieke wetenschappen gestudeerd. Als licentiaat in de pers- en communicatie deed ik nadien stage bij het Filmfestival van Brussel. Op een avond zat ik aan tafel met regisseur Frans Buyens, die er zijn nieuwe film kwam presenteren. Aan het eind van de avond zei hij: "Jij wil films maken en ik heb een assistent nodig. Als je wil, kun je morgen beginnen". Ik heb die kans met twee handen gegrepen en alle aspecten van de job geleerd aan de zijde van Frans." "Als filmmaker zie ik mezelf als een ambachtsman, een stielman, zoals mijn vader. 'Plaatslager' stond er op zijn officiële documenten en zo vulde ik dat ook netjes in op de lagere school, elk jaar in het begin van het schooljaar. Maar dat was een woord dat we in Heule-Watermolen niet kenden. Daniel, de carrossier, kende iedereen. Mijn vader was een gerespecteerd stielman, met een cliënteel dat van dicht en van ver naar Heule-Watermolen kwam om zijn auto te laten herstellen. De mensen uit de buurt kwamen niet alleen met hun auto's, maar sleurden ook met hun wasmachines, radio's, uurwerken en brommers... Kortom alles wat mechaniek, ijzer en wielen had - en stuk was - kwam naar zijn atelier in de hoop dat Daniel hun apparaten nog zou kunnen redden. Veel parochianen betaalden mijn vader voor zijn gratis reparaties graag op zondag na de mis met een pint in 'De Vlaanderen beek', 'Ons dorp' of één van de andere etablissementen. Misschien moet ik ooit een film over mijn vader draaien. Het zou een film worden over mijn jeugd in Heule-Watermolen en de fascinerende dorpsfiguren die er leefden.""De impact van een vader op zijn kinderen is ook een van de thema's van 'Harry Gruyaert - photographer'. Harry is een pionier in de kleurfotografie, een tovenaar met kleur. Via Harry vertel ik dus ook voor een stuk de geschiedenis van de kleurenfotografie, Harry is een van de eerste fotografen in Europa die bewust voor kleurfotografie kiest, in een periode dat er binnen het agentschap Magnum, waarin hij opgenomen werd, nog neerbuigend werd gekeken naar kleurfotografie. Er bestaan uren home movies, gedraaid op pellicule door zijn vader die aan het hoofd stond van de kleurenschool bij Agfa Gevaert. Marcel Gruyaert, de de vader van Harry was een niet onverdienstelijke amateurcineast. Hij filmde hun familieleven, de geboorte van de kinderen hun eerste en plechtige communie, de verjaardagen en Sinterklaasfeestjes, de vakanties aan ze en in de Ardennen: uren beeldmateriaal dat nog nooit was gebruikt in een film. En zelf heeft Harry ook zijn kinderen gefilmd. Via zijn dochter kwam ik in het bezit kwam van de videofilms die hij vanaf de jaren 80 had gedraaid van zijn kinderen. Daarmee was de cirkel meteen rond."