Dinsdag was, licht uitgedrukt, de belangrijkste dag van afgelopen week. Voor iedereen die opnieuw naar school mocht. Voor iedereen die opnieuw naar school mocht sturen. Of dat nu met blijdschap of een licht steekje in het hart was. Ik ging altijd graag naar school. Op mijn allereerste schooldag hing ik niet huilend aan de rokken van mijn mama, maar liep ik parmantig (aldus die mama) de speelplaats op, om nog geen minuut later een bal tegen mijn hoofd te krijgen. Het kon de pret maar even bederven. Ook in de lagere en middelbare school én aan de unief, was maandag iets waar ik naar uitkeek. Beter dan een combinatie van routine, duidelijkheid, gezelschap én bijleren wordt het voor mij niet.

Al is er één schaduw die over mijn schooljeugd gedrapeerd ligt. Ik ben vier jaar lang gepest. Ik werd door een groep jongens aan armen en benen in een netelput gegooid, in een vuilbak gepropt, voor de zoveelste keer blauw gestampt en jarenlang uitgescholden en uitgesloten. De ene dag wel, de andere niet. In een continuüm van grillige en onvoorspelbare kinderlijke wreedheid. Ik heb er een stevige geldingsdrang, een grote mond en een hoog strebersgehalte aan overgehouden. Het is goed gekomen, zeggen ze dan. Het zijn vaak holle woorden die mensen zonder nadenken gebruiken. En dan is daarmee de kous af. Ik hoop vurig dat we pesterijen vandaag beter aanpakken dan destijds het geval was. Hand in hand met de aanvoerder van het pestteam rondjes lopen op de speelplaats 'tot we het uitgepraat hebben', is geen goede aanpak. Ja, het is goedgekomen. Maar dat ligt niet aan de revolutionaire aanpak van de school toen. Zullen we dit schooljaar beginnen met pesterijen serieus te nemen? In de lagere en middelbare school, studentenclubs aan de universiteit, maar ook op de werkvloer. Zullen we samen de ambitie uitspreken onmiddellijk én serieus te reageren op pesten? Met gepaste maatregelen zoals begeleiding en straffen, in verhouding met de daden. En zullen we samen niet de pesters, maar de gepesten beschermen?

Dinsdag was, licht uitgedrukt, de belangrijkste dag van afgelopen week. Voor iedereen die opnieuw naar school mocht. Voor iedereen die opnieuw naar school mocht sturen. Of dat nu met blijdschap of een licht steekje in het hart was. Ik ging altijd graag naar school. Op mijn allereerste schooldag hing ik niet huilend aan de rokken van mijn mama, maar liep ik parmantig (aldus die mama) de speelplaats op, om nog geen minuut later een bal tegen mijn hoofd te krijgen. Het kon de pret maar even bederven. Ook in de lagere en middelbare school én aan de unief, was maandag iets waar ik naar uitkeek. Beter dan een combinatie van routine, duidelijkheid, gezelschap én bijleren wordt het voor mij niet. Al is er één schaduw die over mijn schooljeugd gedrapeerd ligt. Ik ben vier jaar lang gepest. Ik werd door een groep jongens aan armen en benen in een netelput gegooid, in een vuilbak gepropt, voor de zoveelste keer blauw gestampt en jarenlang uitgescholden en uitgesloten. De ene dag wel, de andere niet. In een continuüm van grillige en onvoorspelbare kinderlijke wreedheid. Ik heb er een stevige geldingsdrang, een grote mond en een hoog strebersgehalte aan overgehouden. Het is goed gekomen, zeggen ze dan. Het zijn vaak holle woorden die mensen zonder nadenken gebruiken. En dan is daarmee de kous af. Ik hoop vurig dat we pesterijen vandaag beter aanpakken dan destijds het geval was. Hand in hand met de aanvoerder van het pestteam rondjes lopen op de speelplaats 'tot we het uitgepraat hebben', is geen goede aanpak. Ja, het is goedgekomen. Maar dat ligt niet aan de revolutionaire aanpak van de school toen. Zullen we dit schooljaar beginnen met pesterijen serieus te nemen? In de lagere en middelbare school, studentenclubs aan de universiteit, maar ook op de werkvloer. Zullen we samen de ambitie uitspreken onmiddellijk én serieus te reageren op pesten? Met gepaste maatregelen zoals begeleiding en straffen, in verhouding met de daden. En zullen we samen niet de pesters, maar de gepesten beschermen?