De zee is voor Yves Benoit bovenal het weekje zomervakantie dat hij zich elk jaar begin juli permitteert in het appartement van tante Irène en nonkel Michel op de Nieuwpoortse zeedijk. Het laatste appartement in de rij, met zicht op de zee en de duinen van Oostduinkerke. Even weg van alles, samen met zijn gezin, genietend van wat de natuur te bieden heeft. "Om die reden ben ik ook op het platteland gaan wonen, in het prachtige Oost-Vlaamse dorpje Dikkelvenne. Het doet me goed om me af en toe te kunnen terugtrekken, als de drukte en de ernst van het werk even te veel dreigen te worden."
...

De zee is voor Yves Benoit bovenal het weekje zomervakantie dat hij zich elk jaar begin juli permitteert in het appartement van tante Irène en nonkel Michel op de Nieuwpoortse zeedijk. Het laatste appartement in de rij, met zicht op de zee en de duinen van Oostduinkerke. Even weg van alles, samen met zijn gezin, genietend van wat de natuur te bieden heeft. "Om die reden ben ik ook op het platteland gaan wonen, in het prachtige Oost-Vlaamse dorpje Dikkelvenne. Het doet me goed om me af en toe te kunnen terugtrekken, als de drukte en de ernst van het werk even te veel dreigen te worden."Dat u drie jaar geleden op emeritaat ging, heeft u die rust niet gebracht?"Ik was als ambtenaar verbonden aan het UZ Gent, en ambtenaren móéten op hun 65ste met pensioen. Maar ik had intussen 35 jaar ervaring opgebouwd in een uitzonderlijke pathologie als kanker bij kinderen. Daar zomaar een punt achter zetten, dat kon ik voor mezelf niet verantwoorden. Met het ziekenhuis heb ik toen het akkoord gesloten dat ik deeltijds in een contractueel statuut zou blijven werken. Ik ga dus nog elke dag naar de afdeling zodat het team mij kan raadplegen, en woon de wekelijkse stafvergadering bij waarop alle patiëntenproblemen besproken worden. Daarnaast blijf ik veel tijd besteden aan het Kinderkankerfonds dat ik in 1985 oprichtte en waarvan ik nog altijd voorzitter ben. En maak ik actief deel uit van enkele wetenschappelijke commissies met betrekking tot kinderkanker, vooral in België en Nederland."En zo gaat u door tot..."Ik leef inderdaad nog altijd niet zoals veel andere gepensioneerden, al doe ik het nu allemaal wel op een iets rustiger ritme. En in de nabije toekomst wil ik stilaan nog wat meer afbouwen. Maar ik wil me er eerst van verzekeren dat wat ik gerealiseerd heb op een goeie manier wordt voortgezet."Had u destijds kunnen voorzien waar u op vandaag staat?"Neen, ik wilde zelfstandig dokter worden! Ik had zelfs al een afspraak met een kinderarts om zijn praktijk over te nemen. Maar tijdens mijn specialisatie pediatrie aan het UZ werd ik geconfronteerd met kinderen met kanker. Mijn toenmalige leermeesters daar vroegen me of ik me niet wilde blijven inzetten voor die kinderen, al haalde hun vraag me nog niet over de streep. Maar toen stelden ook ouders me dezelfde vraag, en kinderen... Dokter, gij gaat hier toch niet weggaan? Daar kon ik niets meer tegen inbrengen. Dus heb ik die taak op me genomen, maar op voorwaarde dat er heel veel zou veranderen. Want de kinderkankerafdeling stelde toen niet veel voor. Er moesten veel meer middelen en mensen komen om die kinderen te behandelen en te begeleiden zoals het hoort."De kinderkankerafdeling van UZ Gent is uitgegroeid tot een referentie."Het verplegend team is intussen verdubbeld, en waar we met twee artsen zijn begonnen, zijn er nu acht. Er is veel veranderd op het vlak van begeleiding, ook psychologisch, van de zieke kinderen en hun ouders. Ja, ik heb daar mijn voet neergezet. Ik ben een West-Vlaming, hé! (lacht) En West-Vlamingen zijn belangrijke initiatiefnemers. Ze durven ook een verantwoord risico te nemen. Zo heb ik dat toch altijd ervaren. In andere regio's leek mij dat minder het geval te zijn."U twijfelde nadien nooit aan de beslissing om geen eigen praktijk op te zetten?"Een keer genomen, ben ik nooit meer op die beslissing teruggekomen. De vraag was mij gesteld, en ik stond erachter. Maar ik had het nooit volgehouden als ik niet had kunnen beschikken over de middelen van het Kinderkankerfonds. Want toen ik begon, stond de gezondheidszorg er nog niet voor open om een doorgedreven behandeling van kinderkanker te financieren. Dat was de realiteit, en dat begreep ik ook wel. Maar ik kon niet verdragen dat we er zelf niks voor zouden doen, dus begonnen we middelen te zoeken, wat resulteerde in de oprichting van het Kinderkankerfonds en de vzw Kinderkanker. En eens we daarmee tal van initiatieven hadden neergezet, heb ik niet nagelaten om ook de overheid te overtuigen om haar duit in het zakje te doen voor een adequate behandeling van kinderen met kanker in heel België. Dat we dat hebben kunnen bereiken, en heel concrete projecten hebben kunnen opstarten, geeft me veel voldoening, ja."U behoorde ook tot de nieuwe generatie artsen die dichter bij hun patiënt wilden staan dan voorheen veelal het geval was."Ik was dan ook een mei 68'er! (lacht) Ik ben beginnen te studeren in oktober 1967, en kwam bovendien uit een klein college, het Damiaancollege in Kortrijk, waar ook al een open mentaliteit heerste. En ik groeide op in een familie van ondernemers die zich sociaal engageerden. De familie van mijn moeder en van mijn vader zetten zich ook altijd in voor sociale doelen, mijn vader was ook een zeer actieve vrijwilliger bij de brandweer... Het heeft mij gewoon nooit geïnteresseerd om veel geld te verdienen, of om voor mezelf een mooie academische carrière uit te bouwen. Het enige wat ik wilde, was het lot van die zieke kinderen verbeteren."Hoe blijft u zelf overeind tussen alle ellende die u meemaakt?"Als jonge arts vond ik dat bijzonder confronterend. Het geldt voor alle personeel op de afdeling oncologie: je leert er je patiënten van dichtbij kennen, gedurende een lange tijd. Als het dan fout loopt, raakt dat je ook emotioneel. Nogal wat verplegers en dokters haken daar inderdaad door af. Dat is enigszins verbeterd omdat nu toch al 80% van de kankerpatiëntjes geneest, toen ik begon, was dat amper 30%. Waarom ik het wel volhield? Enerzijds voelde ik aan dat net kankerpatiënten echt nood hebben aan een dokter die meeleeft, en dat ging mij goed af. Anderzijds putte ik uit elk verlies opnieuw de moed om mij verder te blijven inzetten. Omdat ik wist dat ik alles had gedaan wat in mijn macht lag. Ik hoefde mezelf niks te verwijten, maar moest integendeel doorgaan om te proberen een volgende patiënt te redden. Want ook dát kind rekende op mij.""Ik heb het overigens ook altijd belangrijk gevonden om behalve meelevend, eerlijk te zijn. Mensen de waarheid zeggen, met de juiste woorden, niet op een harde manier. En ze dan ondanks alles moed inspreken. Geen valse hoop geven, maar wel het vooruitzicht dat - zelfs als er geen genezing meer komt - ze goed verzorgd zullen worden. En geloof me, soms waren er kinderen die míj moed inspraken."Heeft uw werk invloed gehad op uw gezinsleven?"Ja, absoluut. Mijn vrouw Ingrid en ik zijn bijna twintig jaar samen, maar zij is mijn derde vrouw. Ik werkte vroeger 70 tot 80 uur per week. Dat weegt op een relatie en op het onderhouden ervan. Nadat mijn eerste twee huwelijken strandden, ben ik jaren alleen geweest. Tot ik Ingrid leerde kennen. Eerst als mama van een patiëntje, enkele jaren later hebben we elkaar opnieuw ontmoet en beter leren kennen, en kregen we een relatie.""Zo werd ik op mijn vijftigste alsnog vader. Waar ik erg gelukkig om ben, want ik wilde altijd al heel graag kinderen. Alleen kwam het er door omstandigheden niet van."En die zoontjes veranderden uw leven?"Toch wel. Ik besteed sindsdien meer aandacht aan mijn gezin. Ze zijn enorm belangrijk voor me. Onze oudste maakt zijn puberteit door en dat vraagt wat aanpassing van mij.""Zoals van veel ouders allicht. In het begin had ik de neiging om hem mijn visie op te dringen, maar ik zie nu in dat hij zijn eigen weg moet zoeken en uit zijn fouten moet leren. Maar het gaat goed..."Ik heb u niet teruggevonden op Facebook..."Neen, en op Twitter ook niet. Ik ben niet bezig met sociale media, daar ben ik gewoon niet nieuwsgierig naar. Mijn zonen wel, maar ik voel me niet geroepen om over hun schouder mee te kijken naar wat ze daar allemaal mee doen. Mijn vrouw en ik wijzen hen wel regelmatig op de gevaren, zodat ze zich daarvan bewust blijven. En ik merk dat de school hen op dat vlak ook alert maakt.""Maar ik vraag me wel af wat de invloed van die sociale media op onze toekomstige maatschappij zal zijn. Ik heb er geen idee van, en het verontrust me wel een beetje. In mijn opvoeding was sociale inzet vanzelfsprekend; ik hoop dat het dat voor jongeren straks ook nog is. Op sociale media is respect voor elkaar soms ver te zoeken, er is al die foute informatie... Wat gaan jongeren daarmee aanvangen? Ik hoop dat die evolutie op tijd gestopt wordt."Zijn wij Vlamingen op vandaag solidair genoeg?"Ik vind dat wel, de solidariteit in Vlaanderen groeit. Acties als Music for Live zijn toch prachtig! En er zijn er zoveel andere, en niet alleen voor kanker. Ik ben daar positief over, ja."U bent een echte optimist?"Ja! En dat is belangrijk bij mijn sociale inzet. Maar ik ben ook een perfectionist. En daar kon en kan ik heel streng in zijn voor de mensen rond mij. Ik wil kwaliteit, zowel op wetenschappelijk vlak als op zorgvlak. Het is niet altijd eenvoudig geweest om mijn optimisme met dat perfectionisme te verzoenen. Maar goed..." (glimlacht)