"Tactiliteit en textuur waren nooit eerder zo essentieel in huis. Voor de gezelligheid, maar net zo goed voor onze mentale gezondheid." Het waren de woorden van een gerespecteerd designjournalist afgelopen week. We hebben nood aan zachtheid om de herfst en de gevolgen van deze pandemie aan te kunnen, luidt het besluit. Fluffy dekens, harige kussens en hoogpolige tapijten liggen voor de hand, maar in de collecties voor 2021 worden ook lampen en theekannen aaibaar doordat designers een laagje dons toevoegen. Het is een trend in de wereld van interieurobjecten, maar ook op de modeweek in Parijs, die momenteel haar vreemdste vorm aanneemt door corona, is er iets voelbaar. Zowel op de catwalk als in de straten dragen modellen en aspirant-modellen hoodies, cargobroeken en bomberjacks. Lees: comfy kledij. Niet louter goed genoeg voor Zoom-meetings van aan de keukentafel, maar evengoed voor een (light)avondje uit. Mits gepimpt met een hakje of een laagje make-up. Of gewoon ook niet. Met fatalisme heeft het niets te maken, eerder met de menselijke nood aan 'voelen'. We leven in een digitale maatschappij waarin ook een virus vrolijk rondspringt naarmate we meer menselijk contact hebben. Logisch dat we trends waarnemen in de mode en design. Het zijn kunstvormen die snel reageren op maatschappelijke gebeurtenissen. Die perfect de tijdsgeest samenvatten. Maar ze overstijgen ook snelheid. Een van de interessantste spelers vandaag is Klaas Rommelaere, mode alumni en textielkunstenaar, die stoffen dubbelgangers maakt van zijn geliefden. Geborduurd door een groep oudere 'madammen'. Traag, sociaal verbindend én tactiel. Dat is zijn werk. Relevanter dan dat wordt het niet. Ook in de rest van onze extra dikke interieurspecial komen mensen aan bod die actueel creëren en de samenleving beter maken. Die menselijkheid en duurzaamheid hoog in het vaandel dragen. Jonge beloften én gevestigde waarden.

"Tactiliteit en textuur waren nooit eerder zo essentieel in huis. Voor de gezelligheid, maar net zo goed voor onze mentale gezondheid." Het waren de woorden van een gerespecteerd designjournalist afgelopen week. We hebben nood aan zachtheid om de herfst en de gevolgen van deze pandemie aan te kunnen, luidt het besluit. Fluffy dekens, harige kussens en hoogpolige tapijten liggen voor de hand, maar in de collecties voor 2021 worden ook lampen en theekannen aaibaar doordat designers een laagje dons toevoegen. Het is een trend in de wereld van interieurobjecten, maar ook op de modeweek in Parijs, die momenteel haar vreemdste vorm aanneemt door corona, is er iets voelbaar. Zowel op de catwalk als in de straten dragen modellen en aspirant-modellen hoodies, cargobroeken en bomberjacks. Lees: comfy kledij. Niet louter goed genoeg voor Zoom-meetings van aan de keukentafel, maar evengoed voor een (light)avondje uit. Mits gepimpt met een hakje of een laagje make-up. Of gewoon ook niet. Met fatalisme heeft het niets te maken, eerder met de menselijke nood aan 'voelen'. We leven in een digitale maatschappij waarin ook een virus vrolijk rondspringt naarmate we meer menselijk contact hebben. Logisch dat we trends waarnemen in de mode en design. Het zijn kunstvormen die snel reageren op maatschappelijke gebeurtenissen. Die perfect de tijdsgeest samenvatten. Maar ze overstijgen ook snelheid. Een van de interessantste spelers vandaag is Klaas Rommelaere, mode alumni en textielkunstenaar, die stoffen dubbelgangers maakt van zijn geliefden. Geborduurd door een groep oudere 'madammen'. Traag, sociaal verbindend én tactiel. Dat is zijn werk. Relevanter dan dat wordt het niet. Ook in de rest van onze extra dikke interieurspecial komen mensen aan bod die actueel creëren en de samenleving beter maken. Die menselijkheid en duurzaamheid hoog in het vaandel dragen. Jonge beloften én gevestigde waarden.