Vroeger was alles beter. Dat zal je mij niet snel horen beweren, tenzij binnen een mild sarcastische context. De enige twee zaken waarvan ik wil toegeven dat ze vroeger beter waren, zijn 1. het milieu en 2. mijn ochtendritueel.
...

Vroeger was alles beter. Dat zal je mij niet snel horen beweren, tenzij binnen een mild sarcastische context. De enige twee zaken waarvan ik wil toegeven dat ze vroeger beter waren, zijn 1. het milieu en 2. mijn ochtendritueel. Dat we in een tijd leven waarin regeringsleiders door kinderen (terecht) op hun plaats worden gezet en die leiders de kinderen vervolgens wegjagen als ware het vervelende fruitvliegjes, kan nauwelijks als progressie bestempeld worden.Dat geldt evenzeer (maar dan op een volledig andere manier) voor mijn ochtendritueel. Een echt ochtendmens ben ik nooit geweest. Ochtenden vind ik pas leuk wanneer ik mag opstaan zonder wekker, op mijn gemak kan ontbijten en ik mijn lui gat alleen maar van bed naar zetel hoef te verplaatsen. Helaas lukt dat maar één keer per week. De andere dagen snooze ik minstens drie keer, uit ik tussentijdse verwensingen richting wekker en mompel ik de standaardzin: 'Hoe kan het nu al morgen zijn, ik zou nog uuuuuuuren kunnen slapen'. Vroeger was dat echt veel beter. Toen werd ik gewekt door mijn papa. Toegegeven, de manier waarop liet ook wat te wensen over. Hij ramde de deur open waardoor die met een hels lawaai tegen de muur sloeg, bonkte met zijn vuist op de lichtschakelaar en bulderde: "OPSTAAN!" Zo werd ik elke morgen wakker met een hartverzakking. Maar ook met warm brood. Want mijn papa was al een uur eerder opgestaan, had de tafel gedekt, koffie gezet en was om vers (warm dus) brood naar de bakker gegaan. In de winter gebeurde het wel eens dat mijn mama warme vanillepudding voor ons maakte als ontbijt. Achteraf bekeken waren dat de dagen waarop mijn vader op zakenreis was en zij het vertikte om naar de bakker te gaan. Maar toch. Warme pudding! Op een koude winterochtend. Deze morgen was het een koude, natte herfstochtend en ik werd alleen wakker. Het vriendje was op weekend. Er was geen warm brood, geen verse koffie en al helemaal geen warme pudding. Wel was er sprake van een rauwe keel, een lopende neus en twee niet bij elkaar passende sokken. Neen, je zal het mij niet snel horen zeggen. Maar sommige dingen waren vroeger wel echt beter.