In tijden waarin gezinnen zich met zonnepanelen, warmtepompen of windmolens van hun energie moeten voorzien, lijkt een tractiestation zijn tijd ver vooruit. Zo'n station stond vooral in voor de stroomvoorziening van de tramlijnen langs de kust.
...

In tijden waarin gezinnen zich met zonnepanelen, warmtepompen of windmolens van hun energie moeten voorzien, lijkt een tractiestation zijn tijd ver vooruit. Zo'n station stond vooral in voor de stroomvoorziening van de tramlijnen langs de kust.Vanaf 1897 reden die immers op elektriciteit. De eerste tram reed trouwens tussen Oostende en Middelkerke. Het station werd in 1924 gebouwd door Georges Vivenoy, een leerling van Victor Horta, die zijn geliefde art deco een hoofdrol liet spelen. Het gebouw bestond uit een conciërgewoning en de eigenlijke machinezaal, die de tramlijnen van elektriciteit moest voorzien.Het is allesbehalve een kleine woning, want begin de jaren 30 verbleef het gezin van conciërge Jerome Stevelinck er met 16 kinderen. Het gebouw is het enige overblijfsel uit de toenmalige gemeentewijk Crocodile. Vandaag wordt het tractiestation bewoond door een gepensioneerde binnenhuisarchitect en zijn vrouw, die uit het Leuvense afkomstig zijn. Hij leerde het gebouw kennen begin de jaren 80 en raakte er opnieuw verliefd op in 2000, toen het nog eigendom was van De Lijn. Na heel wat omwegen kon het koppel het verloederde gebouw in ere herstellen.Tien jaar restaureerden ze eraan, enkele spielereien moesten de sérieux wat wegnemen. Een deel van de villa verhuren ze als gastenverblijf onder de naam Villa Vivenoy, een link naar de architect. De cirkel is rond.