Soms wordt erfgoed nogal oneerbiedig een hoopje stenen genoemd. In het geval van de schoorsteen van de vlasroterij op een boogscheut van Ramskapelle is het wel gepermitteerd. Je kan het restant van uit het interbellum bezwaarlijk ook méér noemen. Het mag dan wel een zekere industrieel-archeologische waarde hebben, toch is het...

Soms wordt erfgoed nogal oneerbiedig een hoopje stenen genoemd. In het geval van de schoorsteen van de vlasroterij op een boogscheut van Ramskapelle is het wel gepermitteerd. Je kan het restant van uit het interbellum bezwaarlijk ook méér noemen. Het mag dan wel een zekere industrieel-archeologische waarde hebben, toch is het een ronduit troosteloos zicht in een al desolate omgeving. Wat verderop staat een lege fabriek, veraf, alsof hij er niets meer mee te maken wil hebben. De vroegere steenfabriek bestond amper tien jaar toen ze pal op de frontlinie van WO I kwam te liggen. Het Belgisch leger lijfde fabrieksschoorstenen in als observatieposten, omwille van het goede zicht op het kanaal, Ramskapelle en het sluizencomplex van Nieuwpoort, dat later het verloop van die oorlog zou bepalen. De schoorsteen kreeg het zwaar te verduren. Het bovenste deel werd vluchtig opgesmukt met beton, niet het laatste in het rijtje halfslachtige oplapmiddeltjes. Het zag er even naar uit dat de fabriek toch een mooie toekomst zou krijgen. In 1926 kocht Leon Duron de ruïnes op en startte opnieuw met de productie. Alleen leek er een vloek te rusten op het gebouw, want opnieuw was het na tien jaar over en uit toen Leon omkwam bij een werkongeval. Na de Tweede Wereldoorlog werd er nog vlas bewerkt en opgeslagen, maar dat bleek ook geen garantie op een verder bestaan. Door de vele herstellingswerken en de poreuze kwaliteit van het beton wil men het gebouw eerder consolideren in plaats van restaureren. Letterlijk overeind houden dus. Erfgoed is niet eeuwig, een hoopje stenen evenmin.