'Als een hyena sluipt de dood over de vale vlakte.' In het diepste donker van de nacht, slechts vaag onderbroken door de maneschijn achter roetzwarte wolken, beschreef Martial Lekeux poëtisch de weidse IJzervlakte. Hij werd geboren als Edouard, letterlijk aan de andere kant van het land. De jonge succesvolle militair, op zoek naar zichzelf, vond een antwoord in.....

'Als een hyena sluipt de dood over de vale vlakte.' In het diepste donker van de nacht, slechts vaag onderbroken door de maneschijn achter roetzwarte wolken, beschreef Martial Lekeux poëtisch de weidse IJzervlakte. Hij werd geboren als Edouard, letterlijk aan de andere kant van het land. De jonge succesvolle militair, op zoek naar zichzelf, vond een antwoord in... het klooster. Daar voelde hij het voor het eerst: die rust, die stilte, een intens geluk. Het bericht dat de Grote Oorlog uitgebroken was, raakte hem, meer dan hij verwacht had. Voor zijn land, zijn volk en zijn geloof trok hij doorheen Vlaanderen, als een kruisvaarder van Luik, over Antwerpen naar Veurne. Hij kwam er terecht in een observatiepost in de IJzervlakte. De eenvoud en het eenzaam bestaan vervulden zijn hart, pende hij neer. Bij de torenruïne van Oud-Stuivekenskerke, gebouwd als een voorlopige opvang voor de grote kerk van Stuivekenskerke, werd zijn geloof alleen maar sterker.Zeker toen hij na een eerste nacht van bombardementen de kop van een obus uit het puin zag steken, zo geel als een paardenbloem. Tien centimeter verder stond een klein Onze-Lieve-Vrouwebeeldje. Recht, rein, rustig, schreef hij. Hij kroop hoog in de kapotgeschoten kerktoren en bleef verslag uitbrengen. Intens gelukkig was hij. Edouard waande zich ontastbaar, onsterfelijk haast. Hij keek doorheen het lijden rond zich, de schaduwen van de dood. 'Ik zal geen enkel kwaad vrezen, want Gij zijt bij mij.' Toen hij na de oorlog priester werd in Luik, keerde hij nog één keer terug naar Stuivekenskerke. In 1925 bouwde hij er een kapel. Naast de torenruïne. De dood was er niet meer. Het gehuil van de hyena was verstomd. Het viel enkel nog in de wind te horen, een eeuwige echo van het gejammer van de soldaten.