Onze provincie is de onbetwiste koningin van de molens. De meeste rosmolens vind je nog bij ons: grote tandwielen die paarden letterlijk en figuurlijk draaiend hielden. Maar de industriële revolutie en het gebruiksgemak van windmolens haalden eind 19de eeuw ook bij ons de boven...

Onze provincie is de onbetwiste koningin van de molens. De meeste rosmolens vind je nog bij ons: grote tandwielen die paarden letterlijk en figuurlijk draaiend hielden. Maar de industriële revolutie en het gebruiksgemak van windmolens haalden eind 19de eeuw ook bij ons de bovenhand. Oorspronkelijk stond er in Wevelgem een houten molen, maar die werd afgebroken en in 1834 verrees een stenen molen. Het was een zogeheten grondzeiler met wieken die tot vlak boven de grond draaiden. Maar toen de nieuwe Sint-Hilariuskerk op de Markt werd gebouwd en de dorpskern uitbreidde, moest de molen hoger gebouwd worden, simpelweg omdat er minder wind te vangen viel. De molen bleef draaien, ook toen hij na de Eerste Wereldoorlog averij opliep. Maar in de Tweede Wereldoorlog brandde hij af toen de Duitsers Wevelgem binnenvielen. De molen zou pas in 1953 in ere hersteld worden. Een tijdlang stond de brandweersirene er bovenop. Sinds de jaren zestig is de molen niet meer maalvaardig. De grote vlasschuren werden 15 jaar geleden omgebouwd tot lofts, kort daarna werd de molenromp beschermd als monument. Vandaag is de molen nog altijd in handen van de familie Denys, en dat is al 185 jaar lang zo. De molen werkt niet meer en het gebouw ligt er wat verlaten bij. Maar de paarden zijn er wel nog altijd. Zij draaien rondjes, alsof straks alles opnieuw begint.