Al bijna 50 jaar is 't Arsenaal dé plek voor de Markse jeugd. De naam en de kleuren verwijzen naar het vroegere brandweerarsenaal, maar oorspronkelijk was het gebouw het koetshuis van het nabijgelegen landhuis Blommeghem, een verwijzing naar eigenaar Blomme in de 14de eeuw.
...

Al bijna 50 jaar is 't Arsenaal dé plek voor de Markse jeugd. De naam en de kleuren verwijzen naar het vroegere brandweerarsenaal, maar oorspronkelijk was het gebouw het koetshuis van het nabijgelegen landhuis Blommeghem, een verwijzing naar eigenaar Blomme in de 14de eeuw.Maar het is de naam de Bethune die geschiedenis maakte. Het kasteel werd aan het begin van de 20ste eeuw bewoond door professor François de Bethune, toen burgemeester van Marke. Zijn vader Jean-Baptiste was nog meer gerespecteerd. Studeerde rechten en wijsbegeerte, maar een zwakke gezondheid en een zwaar studentenleven zorgden ervoor dat hij die studies moest stoppen. Hij trok naar Engeland, waar hij alsmaar meer in de ban raakte van de Angelsaksische cultuur en architectuur.Het was het begin van een indrukwekkende carrière. Hij ontwierp gebouwen, maakte glasramen en werd pionier in de neogotiek. Hij richtte in het hele land de Sint-Lucasscholen op om zijn opvolging te verzekeren. Die had hij nochtans.Een jaar na zijn eerste bouwwerk, een kapel in Zwevegem, trouwde hij met Emilie van Outryve d'Ydewalle met wie hij negen kinderen kreeg. Zoon Jean-Baptiste Jr. werd burgemeester van Oostrozebeke en later gouverneur van West-Vlaanderen. François werd dus burgemeester van Marke, Emmanuel werd later burgemeester van Oostrozebeke en ook Marke. Felix werd dan weer benedictijn in Maredsous. De bouw van de abdij was een van de laatste verwezenlijkingen van Jean-Baptiste. Dat ze postuum nog een koetshuis hebben gebouwd aan de hand van zijn plannen, zou de ontwerper van het kasteel van Loppem vast weinig deren. Maar dat het vandaag een plek is waar studenten en jongeren samenkomen en feestvieren, dat had hem vast wél plezier gedaan.