Wie al eens naar het zwembad of de Sint-Jozefskliniek in Izegem reed, is ongetwijfeld dit imposante gebouw gepasseerd. Al 35 jaar lang is het de uitvalsbasis voor het Rode Kruis, maar van 1929 tot 1971 bood het onderdak aan de lokale brandweer. Het was het eerste grote project van architect Carlos Beyaert, die later nog het badhuis e...

Wie al eens naar het zwembad of de Sint-Jozefskliniek in Izegem reed, is ongetwijfeld dit imposante gebouw gepasseerd. Al 35 jaar lang is het de uitvalsbasis voor het Rode Kruis, maar van 1929 tot 1971 bood het onderdak aan de lokale brandweer. Het was het eerste grote project van architect Carlos Beyaert, die later nog het badhuis en het Sint-Jozefscollege zou ontwerpen, net als de Sint-Pieterskerk en Heilig Hartkerk. Naar het voorbeeld van zijn grootoom Hendrik - die de hoofdzetel van de Nationale Bank in Brussel had ontworpen - verdiepte Carlos zich in de architectuur. De jonge Kortrijkzaan kwam uiteindelijk in Izegem terecht, waar hij na een jaar een gerenommeerd architectenbureau kon overnemen. Ook van het stadsbestuur kreeg hij het nodige vertrouwen en hij mocht een brandweerkazerne bouwen. Tot dan kon je zijn realisaties letterlijk op twee handen tellen. Uiteindelijk zou hij de architect zijn die Izegem écht vormgaf, met net geen 150 bouwwerken. Het heeft iets symbolisch, want de man die zo graag schilderde en vioolspeelde stond bekend als een vurig en gepassioneerde levensgenieter. Alleen kwam hij compleet gehavend, gebroken en depressief terug na bijna 20 maanden strafkamp tijdens WO II. Het duurde bijna een jaar vooraleer hij opnieuw aan de tekentafel ging zitten, maar van grootschalige, verrassende en creatieve projecten was geen sprake meer. Halfweg de jaren vijftig verhuisde hij met zijn vrouw naar de zee, die hem als kind al fascineerde. Te veel water om ooit nog het vuur aan te wakkeren. Drie jaar nadat de kazerne sloot, stierf Carlos. Ook uitgeblust, maar met een onmiskenbare nalatenschap.