Het is zowat het laatste wat haar breekbare lijf laat vermoeden, maar Maud Bekaert kapt al dik twintig jaar letters in steen, in haar atelier in hartje Brugge. Eerst huisnummers en bedrijfslogo's, spreuken en namen, later ontdekte ze hoe haar werk op grafzerken de achterblijvers een vorm van troost kan geven. Vandaag vindt haar werk vanzelf de weg naar het publiek en kan ze zich steeds vaker de luxe permitteren om zich toe te leggen op artistieke projecten. Het klinkt vanzelfsprekender dan het was, maar ze zou het zo overdoen.
...

Het is zowat het laatste wat haar breekbare lijf laat vermoeden, maar Maud Bekaert kapt al dik twintig jaar letters in steen, in haar atelier in hartje Brugge. Eerst huisnummers en bedrijfslogo's, spreuken en namen, later ontdekte ze hoe haar werk op grafzerken de achterblijvers een vorm van troost kan geven. Vandaag vindt haar werk vanzelf de weg naar het publiek en kan ze zich steeds vaker de luxe permitteren om zich toe te leggen op artistieke projecten. Het klinkt vanzelfsprekender dan het was, maar ze zou het zo overdoen.Dochter van een lerares verpleegkunde aan Vives en een leraar Frans aan het Blankenbergse atheneum ook, die haar het liefst een diploma zagen behalen aan een universiteit of hogeschool. Ze had er de hersenen voor, maar niet de goesting. Als tiener vond Maud sowieso haar draai niet; ze denkt dat ze te veel nadacht, altijd en over alles. "Ik vond volwassen worden moeilijk. Ik was een bang kind, en dat trok zich allicht door in hoe ik naar het leven keek. Maar dat gaat van langsom beter, in die zin word ik graag ouder."Het was letterlijk het letterkappen waarin Maud zichzelf vond. "Ik kon niet beslissen wat ik wilde studeren en mocht een sabbatjaar inlassen om dat uit te maken. Om niet niks te doen, ging ik op zoek naar een bezigheid en kwam louter toevallig in een letterbeeldhouwatelier terecht. Ik kwam er binnen, rook de producten, de materialen, en was op slag verliefd. Dit was het gewoon, ik hoefde niet meer te zoeken. Al na een paar weken begon ik broeden op een manier om mijn ouders te vertellen dat ik letterkapper zou worden. Ze hebben me gesteund, én zich die eerste jaren grote zorgen gemaakt over mijn toekomst ook al lieten ze me dat toen niet merken. En ik heb me geen moment gerealiseerd welke risico's mijn keuze nadien bekeken inderdaad inhielden. Dat ze mij die vrijheid hebben gelaten, daar ben ik hen enorm dankbaar voor. Ik zou mijn eigen atelier in Brugge beginnen, daar bestond geen twijfel over..."Hoe denk je terug aan je jeugd in Brugge?"Ik groeide op in de Elf-Julistraat, parallel aan de straat waar ik mijn winkel heb. Ik herinner me bezoeken aan boekhandels met mijn vader, aan historische gebouwen met mijn oma die een passie voor architectuur en religieus erfgoed had, aan de wekelijkse markt... Op mijn twaalfde verhuisden we naar de rand van Brugge, naar een huis met een tuin waar mijn broer en ik in konden spelen. Maar daarmee deden ze mij ondanks de goeie bedoeling geen groot plezier. Brugge is altijd aan mij blijven trekken. Ik woonde heel graag bij mijn ouders, ik kom uit een warm nest, maar toen ik op mijn 23ste alleen ging wonen in het centrum voelde dat niettemin als thuiskomen." Verknocht aan Brugge?"Ik voel me onmiskenbaar een Brugse. Maar dat betekent niet dat ik ergens anders niet kan aarden. Vroeger beweerde ik dat ik overal kon wonen, nu ben ik genuanceerder: ik kan gemakkelijk elders wonen ik heb veel gereisd en verblijf elk jaar een tijd in Zuid-Afrika trouwens maar ik wil ook altijd hier kunnen terugkeren."Wat stuurde een jonge vrouw verknocht aan Brugge toch de wereld in?"Het was zeker nooit een plan. Maar vijftien jaar geleden verongelukte een goeie vriend en ik kon niet overweg met zijn dood. Ik geraakte in de knoop met mezelf en zag op een bepaald moment maar één uitweg meer: vertrekken. Voor een maand naar Vietnam, met de rugzak. En dat werd dus een serieuze confrontatie... Al na een dag wilde ik terug naar huis maar ik had iedereen over mijn avontuur verteld, dus ik moest wel blijven als ik niet wilde afgaan." (lacht)"Ik ben ook gebleven, reisde van noord naar zuid, ontmoette allerlei mensen, en kreeg de smaak te pakken. Nadien volgden Portugal, Indonesië, Zweden, Estland en ook Zuid-Afrika. Daar ging ik Roos bezoeken in Soweto, die destijds de nanny was van mijn omgekomen vriend, en ben ik er om een lang verhaal kort te maken blijven hangen."Zuid-Afrika noem je jaren later je tweede thuis."Ja. Ik ontmoette er interessante mensen, maakte er vrienden die ik nooit meer zou kunnen missen, maar ik werd er ook geconfronteerd met de enorme maatschappelijke problemen. Een vriend die er opgroeide in een weeshuis, nam me er op een dag mee naartoe. Ik zal nooit vergeten wat ik zag toen de koelkast werd opengetrokken om mij een frisdrank te geven: een hele rij aidsremmers. Drie op vier kinderen in het weeshuis bleken besmet met aids. Even later ontmoette ik er enkele kalligrafen en groeide het idee om een uitwisselingsproject te organiseren waarvan de opbrengst naar door aids getroffen kinderen zou gaan. Stad Brugge heeft mij daarin gesteund, en dat project groeide uit tot de tentoonstelling Wor(l)ds in 2008."Wat deed je besluiten om daadwerkelijk iets te ondernemen in Zuid-Afrika?"Daar heb ik nooit goed over nagedacht. Mijn broer en ik zijn opgevoed met die gedachte: mensen in nood help je, niet meer of niet minder." "Maar bij het organiseren van Worl(d)s trof het me dat ook kunstenaars uit de sloppenwijken zich voor ons project inzetten. Ze hadden zelf niks maar werkten mee aan een project voor het goede doel! Dat heeft me opnieuw impulsief doen besluiten om een aantal van hen een opleiding letterkappen te geven; vijf van hen oefent er dat beroep nu ook uit. Maar het blijkt niettemin moeilijk om hen en hun gezinnen uit de sloppenwijken weg te halen, daarom zijn we ook een project gestart waarbij hun kinderen beter onderwijs krijgen. Want de staatsscholen in de sloppenwijken zijn erbarmelijk. En dat werpt wel degelijk vruchten af. We hebben nu een vzw opgericht om fondsen te werven omdat het niet langer haalbaar was om dit zelf te financieren. We geven lezingen, men kan mijn atelier bezoeken, en we werken aan een nieuw cultureel project waarvan de opbrengst hier naartoe zal gaan." Jouw werk zit overal verspreid: op dressoirs overal te lande, op begraafplaatsen, in gevels gekapt, trouwers in Brugge krijgen een geschenk ontworpen door jou... Hoe voelt dat?"Ik sta daar eigenlijk niet bij stil. Als ik passeer bij iets wat ik gemaakt heb, ben ik altijd blij omdat het er nog staat. Dan denk ik niet 'oh wat ik heb ik dat toch goed gedaan' of zo. Het echte plezier zit hem in het maken voor mij. En als een werk ergens een plekje vindt, ben ik alweer bezig met iets anders."Kijk jij altijd vooruit dan? Of ook dikwijls achteruit?"Ik denk dat ik in álle richtingen kijk. (lacht) Eigenlijk probeer ik vooral nu te leven, en dat vooral sinds ik met mindfulness bezig ben. Daar ben ik vijf jaar geleden mee begonnen uit een gevoel van onrust. Want Peter en ik zijn allebei gepassioneerd door ons werk, en dat trekt zich in ons hele leven door, zelfs citytrips staan in het teken van kunst en boeken. Maar ik vond op den duur geen ruimte voor echte ontspanning meer, wist letterlijk niet meer hoe te stoppen met werken. Ik heb op tijd mindfulness ontdekt, want dat heeft me geleerd zonder zweverig gedoe om te focussen op wat ik echt belangrijk vind en graag doe."Hoe heb je je man en schrijver Peter Verhelst eigenlijk ontmoet?"Ruim tien jaar terug heb ik een tijdje meegewerkt aan het Brugse cultuurblad Exit. De hoofdredacteur ervan zou Peter interviewen maar was plots verhinderd en vroeg mij om dat interview over te nemen. Daar ben ik hem dus nog altijd dankbaar voor. (lacht) Vorig jaar zijn we getrouwd, omdat we trouwen een mooi ritueel vinden. En het werd ook een fantastische dag, met familie en goeie vrienden."Met Peter kreeg jij er tot dan single twee tienerkinderen bij. Even wennen?"Het was zoeken voor iedereen, maar het is een heel positief verhaal geworden. Ik heb zelfs veel van hen geleerd. Uit de manier waarop zij mij vanaf de eerste dag aanvaard hebben, bleek hoe flexibel jonge mensen kunnen zijn. Ze waren om de week bij ons, maar dan zaten we wel een week lang op elkaars lip bij manier van spreken. Zij spraken me er in alle openheid op aan als iets hen stoorde. Ik was dat niet gewend, omdat ik altijd alleen had geleefd. Beetje bij beetje ben ik hen daarin gevolgd en leerden we met elkaar samenleven. Nee, ik zie die gasten echt heel graag."Je bent pas 42 maar herstelt van een heupoperatie. Je kampt ook al jaren met de ziekte van Bechterew en reuma. Niet ideaal voor een letterkapper."Bechterew werd vastgesteld toen ik mijn eerste opleiding letterkappen volgde. Ik kreeg toen de raad om ermee te stoppen, maar heb die meteen naast me neergelegd. Ik heb daar ook lang niet over willen praten. Het paste niet bij mijn job, ik kampte met een soort schaamtegevoel. Maar ik ben ermee in het reine, het heeft me mee gemaakt tot wie ik ben. En ik heb geleerd om naar mijn lichaam te luisteren. Ik zorg dat ik mijn gewrichten niet overbelast, 's winters is er infraroodverwarming in het atelier... Ik besef nu beter dan ooit dat ik goed voor mezelf moet zorgen als ik wil blijven doen wat ik graag doe."