Het is een uitdrukking die al enkele jaren - tot groot jolijt van mijn vrienden - meegaat. 'Lente in de broek'. Je moet er niet meer achter zoeken dan je denkt. Het begin van de lente kondigt de kriebels in de (onder)buik aan. Na de gure en regenachtige seizoenen komen we weer uit ons kot. En werpen we stilaan de extra laagjes af om weer een stukje huid te laten zien. Het is dan dat de magie plaatsvindt. De werkmannen tjirpen bijna even luid als de vogeltjes, het gras wiegt heen en weer als een in hotpants gehulde vrouwenkont. We loensen elkaar kapot. We stralen! Vandaag zijn er geen terrasjes om te paraderen, maar of er geparadeerd wordt. Het valt me al enkele weken op, hoe singles in hun eentje of met coronabuddy - op afstand - door de stad glijden. Met steelse blikken naar de anderen die duidelijk ook alleen zijn. Corona zal de lente - in ons broek - niet tegenhouden. Integendeel, ze floreert. De Tinder-autostrade, noemde iemand het. De datende, smachtende duo's die naast elkaar wandelen of elkaar kruisen in de hoop binnenkort eens met dat ander exemplaar op stap te kunnen.

Singles smachten om iets anders te doen dan wandelen

Mijn alleenstaande overbuurman heeft er precies ook last van. Van op mijn terras, op de vijfde verdieping, kijk ik recht zijn tuin in. Na een eerste periode van beleefde, maar luid geroepen kennismakingszinnen, heeft hij een nieuwe manier gevonden om aandacht te trekken. Met hele luide muziek tuinieren en naarstig schoonmaken. Naakt. Afgezien van een fijn touwtje net boven zijn witte kont waaraan zijn gsm bungelt. Er bestaat geen twijfel over dat de andere veertig bewoners van het appartementsgebouw ook kunnen meegenieten van het zicht. Het deert de buurman niet. Naar het naaktstrand van Bredene zal hij deze zomer alvast niet moeten. Dan maar in zijn eigen tuin der lusten. Leve de vrijheid. En de lente. In of uit de broek.

Het is een uitdrukking die al enkele jaren - tot groot jolijt van mijn vrienden - meegaat. 'Lente in de broek'. Je moet er niet meer achter zoeken dan je denkt. Het begin van de lente kondigt de kriebels in de (onder)buik aan. Na de gure en regenachtige seizoenen komen we weer uit ons kot. En werpen we stilaan de extra laagjes af om weer een stukje huid te laten zien. Het is dan dat de magie plaatsvindt. De werkmannen tjirpen bijna even luid als de vogeltjes, het gras wiegt heen en weer als een in hotpants gehulde vrouwenkont. We loensen elkaar kapot. We stralen! Vandaag zijn er geen terrasjes om te paraderen, maar of er geparadeerd wordt. Het valt me al enkele weken op, hoe singles in hun eentje of met coronabuddy - op afstand - door de stad glijden. Met steelse blikken naar de anderen die duidelijk ook alleen zijn. Corona zal de lente - in ons broek - niet tegenhouden. Integendeel, ze floreert. De Tinder-autostrade, noemde iemand het. De datende, smachtende duo's die naast elkaar wandelen of elkaar kruisen in de hoop binnenkort eens met dat ander exemplaar op stap te kunnen.Mijn alleenstaande overbuurman heeft er precies ook last van. Van op mijn terras, op de vijfde verdieping, kijk ik recht zijn tuin in. Na een eerste periode van beleefde, maar luid geroepen kennismakingszinnen, heeft hij een nieuwe manier gevonden om aandacht te trekken. Met hele luide muziek tuinieren en naarstig schoonmaken. Naakt. Afgezien van een fijn touwtje net boven zijn witte kont waaraan zijn gsm bungelt. Er bestaat geen twijfel over dat de andere veertig bewoners van het appartementsgebouw ook kunnen meegenieten van het zicht. Het deert de buurman niet. Naar het naaktstrand van Bredene zal hij deze zomer alvast niet moeten. Dan maar in zijn eigen tuin der lusten. Leve de vrijheid. En de lente. In of uit de broek.