Klaas Rommelaere maakt textielkunst als levensverhaal: “Ik hou van de traagheid van handwerk”

© Christophe De Muynck
Redactie KW

Met een master modeontwerp op zak en stages bij topontwerpers zoals Raf Simons, lag de weg geplaveid voor Klaas Rommelaere om het te maken in de modewereld. Hij koos evenwel een andere weg en werd textielkunstenaar. In het museum Texture in Kortrijk is zijn eerste solotentoonstelling Dark Uncles nu te zien.

Klaas Rommelaere (34) is geboren en getogen in West-Vlaanderen, maar woont en werkt in Antwerpen. Dat Klaas zijn roots koestert, wordt overduidelijk in de tentoonstelling Dark Uncles. Al zijn kunstwerken levensgrote poppen vol geborduurde fragmenten, naast geborduurde vlaggen en portretten lezen als een dagboek. Alsof hij alle herinneringen uit zijn jeugd wil samenbrengen om zo zijn verleden haarscherp in kaart te brengen.

Een man zonder geschiedenis of een volk dat zijn verleden is vergeten, zal geen andere keuze hebben dan te verdwijnen.‘ Dat citaat van de Japanse animatieregisseur Hayao Miyazaki vat helemaal de geest van de expo samen.

Artisanale technieken

Hedendaagse kunst en kruisjessteken, geduldig geborduurd door dames op leeftijd, het lijken twee werelden die mijlenver van elkaar verwijderd zijn. Klaas Rommelaere slaat evenwel een brug tussen beide door zijn kunst vorm te geven in artisanale technieken en op die manier ook ‘zijn madams’ samen te brengen. In die zin heeft zijn kunst ook een maatschappelijk relevante dimensie.

Handwerk is heel intensief, maar het heeft ook iets meditatiefs

“Ik hou van de traagheid van handwerk, het is heel intensief, maar het heeft ook iets meditatiefs. Tijdens mijn masterstudies mode deed ik alles met de hand, van kleren breien tot motieven borduren. Mijn oma uit Ingelmunster heeft mij toen veel geholpen en ook nog daarna. Mijn afstudeercollectie bestond uit geborduurde maskers, geïnspireerd op films. Ik ben een echte filmfanaat, in mijn werk zitten vaak referenties aan bepaalde films. Het jaar nadien heb ik stage gelopen, onder meer bij Raf Simons, maar een modejob in Antwerpen zat er op dat ogenblik niet in, daarvoor moest ik naar het buitenland gaan. Met uitzondering van Raf Simons was er niet echt een modehuis dat mij aansprak om ervoor te werken en een deel van mijn leven op te geven. Ik kwam toen ook tot het besef dat het helse tempo van de mode niets voor mij was. Ik werk graag alleen, in alle rust, terwijl ik naar een podcast luister. Zo blijf ik op de hoogte van de actualiteit.”

Maskers en vlaggen

Klaas neemt ook graag zijn tijd voor het creatieve proces. “Een textielcreatie aan de muur krijgt het respect dat ze verdient. Heel anders dan mode die om de zes maanden verandert. Na mijn stagejaar heb ik besloten om voluit voor textielkunst te gaan”, vertelt hij.

“Ik woonde toen antikraak en moest dus niet veel huur betalen, dat bood mij de vrijheid om te doen wat ik wou. Mijn eerste werken waren geborduurde maskers, ze waren een voortzetting van mijn mastercollectie. Daarna ben ik vlaggen beginnen te maken. Aangezien ik tijdens mijn studies veel stoffen verzameld had, onder meer van stockverkopen, kon ik met weinig middelen aan de slag. Mijn wol kocht ik bij Zeeman. In het begin heb ik dikwijls getwijfeld aan mezelf. Ik vroeg me af waar ik eigenlijk mee bezig was, niemand zat immers te wachten op een geborduurde vlag. Ik kende ook niemand in de kunstwereld. Al die tijd ben ik toch koppig mijn ding blijven doen. Achteraf gezien is het goed dat alles zo gelopen is, ik heb mijn aanloop kunnen nemen. Ik heb moeten vechten, maar ik heb ook de tijd gekregen om te evolueren en na te denken over mijn keuzes. Als je als modestudent meteen van de schoolbanken geplukt wordt en een vliegende start neemt, is het gemakkelijk om meteen geld te verdienen, maar je krijgt de kans niet om langzaam in de schaduw te groeien. In het begin moest ik mijn tijd verdelen tussen mijn kunst en een parttimejob in een winkel.

Dat was soms frustrerend omdat ik te weinig kon produceren. Langzaam heb ik opgebouwd zodat ik sinds twee jaar van mijn kunst kan leven. Blijkbaar spreekt mijn werk mensen aan, door mijn stijl maar ook door de kunde en het werk dat erachter schuilt. Aan elk kunstwerk wordt hard gewerkt tot alles klopt zodat ik er helemaal achter kan staan. Dat is misschien mijn West-Vlaamse kantje.”

Klaas en de madams

Sinds de prille start werkt Klaas samen met 15 gepensioneerde vrouwen die meeborduren. Hij noemt ze zijn ‘madams’.

“Voor mijn eerste groot werk Human, een gigantisch grote pop, kon ik best wat hulp gebruiken. Voor ik naar Antwerpen verhuisde, werkte ik altijd bij mijn oma in Ingelmunster die mij enorm veel hielp. Omdat ik moeilijk elke dag naar Ingelmunster kon gaan, dacht ik bij mezelf dat er in Antwerpen ook wel oma’s waren die mij eventueel zouden kunnen helpen bij mijn project. Ik heb een dossier opgesteld en doorgestuurd naar de directeur van het Zorgbedrijf in Antwerpen. Toen ik mijn project persoonlijk moest voorstellen, kwam de vraag wat ik die dames te bieden had. ‘Vriendschap en een doel’, was mijn eenvoudige antwoord, want geld had ik niet. De ‘madams’ van het eerste uur herinneren mij nog altijd aan die woorden en bevestigen dat mijn belofte uitgekomen is.”

Elke pop in de tentoonstelling is een dubbelganger van iemand die belangrijk is in mijn leven

“Al zeven jaar komen we elke week samen en werken en praten we. Het zijn goede vriendinnen geworden. Ook in Ingelmunster en in Roeselare komen er dames samen om te werken. Wanneer ik aan een project begin, vertel ik hen altijd wat mijn inspiratie is en waar ik naartoe wil. Ze gaan mee in mijn verhaal. Er is een wisselwerking ontstaan tussen ons. Zij vertrouwen mij en ik vertrouw hen. Ik teken de motieven uit die zij dan borduren en ik geef er de wol bij. Het is een soort paint by numbers, maar dan creatiever, want de dames kiezen zelf welke kleur ze waar gebruiken. Iedere vrouw heeft haar eigen stijl. Zo laat ik ruimte voor het onverwachte. Wat ze voor mij doen, is niet het traditionele borduurwerk dat ze gewoon zijn en toch vinden ze het heel interessant om met mij samen te werken, niettegenstaande het grote leeftijdsverschil. Ik vind het fantastisch dat ik op hen kan rekenen, ze hebben het borduren in de vingers, ze hebben tijd en ze staan open voor nieuwe dingen. Voor hen is het dan weer een bevestiging dat hun kunde en werk waardevol zijn. Ik vind het jammer dat er zo weinig aandacht en waardering is voor de kennis en de savoir-faire die onze senioren opgebouwd hebben. De manier waarop ze tijdens de coronacrisis omgegaan zijn met onze bejaarden, heeft mij enorm geschokt. Zelf heb ik een heel sterke band met mijn grootouders. Mijn oma is mijn grote muze. Mijn opa, die er jammer genoeg niet meer is, heeft mij altijd geïnspireerd. Hij was smid en werkte in een metaalfabriek. In zijn vrije tijd was hij amateur-kunstenaar. Hij bracht restjes metaal mee naar huis en maakte er abstracte kunstwerken van, in zijn smidse achteraan de tuin. In bijna elk werk schuilt een referentie aan opa en zijn kunst.”

Opa’s foto

“Het startpunt van de tentoonstelling Dark Uncles is trouwens een foto van mijn opa die letterlijk mijn werk draagt, ik vind dat een heel sterk beeld. Telkens ik een vlag af had, namen mijn opa en zijn buurman die mee naar buiten om ze te laten fotograferen tegen een witte muur in de straat. Zo kon ik de foto’s gebruiken om ze op de sociale media te posten. Het beeld van die twee mannen die op straat liepen met mijn vlag, had iets van een stoet. Zo is het concept van de expositie ontstaan. Aanvankelijk had ik de werktitel De Stoet gekozen, maar dat leek mij iets te eenvoudig en carnavalesk. Toen kwam ik op het idee van Dark Uncles. Het is een term die voorkomt in de Netflixserie The Outsider en die eigenlijk ‘dubbelganger’ betekent. Elke pop in de tentoonstelling is een dubbelganger van iemand die belangrijk is in mijn leven. Mijn ouders, mijn zus, mijn tante en oom, mijn neef, mijn partner, mijn grootouders, een goede vriend en vriendin. Er is ook een versie van mezelf. Voor de stoet lopen twee honden, Oyster en Vasco, de honden waarmee ik opgegroeid ben in ons gezin. Elke pop vertelt boekdelen over de personen in kwestie, wat ze doen, maar ook hoe ik hen herinner toen ik kind was. De poppen zijn deels gebaseerd op foto’s van vroeger. Herinneringen waarvan ik geen foto’s heb, wou ik toch ook in beeld brengen, zoals de buurjongens van toen”, gaat Klaas voort.

Het is goed dat ik de kans kreeg om langzaam in de schaduw te groeien

“Ik ben nu 34 jaar en kom stilaan tot het besef dat alles voorbijgaat. Met het project Dark Uncles wou ik een tijdsdocument maken en heb ik al mijn herinneringen bijna letterlijk geïnventariseerd, om zo het verleden niet te vergeten. Ik heb foto’s gemaakt in het huis van mijn grootouders. Sommige zaken in huis zijn al 65 jaar oud, zoals de spreuk vaert wel ende levet scone, die ze gekregen hebben toen ze getrouwd zijn. Ik vind dat een mooie spreuk om iemand toe te wensen omdat ze zo positief is. Ze komt in bijna alle werken van de tentoonstelling terug. Oma is een diepgelovige vrouw en dat heb ik ook uitgebeeld. Zo staat Maria met kindje Jezus op de pop geborduurd. Mijn oma houdt ook veel van bloemen, die komen terug op de pop en op vlaggen. En voorts zijn er details zoals een mooie vaas of het oude behangpapier, een motief dat verwerkt is in een totem. Dit project is een heel persoonlijk werk waarin ik mezelf kwetsbaar opstel. Als mens word je gevormd door je verleden, je familie, je vrienden en andere mensen die jouw pad kruisen. Voor mij was Dark Uncles een onderzoek naar iedereen die mij beïnvloed heeft. Tegelijk is het ook een ode aan al die mensen. De totems die de stoet flankeren, zie ik als fundamenten waarop we voortbouwen op de grondvesten van onze voorouders. Ik heb de eerste vier totems gemaakt toen mijn opa gestorven is, als een eerbetoon aan hem. Ze zijn toen tentoongesteld in het Designmuseum in Gent.”

Het is de bedoeling dat dit project uitgebreid wordt. “Mijn eerste solotentoonstelling was in Zink, een kunstgalerie in Duitsland. Het was de eerste galerie die mijn kunstwerken verkocht heeft. Voor deze tweede solotentoonstelling in Texture in Kortrijk zijn er weer stukken bijgekomen. Telkens de Dark Unclesergens getoond zullen worden, zullen er figuren bijkomen. Ik vind het fijn om te kunnen voortbouwen op dit verhaal”, aldus Klaas.

Vele handen maken grote kunst

Hoeveel uren alle kunstwerken van de tentoonstelling in beslag genomen hebben, is onschatbaar. Een deel van een torso van een pop vraagt al een maand werk. Het was dan ook duidelijk dat Klaas dit gigantische werk niet kon klaren met zijn 15 ‘madams’. “Anderhalf jaar geleden ben ik met dit project gestart. Ik ben met mijn vaste groep van ‘madams’ begonnen met portretten, daarna volgden de poppen. Pas in januari 2020 zijn we op kruissnelheid gekomen. In maart hebben we workshops opgestart in Texture voor mensen die mee wilden borduren. Na twee sessies zijn we ermee moeten stoppen door de lockdown. Ik heb dan thuispakketten opgestuurd. Voor de opvolging hadden we vooral contact via WhatsApp, mail en telefoon. In totaal heeft een tachtigtal vrouwen meegewerkt aan deze tentoonstelling. Dankzij al die vrouwen heb ik dit project tot een goed einde kunnen brengen, zonder echt compromissen te moeten sluiten. Hun enthousiasme en positieve energie hebben mij enorm geraakt.” (Lut Clincke)

‘Dark Uncles’ loopt nog tot zondag 31 januari 2021 in Texture, Noordstraat 28 in Kortrijk. De tentoonstelling is een samenwerking met Be-Part, Platform voor actuele kunst.

www.texturekortrijk.be

Wie is Klaas Rommelaere?

– Klaas Rommelaere (34) is geboren in Roeselare.

– Na zijn humaniora aan het Sint-Jozefscollege in Izegem studeert hij modetechnologie in Gent. In 2013 behaalt hij zijn master modeontwerp aan KASK Gent. Een jaar later begint hij te werken als textielkunstenaar.

– In 2014 stelt hij de installatie Human tentoon in Antwerpen, neemt hij deel aan Vivo per Lei, een kunstproject t.v.v. Kom Op tegen Kanker in de Verbeke Foundation in Kemzeke. Een jaar later stelt hij werk tentoon in het Museum voor Kostuum en Kant in Brussel en ontvangt hij de PIG (Practical Intelligence Genius) Award in Kopenhagen. In 2016 neemt hij deel aan verschillende groepstentoonstellingen in Milaan, Mechelen, Aalst en Gent. In 2017 stelt hij zijn werk tentoon op de MadArt Fair in Madrid en in Galerie Zink in Duitsland. In 2018-2019 neemt hij deel aan de expo Soft? Tactiele dialogenin Antwerpen en aan Textus ex Machina in Hongarije. Vandaag loopt zijn eerste solotentoonstelling Dark Unclesin Galerie Zink in Duitsland en in Texture in Kortrijk en geeft hij het gelijknamige boek uit bij Art Paper Editions.