Lode Aerts werd geboren op 2 oktober 1959 in Geraardsbergen in een gezin van zes kinderen. Aan het seminarie van Gent volgde hij filosofie en later ook theologie.
...

Hij laat het woord een paar keer vallen tijdens ons gesprek. Verbondenheid. Hij voelt het ook bij de zee, zegt hij, terwijl hij breed glimlachend herinneringen ophaalt aan zijn tante Jeanne uit Oostende, een vrouw zo kwiek dat ze toen ze al in de tachtig was nog vrijwillig muren ging behangen om mensen uit de nood te helpen. "Ze was de zus van mijn oma, altijd heel gastvrij, welgezind ook", vertelt Lode Aerts.Op vandaag komt de bisschop nog vaak in Oostende, als zijn heel drukke agenda het toelaat, tenminste. Vaak is het om de rust op te zoeken. Die vindt hij bij de zusters clarissen in het Monasterium Zonnelied in de badstad, maar evengoed bij de paters in West-Vleteren. Bisschop Lode Aerts houdt er zich aan om één dag in de maand een stiltedag te houden: geen gsm of mailtjes. Dat werkt naar eigen zeggen vooral dankzij de vele medewerkers rondom hem, die hij tijdens onze babbel heel vaak op een pedestal zet.Veel stilte is er niet tijdens de wandeling. Op de dijk wordt hard gewerkt en op de Westelijke Strekdam beukt de wind tegen ons in, maar daar maalt de bisschop niet om. Hij geniet zichtbaar van de zon en de grillen van de natuur. "Wandelen langs de kustlijn is fantastisch: je ziet de golven, je hoort de wind, je proeft het zout... Je staat open voor de natuur, die groter is dan jezelf." Hij was een week eerder in Nieuwpoort, om een kindje te dopen. Komende zondag, op Pasen, doopt hij enkele volwassenen. "Ik kijk daar oprecht naar uit. Ze maken echt bewust die keuze. Zo is er een vrouw die richting zocht in haar leven en door haar yogaleraar bij ons terechtgekomen is. Ze schreef in een brief dat ze rust heeft gevonden. Dat zijn heel mooie zaken om te lezen. Pasen is een drukke dag, ja. Er wordt veel gefeest en ik ontmoet heel wat mensen. De dag nadien is een vrije dag en dan ga ik met andere priesters musea bezoeken." Heeft u daar überhaupt veel tijd voor?"Als ik eens een vrije dag heb, dan ga ik heel graag naar Brussel, Gent of Antwerpen. Of naar Louvre-Lens of Lille, met onder meer grote maquettes van steden die Lodewijk XIV heeft laten versterken. Ik hou van oud-christelijke kunst, maar evengoed van moderne kunst. Het religieuze is daarin minder aanwezig, maar ze toont wel hoe de mens staat in het leven op vandaag."Kreeg u die liefde voor kunst van thuis uit mee?"Ja. Mijn mama heeft altijd heel hard gewerkt. Ze zorgde zelf ook voor de opvang van mijn zwaar gehandicapte zus, die jammer genoeg ook is overleden. Om de batterijen op te laden, trok mijn moeder graag een dag naar een museum."Zijn uw ouders al lang gestorven?"Mijn mama is overleden in 2000, mijn vader in 1989. Vrij vroeg, ja. Misschien verklaart dat wel mijn gedrevenheid, dat ik denk: dit kan wel eens het laatste jaar zijn dat ik leef. Die gedachte hoeft overigens niet pessimistisch te zijn, integendeel. Mijn vader is 60 geworden, ik ben nu 58. Natuurlijk sta ik daarbij stil. Ik heb dat vooral 's morgens; dan heb ik het gevoel dat ik weer een dag krijg, een cadeau. Een dag die ik eigenlijk niet zomaar onbenut voorbij mag laten gaan. Ik leef eigenlijk heel graag."Heeft u goeie contacten met uw broers en zussen?"Hele goeie. Toen ik naar Brugge kwam, hebben ze geholpen om de verhuizing en de inrichting te organiseren." "De eerste weken waren ze ook een echte houvast, net als hun kinderen. Daar heb ik veel geluk mee. Die band is goed, ja. Om een voorbeeld te geven: na Pasen gaan we met zijn allen een kleine week op vakantie naar Bourgondië. Dan gaan we veel wandelen, musea bezoeken, bijpraten. Het is een familietrekje, ja." (lacht)Dan is er de klassieke vraag: mist u geen familie van uzelf?(denkt na) "Eigenlijk heb ik al een grote familie. Misschien klinkt dat wat vreemd, maar het voelt wel zo aan. De laatste tijd is ze alleen maar groter geworden. Ik ben ook zes keer peter van opgroeiende kinderen, dus... Ik aanzie het niet als een groot gemis."Bent u ooit verliefd geweest?"Ja, natuurlijk! Dat meisje is ondertussen gelukkig getrouwd en heeft haar gezin. De liefde was lange tijd een grote factor van onzekerheid. Ik heb me tijdens mijn lange opleiding, inclusief vorming, stage en cursussen, vaak de vraag gesteld of ik wel verder zou doen. Het geloof en het leven passioneerden mij, maar mijn grote angst was dat ik heel eenzaam en triest zou worden. Eerlijk: ik heb nog tot aan mijn wijding angst gehad. Ik dacht: dit gaat niet lukken, ik ga een eenzaam leven tegemoet. Dat heeft jaren in mijn achterhoofd gezeten."Wat heeft er dan de doorslag gegeven?"In zo'n opleiding duurt het bijna zeven jaar voor je de stap naar priester kunt zetten. Het feit dat die zeven jaar allesbehalve eenzaam of triest waren, scheelde veel. Er ging een hele wereld voor mij open: op religieus, cultureel en menselijk vlak. En op een gegeven moment denk je: ik ben nu al zo lang bezig, misschien kan ik dingen doorgeven aan anderen als ik die stap naar het priesterschap zet. Maar toch was het met een klein hartje, net als mijn wijding tot bisschop overigens."De liefde was vervaagd?"Toen ik met de opleiding begon, heb ik er een punt achter moeten zetten. (zucht) Je kan ook maar één leven leiden. Voor iemand die dit nu zal lezen en niet diepgelovig is, zal dat iets vreemds blijven, denk ik. En zonder pretentie: dat was iets wat ik vroeger ook niet begreep. Maar het intrigeerde mij wel. Dat lichamelijke van een partnerrelatie heb je niet, maar heel het geloof op zich is iets relationeels als het ware. Dat valt moeilijk uit te leggen."Heeft u een roeping gehad?"Ik denk het wel, al is dat wat gegroeid. Toen ik 16 of 17 was, stelde ik mij veel vragen. We waren de jaren zeventig en er was veel pessimisme: de natuur was bedreigd, er was de oorlog in Vietnam... en thuis hadden we veel zorgen om onze zus. Toen voelde God wel heel vaag en ver. Je wil daartegen vechten, tegen die miserie, oorlog en verloedering. Maar dan komt ook het besef dat je niet alles zelf kan veranderen. God is dan stilletjes bij mij gekomen. (zwijgt) Thuis had de kinesist ons van alles aangeleerd, zodat onze gehandicapte zus niet zou verkrampen en haar spieren soepel zouden blijven. Voor mij was dat een soort spiegel: ik leerde dat ik subtiel of verborgen ook veel handicaps of beperkingen had. En toen kwam er een soort aanvaarding, een verzoening met de werkelijkheid. In die tijd kwam ik ook in aanraking met een bezinningsgroep, waar ik heel veel kracht uit haalde en begon ik mij te verdiepen in het religieuze."Hoe stonden ze daar thuis tegenover?"Afwachtend, niet enthousiast. Ik probeerde daar eerder discreet in te zijn." Nochtans was een priester in de familie hebben een zekere trots voor die generatie?"Mijn ouders waren gelovig en geëngageerd, maar absoluut niet fanatiek. Mijn vader, die eerst tuinarchitect was en later inspecteur van overheidsgebouwen, wilde dat ik iets anders deed. Misschien maar goed ook, want net omdat mijn pa er wat tegen was, wilde ik als tiener toch mijn zin doen. Hij heeft er zich mettertijd mee verzoend, maar het is niet zo dat ze mijn priesterschap als een soort parel aan de kroon zagen. Mijn ouders waren ook eerder nuchter, bescheiden en allesbehalve hoogmoedig. Ik was dan weer een grote twijfelaar. Ik heb zelfs even overwogen om leraar Frans te worden."Was die twijfel er ook toen u gevraagd werd om bisschop te worden?"Zeker. Ik heb niet nee gezegd, maar wel bedenktijd gevraagd."Wat is de grootste uitdaging binnen de Kerk op vandaag? "Het geloof uitdiepen, muren afbreken en verbinden. Als het geloof echt authentiek is, is het een enorm geschenk. De priester heeft niet meer dezelfde impact als vroeger, nee. Ik vind dat geen drama. Ik leef liever nu in deze samenleving dan vroeger. Ik denk ook dat die bescheidenheid ons beter past. Er is een enorme verandering bezig. We komen van een tijd waarin het christendom heel prominent aanwezig was, waarin het leven van wieg tot graf erdoor bepaald werd, doorheen gebouwen, politiek, onderwijs en zorg. Op vandaag is dat helemaal anders en ik begrijp dat het zeker voor een oudere generatie een heel groot verschil moet zijn. Jongeren die in deze moderne wereld geboren zijn, hebben geen rekening te vereffenen met vroeger. Met die onbevangenheid kunnen wij het geloof weer prediken."In die moderne samenleving is er op vandaag veel te doen rond vrouwen. Kan de Kerk nog lang alleen maar mannelijke priesters hebben?"Ik kan begrijpen dat het ritme op religieus vlak wat later ligt. De Kerk is een familie die je wil samenhouden. Ik heb vertrouwen dat vrouwen een grotere rol gaan krijgen. Dat moet groeien. Eigenlijk hoeft een priester niet alles te leiden. Hij heeft de spirituele taak om te verbinden, maar het draagvlak daarrond is zoveel groter, van diakens tot pastorale werkers en vrijwilligers."Kan het voor u, een vrouw als priester?"Zeker, ook al omdat het bestaat."Maar niet binnen de rooms-katholieke Kerk. "Ik denk niet dat het onmogelijk is. Maar ik denk ook dat we eerder getrouwde mannen zullen zien die priester worden. Dat wordt de eerste stap, denk ik. Maar eerlijk: heel die zaak wil ik ook relativeren. De Kerk is geen eenmanszaak. Het gevaar is dat we nu te veel op die priesterfunctie focussen. Kijk vooral naar al die mensen die daarrond staan. Ik ga er geen datum op plakken, maar ik sluit niet uit dat vrouwen ook priester worden."Heeft u nog een grote droom?"Het is beroepsmisvorming, zult u denken, maar voor mij is het geloof een enorm cadeau en ik hoop dat heel veel mensen er ook vrijheid in kunnen vinden, zonder dat die opgedrongen is. Of ik nog iets concreters droom? Ik ben nogal bescheiden in mijn verlangens. Dan denk ik terug aan mijn vader: als ik morgen sterf, dan ben ik er eigenlijk gerust in. Het hoeft niet meteen, maar als het zover is, heb ik er vrede mee. Want nog eens: het leven is voor mij echt een geschenk. Daar ben ik heilig van overtuigd."