Alle kinderen in de klas van meester Ivan ontvingen bij aanvang van het schooljaar 1970-'71 een uitnodigingskaart van voetbalclub Rekkem Sport. We mochten eens gaan proberen. Een week later was het zover. In een grauwgrijs betonnen kleedkamer stond ik samen met enkele vrienden een paar gebruikte voetbalschoenen aan te trekken voor de gemengde training. Het was koud, het miezerde en er stond een felle noordoostenwind. De regen voelde als striemende stukjes glas op mijn negen jaar jonge wangetjes. Wij waren miniemen, de naam alleen al vond ik vernederend. "Komaan, niet blijven staan, scholieren kies een miniem en ...

Alle kinderen in de klas van meester Ivan ontvingen bij aanvang van het schooljaar 1970-'71 een uitnodigingskaart van voetbalclub Rekkem Sport. We mochten eens gaan proberen. Een week later was het zover. In een grauwgrijs betonnen kleedkamer stond ik samen met enkele vrienden een paar gebruikte voetbalschoenen aan te trekken voor de gemengde training. Het was koud, het miezerde en er stond een felle noordoostenwind. De regen voelde als striemende stukjes glas op mijn negen jaar jonge wangetjes. Wij waren miniemen, de naam alleen al vond ik vernederend. "Komaan, niet blijven staan, scholieren kies een miniem en we gaan rondjes lopen", brulde de norse trainer. Willy koos mij, zijn smerige blik en scheve, Stimorol kauwende mond waren al traumatisch genoeg om hier zo snel mogelijk vandaan te lopen. Maar ik bleef volharden, toch de eerste vijf minuten. Hij liep schuin naast me en met de regelmaat van de klok lapte hij me een pootje zodat ik na één ronde al onder het slijk zat. Hij bleek een chronische spuwer te zijn, witte fluimen vlogen telkens op een aantal centimeter van mijn neus voorbij om dan net naast mijn voeten in het gras te belanden. "Gij wordt nooit voetballer, ventje", waren de enige zinnige woorden die ik hem ooit hoorde zeggen. Na drie rondjes rond het plein kon ik niet meer, mijn hart bonsde in mijn hoofd en toen Willy me voor de vijfde keer onderuit trapte verliet ik, net niet in tranen, het drassige plein van Rekkem Sport. Er volgden nog twee trainingen en op zaterdag ging ik kijken hoe de scholieren presteerden tijdens een match. Willy werd tijdens de tweede helft zwaar aangetrapt door de tegenpartij. Hij bleef liggen en sloeg met zijn handen hard in het gras om de pijn te onderdrukken. Verdiende straf, moet ik toen gedacht hebben. Na drie weken trainen ontving ik een officiële uitnodiging voor een 'echte' match tegen Kruiseke. Zou ik dan toch nog uitgroeien tot topspeler en later misschien linksvoor bij Club Brugge worden of trainer van KVK? Mijn vader, die zijn hele leven bang voor 'de bal' was geweest en vooral de fysieke gevaren van de sport zag, sprak: "Pas maar op dat ze jou niet lam schoppen en doe geen preusslagen*.""Reservespeler, hé manneke, ge zijt reserve", zei mijn broer met de kaart zwaaiende. Die zaterdag kwam ik fris en gekamd met een naar Ariel+ ruikende outfit en blinkende schoenen de kleedkamer binnen.Ronny, die toen al 85 kilogram woog, was ook reserve en zou straks naast mij op de bank zitten tijdens de match. Uit het niets verscheen plots Willy. Hij vroeg mijn uitnodiging om te spelen. "Gij gaat het plein niet op vandaag manneke, no way", sprak hij, scheurde mijn kaart in kleine stukjes en duwde ze langs mijn nek onder mijn truitje. Ik moest hard slikken om mijn ogen droog te houden, nam mijn spullen, liep naar buiten en fietste half bedwelmd naar huis waar ik mijn tranen de vrije loop liet. Mijn ouders vonden het beter zo en kochten me de week erop een tennisraket, maar dat is weer een ander verhaal.*iets dwaas doen om op te vallen (Vlaams Woordenboek)