Leonard, geboren ergens in Frankrijk in 1928, was een weesjongen die op zijn achttiende besliste om bij het vreemdelingenlegioen te gaan. Ik zag hem regelmatig in een oud volkscafé net over de Franse grens, waar hij dagelijks zijn glaasjes Pernod ging drinken. Sinds zijn pensioen was hij in de ban geraakt van de duivensport, kampioenen had hij nog niet gekweekt. Hij had kleine blauwe bolle ogen die altijd glinsterden van het vocht en met de regelmaat van een klok moest hij ze deppen met zijn veel te grote zakdoek. "Dat is begonnen tijdens de Algerijnse oorlog en niet meer gestopt", had hij me ooit toevertrouwd.
...