30.282 euro
...

"Mijn strafste jaar ooit", zei Yves Lampaert na zijn zege in Brugge-De Panne. Toch haalde hij met zijn 30.282 euro aan prijzengeld niet de bedragen van 2017 (33.537 euro), 2018 (35.183 euro) en 2019 (42.897 euro). De 29-jarige Hulstenaar heeft echter gelijk. In 2017, 2018 en 2019 haalde hij nog 87, 91 en 93 koersdagen, terwijl hij in dit coronaseizoen op 38 bleef steken. Veel prijzengeld voor weinig koersdagen dus. Lampaert voert zo voor het vierde jaar op rij ons fictieve klassement aan voor Tim Declercq (10.990 euro), Gianni Vermeersch (10.770 euro), Jonas Rickaert (8.850 euro) en Xandro Meurisse (8.677,5 euro).Het kan: op het einde van het seizoen tot de conclusie komen dat je nul euro aan prijzengeld hebt bijeen gereden. Aaron Verwilst, die met een geknelde liesslagader sukkelde en daardoor aan amper elf wedstrijddagen kwam, zorgde voor die twijfelachtige eer. Ook Floris De Tier en Emiel Planckaert behaalden in 2020 geen enkele prijs, maar kregen wel 50 euro startgeld voor deelname aan het BK op de weg. Hebben die renners dit jaar dan niet gepresteerd? Niet per se. De Tier won bijvoorbeeld het bergklassement in de Ruta de Sol, maar ontving daarvoor enkel een trofee. We herinneren ons ook de eerste twee campagnes van Tim Declercq bij Quick-Step in 2017 en 2018. El Tractor was toen goed voor 450 en 825 euro aan prijzengeld, maar had zich wel het hele seizoen voor zijn kopmannen uitgesloofd.Amper zes of 14,6 procent van de 41 West-Vlaamse profs vergaarden in 2020 meer prijzengeld dan het jaar ervoor. Vooral Tim Declercq (2.495 euro in 2019 naar 10.990 euro in 2020), Jonas Rickaert (1.850 euro in 2019 naar 8.850 euro in 2020), Harm Vanhoucke (265 euro in 2019 naar 6.525 euro in 2020) en Gianni Vermeersch (4.240 euro in 2019 naar 10.770 euro in 2020) kenden een uitstekende campagne.Dat zoveel profs dit jaar een pak minder goed scoorden, wordt echter niet duidelijk als we het totaalplaatje bekijken. Onze 41 profs kwamen dit jaar aan gemiddeld 31,9 koersdagen en reden samen 129.330 euro aan prijzengeld bijeen. Dat lag in de lijn met 2019 (264.229 euro, gemiddeld 65,2 koersdagen), 2018 (266.083 euro, 68,7 koersdagen) en 2017 (264.428 euro, 72,2 koersdagen). Toch deden in 2020 heel wat bekendere West-Vlaamse renners het minder goed, zoals Jens Debusschere (7.615 euro in 2019, 525 euro in 2020), Timothy Dupont (31.555 euro in 2019, 6.395 euro in 2020), Jens Keukeleire (11.568 euro in 2019, 3.250 euro in 2020), Baptiste Planckaert (26.697 euro in 2019, 3.185 euro in 2020), Sep Vanmarcke (31.310 euro in 2019, 1.050 euro in 2020) en Jelle Wallays (10.050 euro in 2019, 490 euro in 2020).Zijn zege in Brugge-De Panne, één van de twee West-Vlaamse WorldTour-eendagskoersen die in 2020 wel konden plaatsvinden, leverde Yves Lampaert de mooie som van 16.000 euro op, het hoogste bedrag dat een West-Vlaming dit seizoen vergaarde. Andere opmerkelijke prestaties kwamen van de hand van diezelfde Lampaert (tweede in de Omloop Het Nieuwsblad, 8.000 euro), Tim Declercq (tweede in Brugge-De Panne, 8.000 euro), Jonas Rickaert (zege Dwars door het Hageland, 7.515 euro) en Gianni Vermeersch (zege Antwerp Port Epic, 5.785 euro).Mauri Vansevenant vierde pas in juli zijn profdebuut, maar ontpopte zich meteen tot een opmerkelijke revelatie. Hij reed in de Waalse Pijl een hele dag in de aanval en kroonde zich daarnaast ook tot interessantste West-Vlaamse ploegmaat van 2020. Zijn team Deceuninck-Quick-Step was maar liefst zeven keer aan het feest toen Mauri van de ploegselectie deel uitmaakte: eerste rit Tour de l'Ain (Andrea Bagioli), Druivenkoers (Florian Sénéchal), ploegentijdrit Settimana Coppi e Bartali (Deceuninck-Quick-Step), tweede rit Settimana Coppi e Bartali (Andrea Bagioli), individuele tijdrit & eindklassement Ronde van Slovakije (Jannik Steimle), Brabantse Pijl (Julian Alaphilippe) en Brugge-De Panne (Yves Lampaert). Op een totaal van amper 19 koersdagen geen onaardig winstgemiddelde: 42,1 procent. Vansevenant doet daarmee nog straffer dan Jonas Rickaert (10 ploegzeges op 34 koersdagen, 29,4 procent), Gianni Vermeersch (7 op 24, 29,2 procent), Yves Lampaert (11 op 38, 28,9 procent), Tim Declercq (9 op 53, 17 procent) en Bert Van Lerberghe (7 op 42, 16,7 procent). Je moet het maar doen: als tweedejaarsbelofte meer prijzengeld vergaren dan 80 procent van de profrenners uit je eigen provincie. Henri Vandenabeele (20) van Lotto-Soudal U23 slaagde erin. Hij moest in de Baby Giro alleen Thomas Pidcock voor zich dulden, won een bergrit in de Ronde de l'Isard en werd er tweede in de eindstand. Opmerkelijk: de Dentergemse klimmer blijft in 2021 als belofte aan de slag bij het Development Team van Sunweb. Met als gevolg dat het wielerpeloton volgend jaar geen enkele West-Vlaamse neoprof zal tellen. We hebben het even nagekeken: de voorbije 50 jaar is dat nog nooit gebeurd. Zeven keer zette een West-Vlaamse renner in 2020 een nevenklassement naar zijn hand: Xandro Meurisse (puntenklassement Ronde van Murcia, 0 euro), Floris De Tier (bergklassement Ruta del Sol, 0 euro), Harm Vanhoucke (bergklassement Tour du Poitou-Charentes, 500 euro), Baptiste Planckaert (bergklassement Ronde van Luxemburg, 500 euro), Kenny Molly (bergklassement Ronde van Slovakije, 850 euro), Mauri Vansevenant (bergklassement Waalse Pijl, 1.250 euro door vijf keer als eerste op een helling boven te komen) en Stan Dewulf (strijdlust 8ste rit Vuelta, 200 euro). Het individuele prijzengeld in euro's dat Timothy Dupont de voorbije vijf seizoenen in totaal bijeen reed. Daarmee doet de 33-jarige Gistelnaar zelfs beter dan Yves Lampaert (149.477 euro) en Sep Vanmarcke (101.917 euro). Dupont dankt dit aanzienlijke bedrag aan zijn topjaar 2016, toen hij met zestien overwinningen zegekoning werd en 71.263 euro aan prijzengeld verdiende. Ook in 2018 (32.861 euro) en 2019 (31.555 euro) bleek Dupont heel succesvol, terwijl 2020 (6.395 euro) zijn minste campagne was.