"Het was niet om aan te zien", siddert zijn 43-jarige zoon Jeffry na. "Maar het zag er erger uit dan het eigenlijk was. Zijn oudestevig karkas werd wel dooreengeschud en de naweeën laten zich, zij het almaar minder, nog steeds gevoelen. Toch wil mijn 73-jarige papa zo gauw mogelijk met zijn W.T.C. Sharky's opnieuw de Polders en de belendende gebieden weer op twee wielen doorkruisen. Onbevangen. Hij wil kennelijk sterven op zijn koersfiets. Zijn goed recht toch, maar hopelijk niet te gauw."
...

"Het was niet om aan te zien", siddert zijn 43-jarige zoon Jeffry na. "Maar het zag er erger uit dan het eigenlijk was. Zijn oudestevig karkas werd wel dooreengeschud en de naweeën laten zich, zij het almaar minder, nog steeds gevoelen. Toch wil mijn 73-jarige papa zo gauw mogelijk met zijn W.T.C. Sharky's opnieuw de Polders en de belendende gebieden weer op twee wielen doorkruisen. Onbevangen. Hij wil kennelijk sterven op zijn koersfiets. Zijn goed recht toch, maar hopelijk niet te gauw."Die fysieke beproeving was klein bier met wat hem in de vroege morgen van 1 december wachtte. Zijn twee maanden jongere echtgenote Hedwige Stultjens ontwaakte niet meer. Dat was een nog rakere en definitievere klap, waarvan Willy zich meer dan kranig aan het herzetten is.Wie gekoerst heeft, kan beter tegen een stootje dan een gewone sterveling. Willy Deschryver heeft dus gekoerst, zij het niet bijster lang. Uithouding was zijn grote troef, maar omdat het hem aan explosiviteit mangelde, was winnen heel weinig aan hem besteed."Ik behaalde amper vier overwinningen", bekent Willy ootmoedig. "En in die dagen was, meer nog dan nu, degene die niet won een verliezer. Toch kon ik mijn voetje zetten naast de beteren uit mijn lichting en dat waren niet de minsten, maar wel onder meer Roger De Vlaeminck en Jean-Pierre Monseré, die mij wisten wonen om een koers naar hun hand te helpen zetten."If you can't beat them, join them, werd het motto van Willy Deschryver, die tientallen keren als de lachende tweede en derde op het podium werd geroepen en als de rijkste van het deelnemersveld naar Zeebrugge terugkeerde.Beroepsrenner worden is nooit een optie geweest. Wie in die periode weinig won, werd niet voor vol aanzien. Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht aan de Luchtbal in Antwerpen inspireerden Willy's vaardige handen hem om fietsenmaker te worden. In die dagen werd de vestigingswet in het leven geroepen en Willy zette, na een opleiding in Veurne, vol in op de zekerheid van een eigen fietsenzaak, met ook bromfietsen en scooters, die hij meer dan een halve eeuw runde en op 1 april overliet aan zijn zoon, maar waarin hij nog elke dag trouw aanwezig is."Vanzelfsprekend had ook ik het graag als beroepsrenner geprobeerd, maar zelfs een eventuele carrière à la De Vlaeminck zou mij niet gelukkiger gemaakt hebben dan ik nu ben", veronderstelt Willy. "Het wielrennen heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Een winnaar is een verliezer die niet opgeeft maar doorzet. In mijn twee beste jaren eindigde ik 34 respectievelijk 36 keer bij de eerste drie. Frustrerend? Toch niet, liever een lachende verliezer dan een betalende winnaar. In Moerkerke had Monseré het niet nodig geacht om het met mij op een akkoordje te gooien. Ik benaderde hem tot op een banddikte. De aanstaande wereldkampioen schrok zich een hoedje en was van dan af bijzonder respectvol voor en vriendelijk tegen mij. Het gaf mij een zalig gevoel er helemaal bij te horen."Willy Deschryver was in de jaren zestig hot in Zeebrugge zoals hij dat, zij het meer ingetogen, als zeventiger nog steeds is. In café Abri had hij indertijd een supportersclub van meer dan 100 leden. Eigenlijk houdt hij de combinatie koersen en socializen nog altijd vol en dat levert levenskwaliteit op. In de tweewielerzaak Deschryver aan de Heiststraat 173 is het elke dag open deur.