Michel Pollentier blijft beloften met argusogen volgen: “Renners van ex-ploeg zijn goed, maar nog niet top”

Michel Pollentier toont zijn ‘maglia rosa’ als winnaar van de Ronde van Italië in 1977. Drie jaar later schreef hij ook de Ronde van Vlaanderen op zijn naam: “Zondag zit ik de hele dag voor mijn tv-scherm.” (foto Coghe) © Foto Coghe
Hans Fruyt
Hans Fruyt Medewerker KW

Ook al werd Michel Pollentier anderhalve maand geleden 71 en stapte hij niet in de fusie van EFC-L&R-Vulsteke en Gaverzicht-BE Okay, hij blijft de beloften volgen. Wat zag hij de voorbije weken van jonge West-Vlamingen die dromen van een profcontract?

“Nog niet zo veel”, reageert Pollentier. “Maar Alec Segaert, Jelle Vermoote, Warre Vangheluwe en Jelle Harteel zijn goed. Twee weken terug ging ik naar de Youngster Coast Challenge kijken. Die internationale wedstrijd voor beloften draaide uit op een sprint met een hele groep. Daar kan je niet veel van zeggen. Als je geen sprint hebt, speel je niet mee.”

Vandaar verre ereplaatsen voor Alex Vandenbulcke (18de), Warre Vangheluwe (21ste), Michiel Lambrecht (29ste), Jelle Vermoote (31ste), Aaron Stockx (34ste) en Victor Vercouillie (38ste). Net als de profs deden Groupama-FDJ, Colpack en Lotto-Soudal het in de slotkilometers van deze Youngster Coast Challenge met sprinttreintjes. Lastig voor enkelingen om een plaatsje tussen dat geoefende ploegwerk te veroveren.

“Jammer dat zo’n beloftenkoersen bij het publiek weinig interesse wekken”, gaat Pollentier verder. “Begin september volgde ik de Flanders Tomorrow Tour, een driedaagse voor beloften in dezelfde regio. Daar kwam nauwelijks volk op af. Spijtig, want dergelijke koersen lokken de wereldtop.”

Topper in wording

Bij de junioren hoorde Alec Segaert tot die wereldtop. De eerste maand van zijn eerste seizoen bij de beloften liet de kerel uit Lendelede al leuke dingen zien.

“De Kattekoers heb ik zondag niet gezien, maar ik hoorde dat Alec diep in de finale een aanval opzette, in een poging om een sprint te ontlopen”, weet Pollentier. “Door de organisatie bij de ploegen heeft zo’n uitval slechts een kleine kans op succes. Van vorig jaar wisten we allemaal dat Segaert goed is, een topper in wording.”

Alleen vindt Pollentier het, samen met de entourage van de fusieploeg EFC-L&R-AGS, jammer dat de Europese tijdritkampioen voor Lotto-Soudal koos en niet mee in het nieuwe project stapte.

“Wij hadden het bij EFC-L&R-Vulsteke lastig om de toppers naar onze ploeg te halen, en dat is ook na de fusie met de club uit Deerlijk zo”, beseft Pollentier. “Hetzelfde geldt voor Jelle Harteel. De fusieploeg kon ook hem niet overtuigen om mee te stappen in het nieuwe project. En wie heel goed is, wordt tegenwoordig na één of twee jaar prof. Waarmee ik niet wil zeggen dat dit goed is voor die renners. Alleen is het moeilijk om neen te zeggen als je die kans krijgt.”

Ook al is hij niet langer betrokken, met Wim Feys blijft Michel Pollentier intens contact houden.

“Meteen na de Wim Hendriks Trofee, de eerste manche van de Road Series, had ik Wim al aan de lijn met een verslag”, lacht Pollentier. “Tot nog toe zijn de prestaties van de renners van mijn vroegere ploeg goed, maar niet top. Ik denk dat ze Thomas Naudts (klierkoorts, red.) gemist hebben. Bij zijn wederoptreden in Koewacht haalde hij al meteen de top tien.”

(HF)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.