Mevrouw Lampaert en Vansevenant: “Dat ze niet vaak thuis zijn, maakt het net mooi”

Mama Astrid Demeulemeester met Aloïs en Amber Vandierendonck: “Rennersvrouwen hebben een totaal ander leven, wat daarom zeker niet minder leuk is.” © JOKE COUVREUR
Tom Vandenbussche

Hun mannen zijn profwielrenner, zijn sinds vorig jaar ploegmaats bij Deceuninck-Quick-Step, wonnen in het verleden beiden WestSprint en waren de voorbije weken zelfs heel even concurrenten van elkaar in de strijd voor de IJzeren Briek. Wij brachten Astrid Demeulemeester (28) en Amber Vandierendonck (22), respectievelijk mevrouw Yves Lampaert en mevrouw Mauri Vansevenant, samen voor hun eerste dubbelinterview. Voor Amber was het zelfs haar eerste interview ooit. “Amber, het is goed dat de gesprekken tussen Mauri en jou niet alleen over de koers gaan”, glimlacht Astrid.

Een fotoshoot met een drie maanden oude baby is altijd een belevenis op zich. De kleine Aloïs houdt zich in eerste instantie kranig, tot het zoontje van Yves Lampaert en Astrid Demeulemeester op een bepaald moment toch zijn keel openzet. Mama Astrid meldt dat het tijd is voor zijn papje. Papa Yves, die zich aan het klaarmaken is om op training te vertrekken, kan een lach niet onderdrukken. “Het is een heel braaf ventje, maar als hij honger heeft, moet het geen vijf minuten duren.” Amber Vandierendonck, vriendin van Mauri Vansevenant, grijnst. “Het is precies Mauri. Als die honger heeft…” Yves knikt met een veelzeggend lachje. “Ik had dat vroeger ook, maar het is al veel verminderd. Ik moet er sowieso wat op letten, want ik ben iemand die rap bijkomt en mijn maag is wat gevoeliger geworden, merk ik.” Astrid nestelt zich met Aloïs (en melkflesje!) in de zetel. Amber en ondergetekende volgen haar spoor. Hoog tijd om de openingsvraag af te vuren.

Hoe goed kennen jullie elkaar?

Astrid: “Het is de eerste keer dat we elkaar zien. Maar ik herinner me wel nog de dag waarop Yves thuiskwam en zei: Mauri heeft een lief.”

Amber: “Sinds begin februari zijn we een koppel.”

Yves: “Maar had je ervoor al niet eens met elkaar afgesproken?”

Amber: (knikt) “In januari.”

Yves: (lacht) “We hebben toen al alles uit Mauri’s neus gepeuterd, want we hadden iets met een hartje op zijn gsm zien passeren.”

Astrid: (maakt brede gebaren met haar armen) “Maar echt, die coureurs, hé. Die zijn erger dan vrouwen. Ze weten alles van elkaar. Ongelofelijk!”

Yves: “Hij stuurde altijd een hartje onderaan zijn berichten. Waarop ik zei: Mauri, het is niet verplicht om bij elk bericht een hartje te plaatsen, hé.”

Astrid: (proest het uit) “Bij ons gebeurt dat al lang niet meer.”

Amber: (glimlacht) “Maar bij ons ook niet meer, hoor.”

Astrid: (gespeeld) “De kalverliefde is al over.”

Koersvrouw, het is en blijft toch een vak apart.

Astrid: “Het is een apart leven. Een normaal uitgaansleven, dat zit er niet in. Of je moet veel apart uitgaan. (grijnst) Niet dat ik dat moeilijk vond. Maar normaal ga je als koppel uit, terwijl ik daar heel vaak alleen toekwam.”

Amber: “Ik ga nog geregeld met vrienden uit, vooral als Mauri voor de koers in het buitenland zit.”

Astrid: “Ik ben dan ook blij dat ik het zo goed kan vinden met enkele andere rennersvrouwen en te kunnen afspreken met vriendinnen die hetzelfde meemaken als ik. Vorig weekend zijn Yves en ik met vrienden van buiten de koers naar de Ardennen gegaan. Dat was heel tof, maar natuurlijk ook helemaal anders. Yves moet ook daar zijn trainingen afwerken, terwijl de andere mannen graag iets drinken. Dat is helemaal niet erg en Yves drinkt met plezier eens iets mee. Maar het doet me beseffen dat wij een totaal ander leven hebben, wat daarom zeker niet minder leuk is.”

Amber: “Soms gaat Mauri wel eens mee uit, maar voor hem is het moeilijker. En ik heb al gemerkt dat hij door mensen herkend wordt. Vorig weekend nog, toen we naar een trouw moesten en mensen kwamen vragen om met hem op de foto te gaan.”

Astrid: (lacht) “Echt?”

Amber: “Dat is enerzijds tof, maar soms wil je ook graag eens met rust gelaten worden.”

Astrid: “En zeker op privégelegenheden. Je ziet: het stopt niet. Koers is ook zo’n toegankelijke sport. Je kan zo dicht bij de renners komen en dat wordt vaak doorgetrokken naar het privéleven. Wij hebben het ook al gehad dat mensen hier aan de deur kwamen aanbellen.”

Een profwielrenner moet haast 365 dagen op 365 dagen voor zijn vak leven. Hoe leert die dan zijn partner kennen, vragen we ons spontaan af.

Astrid: “Yves en ik hebben elkaar op een KLJ-fuif leren kennen. Hij was toen net prof geworden bij Topsport Vlaanderen, maar ik wist niet wie hij was en wist al zeker niet dat hij profwielrenner was. Ik herinner me wel nog goed dat hij heel verlegen was. Maar wij hebben elkaar lang voor corona leren kennen. Ik kan me inbeelden dat het voor vrijgezellen nu veel moeilijker is.”

Amber: (knikt) “Wij zaten in dezelfde scholengroep, recht over elkaar, maar we hebben elkaar nooit gezien. Hij in het VTI (Vrij Technisch Instituut, red.) en ik in het VLTI (Vrij Land- en Tuinbouwinstituut, red.). Op een bepaald moment hebben we elkaar via Instagram en Facebook leren kennen, de manier waarop het vandaag zo vaak gaat. Wie het initiatief nam? Mauri.”

Astrid: “Ja?”

Je schrikt precies?

Astrid: “Neen, maar ik vind het chapeau van hem. Tegen Yves had Mauri gezegd: ik heb nu een vriendin, het is goed zo, ik ga niet meer verder zoeken. Ik weet nog dat ik antwoordde: amai, straf voor zo’n jonge gast. Maar ik moet zeggen: ik zie dat ook wel in hem. Mauri is geen flierefluiter.”

Amber: “Neen, zeker niet. Als hij ergens van overtuigd is, zal hij bij zijn gedacht blijven.”

Astrid, jij bent al sinds april 2015 samen met Yves. Hoe heb jij jouw rol binnen de niet alledaagse relatie met een topsporter zien evolueren?

Astrid: “In het begin is het een gezonde afleiding van een soort van cocon waarin hij zit, maar je woont beiden nog thuis en bent nooit een hele dag samen. Vanaf het moment dat wij zijn gaan samenwonen, merk ik een groot verschil. Dat onbezorgde was een beetje weg. Ik werd het zorgende type en wilde dat hij goed bleef presteren. Alles stond vanaf dan in het teken van Yves. Ik word daar ook voor geapprecieerd en merk dat we dichter naar elkaar toegroeien. Zeker nu met Aloïs erbij, de sterkste verbintenis die je met iemand kan aangaan. En ik ben heel blij dat de komst van Aloïs niet voor slechtere resultaten heeft gezorgd. Daar zat ik vooraf een beetje mee in, maar het heeft Yves alleen maar een extra stimulans gegeven.”

Amber, hoe verloopt dat bij jullie? Praten jullie vaak over de koers?

Amber: “Ik was niet echt thuis in het wielrennen voor ik Mauri leerde kennen, maar zoals iedere West-Vlaming had ik het wel een beetje voor Yves Lampaert. (Astrid lacht) Mauri en ik praten soms wel over de koers, maar het is niet dat dit de leidraad door onze gesprekken is. Het gaat vaker over het boerenleven. Dat is wat ons bindt.”

Astrid: “Het is goed dat je dat hebt.”

Amber: “Als het altijd maar over koers, koers en koers moet gaan, zou dat niet goed zijn.”

Astrid: “Het is een voordeel als je iets gemeenschappelijks naast de koers hebt. Bij Yves en ik was dat ook zo. Yves is een boerenzoon, terwijl mijn ouders hun hele leven het transport van verse groenten van het land naar de fabrieken deden.”

Astrid, welke tips kan je Amber voor de toekomst geven?

Astrid: “Amber en Mauri moeten nu vooral genieten van de fase waarin ze zitten en niet denken aan wat komt. Pas op, ook die periode is tof. Maar de eerste jaren dat je samen bent, is een periode waarin je onbezonnen bent en alles geestig is. Daarnaast raad ik aan om jezelf niet te verliezen in de koers en je eigen ding ernaast te behouden. Als straks mijn moederschapsverlof eindigt, ga ik gewoon weer werken. Ik vind dat belangrijk. Maar ik denk niet dat dit met Amber een probleem zal zijn. (kijkt haar aan) Volgens wat ik al heb zien passeren, ben je nog een dulle werker, hé. Ik denk niet dat Mauri een meisje zoekt dat haar leven volledig in het teken van hem zet.”

Amber: “Zeker niet. Hij moet een beetje zijn plan kunnen trekken. Het is niet dat ik de hele tijd achter zijn gat loop. Ik werk deels in het landbouwbedrijf van mijn ouders en deels bij een ander bedrijf in de melkverwerking. Voor ik naar hier kwam, heb ik nog de koetjes van mijn ouders gemolken.”

Wat vinden jullie het mooiste aspect aan een relatie met een profwielrenner?

Amber: “Hij is vaak van huis, maar dat maakt het net mooi. Je moet elkaar ook eens kunnen missen. Je kan niet altijd bij elkaar zijn.”

Astrid: “Dat is mooi gezegd. Ik vind dat je daarin zeker gelijk hebt. Je apprecieert iemand nog veel meer als je elkaar eens een tijdje niet gezien hebt. Dan weet je wat je mist. Ik denk dat sommige koppels daar eens deugd van zouden hebben.”

Maar hoe je het ook draait of keert, topsporters hebben een specifiek, niet alledaags karakter. Hoe ervaren jullie dat?

Amber: “Ik merk dat Mauri zich probeert aan te passen. Dat is natuurlijk niet het geval als we enkele dagen voor een belangrijke wedstrijd staan, maar voor de rest wel.”

Astrid: “Als ik dat met vrienden vergelijk, zijn ze een tikkeltje egoïstischer. Ik heb daar op zich geen probleem mee, want ik doe daarnaast mijn eigen ding en het moet zo voor hun job. Ze denken in eerste instantie aan hoe hun dag- of weekplanning er het best zou uitzien en jij moet je daarin schikken. Helpen bij Aloïs, dat is niet zo evident. Ik heb Yves de voorbije jaren ook dat tikkeltje harder en egoïstischer zien worden. Maar het maakt hem als renner beter, stel ik vast. Dus als het nu tien jaar lang op die manier moet, moet het op die manier.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.