"Het is natuurlijk voor iedereen een ambetante situatie", trapt Heikki een open deur in. "Dan denk ik in de eerste plaats aan de mensen die besmet zijn met het coronavirus, aan degene die momenteel zonder werk zitten of aan de economische gevolgen die deze crisis teweeg zal brengen. Gelukkig is het mooi weer en mogen we nog buitenkomen. En als leerkracht kan ik mijn tijd nuttig besteden. Lessen worden niet meer gegeven, maar ...

"Het is natuurlijk voor iedereen een ambetante situatie", trapt Heikki een open deur in. "Dan denk ik in de eerste plaats aan de mensen die besmet zijn met het coronavirus, aan degene die momenteel zonder werk zitten of aan de economische gevolgen die deze crisis teweeg zal brengen. Gelukkig is het mooi weer en mogen we nog buitenkomen. En als leerkracht kan ik mijn tijd nuttig besteden. Lessen worden niet meer gegeven, maar er zijn nog steeds taken die opgesteld en verbeterd moeten worden. Ik kan op mijn gemak het magazijn van De Ast opruimen, in het weekend kan ik mijn tuin in orde brengen, ik kan zelf eens op mijn fiets springen... In België valt het al bij al nog mee. Het zou erger zijn, moesten ze ons volledig opsluiten."En toch kijkt ook Heikki uit naar het moment dat alles weer normaal wordt. Zeker de koersen mogen wat hem betreft snel weer op de kalender komen. "Ik zou nu niet graag in de schoenen van een Van Avermaet of Gilbert staan. Maanden toewerken naar het Vlaamse voorjaar en dan alles in rook zien opgaan. En het is ook niet dat ze nog veel kansen zullen krijgen hé. Het was zo'n beetje nu of nooit voor de oudere wielergeneratie."Het zijn niet alleen de profrenners die afzien van die grote onduidelijkheid, ook de jeugdrenners tasten in het ongewisse. "En ik denk dat dat het grootste probleem is. Niemand kan zeggen wanneer we terug mogen koersen. Ik geef mijn juniores dan ook de raad mee om hun conditie te onderhouden en zeker zo'n drie keer per week een langere training af te werken. Het mag ook niet te intensief zijn. Het heeft alleszins geen zin om nu naar een topvorm toe te werken, want alle wedstrijden in april zijn al zeker afgelast. En ik vrees dat die competitieloze periode nog verlengd wordt. Ik hoop dat we in juli terug naar de koers kunnen. Anders dreigt het voor veel jongens een verloren jaar te worden. Zeker voor de tweedejaarsjuniores zou dat jammer zijn. Die zouden nu hun leukste periode moeten beleven. Straks stappen ze over naar de beloften en zullen ze uit een ander vaatje moeten tappen. Maar als we ons allen aan de regels houden, hoeft het misschien niet zo lang te duren." (BVS)