"Ik kwam na een moeizame voorbereiding maar traag op gang", opent De Wispelaere. "Bij een looppassage in een strandrace liep ik een knieblessure op. In december en januari kon ik niet op volle kracht trainen, waardoor ik niet op niveau presteerde in het voorjaar. Gelukkig kwam ik er tijdens de grote vakantie door. In september kon ik in Kontich zelfs een zege boeken. Die triomf maakte alles goed. Het was een snelle wedstrijd. Dat niemand kon wegrijden, was mooi meegenomen. En de aankomst lag me ook goed. De wind zat in de rug en de weg liep lichtjes naar beneden. Op 500 meter van de finish ging ik vol aan. Enkel nieuwelinge Marith...

"Ik kwam na een moeizame voorbereiding maar traag op gang", opent De Wispelaere. "Bij een looppassage in een strandrace liep ik een knieblessure op. In december en januari kon ik niet op volle kracht trainen, waardoor ik niet op niveau presteerde in het voorjaar. Gelukkig kwam ik er tijdens de grote vakantie door. In september kon ik in Kontich zelfs een zege boeken. Die triomf maakte alles goed. Het was een snelle wedstrijd. Dat niemand kon wegrijden, was mooi meegenomen. En de aankomst lag me ook goed. De wind zat in de rug en de weg liep lichtjes naar beneden. Op 500 meter van de finish ging ik vol aan. Enkel nieuwelinge Marith Vanhove kwam nog over mij, maar ik werd in mijn categorie tot winnares uitgeroepen."Op het Belgisch kampioenschap op de weg in Anzegem begin juni finishte De Wispelaere als zesde. "Als ik toen een betere dag zou gehad hebben, was ik nog dichter kunnen eindigen. Misschien ben ik wel een beetje een kampioenschapsrenster. Twee jaar geleden veroverde ik zilver bij de meisjes nieuwelingen. Hoewel ik me niet specifiek klaarstoom voor een titelstrijd, kan ik altijd iets meer op die dag van de waarheid. Een sluitende verklaring heb ik niet, maar het is natuurlijk wel een leuke vaststelling."De renster van Nani Cycling Team omschrijft zichzelf als een allroundster. "Ik kan een beetje van alles. Bergop rijden is niet mijn specialiteit, maar het lukt om vlot een helling over te gaan. Op vlakke wegen en in de sprint kan ik ook mijn mannetje staan. Alleen in het tijdrijden ben ik nog niet zo goed. Daar moet ik werk van maken. Mijn voordeel is dat ik op de sportschool zit en tijdens de schooluren op alle aspecten van het wielrennen kan werken."Aan pistewedstrijden of veldritten zal De Wispelaere niet deelnemen. "Ik bouw nu eerst wat rust in", geeft de eerstejaarsjuniore aan. "Vanaf eind december zal ik enkele strandraces betwisten. Dat deed ik vorige winter ook. Het is een goede voorbereiding op het wegseizoen. Ik moet alleen wat voorzichtig zijn tijdens het loopwerk. Dit keer hoop ik blessurevrij de winter door te komen.""Net als elke andere renner of renster van mijn leeftijd hoop ik door te breken", aldus de jongedame uit Sint-Joris. "Sport is voor mij heel belangrijk. In 2020 begin ik aan mijn vierde seizoen als renster. Voordien deed ik aan atletiek. Ik proefde van alle disciplines. Als jonge meid deed ik vierkampen. Ik was ook actief als veldloopster. In mijn vorige sport heb ik een goede basisconditie opgebouwd.""Als atlete en wielrenster moet je over een heel goede conditie beschikken. Het grote verschil is dat wielrennen een stuk technischer is. In het peloton kom je meer in aanraking met je concurrenten. Er wordt soms geduwd en getrokken. Soms gaat het er zenuwachtig aan toe. Je heb als wielrenster meer kans om te vallen en je zwaar te blesseren. Maar ondanks dat aspect beklaag ik me mijn overstap niet. Het was trouwens door een knieblessure dat ik een punt gezet heb achter mijn atletiekloopbaan. Dat gewricht zal misschien altijd wel mijn tere plek blijven", aldus nog Fien De Wispelaere. (MVH)