"Tot 2017 deed ik aan triatlon. Fietsen was mijn beste onderdeel, maar je kan die inspanning niet echt vergelijken met een koers. In een triatlon ga je uiteraard ook voluit, maar wel op je eigen ritme, terwijl je in koers het peloton moet volgen. Van zodra je een kloofje moet laten, verzeil je in de achtergrond en is uitrijden onmogelijk. Ik vind koersen toch nog een stuk lastiger."
...

"Tot 2017 deed ik aan triatlon. Fietsen was mijn beste onderdeel, maar je kan die inspanning niet echt vergelijken met een koers. In een triatlon ga je uiteraard ook voluit, maar wel op je eigen ritme, terwijl je in koers het peloton moet volgen. Van zodra je een kloofje moet laten, verzeil je in de achtergrond en is uitrijden onmogelijk. Ik vind koersen toch nog een stuk lastiger.""Vorig jaar betwistte ik enkele wedstrijden bij de nevenbonden. Om tegen mijn leeftijdsgenoten te kunnen uitkomen, koos ik in 2019 voor Wielerbond Vlaanderen. In mijn eerste wedstrijden had ik het bijzonder lastig. Uitrijden was nog te hoog gegrepen. Vaak kwam ik in de beginfase al in de problemen, maar gaandeweg begon ik beter te worden.""Vanaf mei slaagde ik er nu en dan in om de finish te halen. Intussen kan ik vlot mijn wedstrijden uitrijden. Onlangs voelde ik me goed in de tweedaagse in Kontich (waar ze achttiende en elfde werd, red.). Misschien moet ik stilaan eens wat initiatief nemen. Ik steek me voorlopig nog graag weg, want ik heb schrik dat ik mijn inspanningen cash zal betalen. In de koers moet je die tempoversnellingen kunnen opvangen. Dat is iets wat je in triatlon niet hebt. Maar ik heb geen spijt van mijn overstap. Terugkeren naar triatlon zal ik niet doen.""Ik ben over het algemeen wel tevreden over mijn seizoen", aldus de Otegemse. "Mijn basisconditie is almaar beter geworden. Ik trainde vier tot vijf keer per week. Op een trainer deed ik nog geen beroep, maar ik kreeg wel van heel wat mensen interessante tips mee. Onder meer op mijn vriend Mathias Declercq (de Veurnse belofte die uitkomt voor het Oost-Vlaamse Mysenlan-Baboco-Douterloigne CT, red.) kan ik altijd rekenen. Ook mijn ouders steunen me volop. Ze zijn sportief, maar op recreatief niveau.""Dat ik voor Gaverzicht-Be Okay koos, was eigenlijk logisch. De aanwezigheid van Lieselot Decroix in het team van KSV Deerlijk gaf de doorslag. Als ex-profrenster beschikt ze over een schat aan ervaring. Ik heb veel geleerd, maar besef wel dat ik vrij laat ben overgeschakeld naar het wielrennen. Volgend jaar moet ik al aantreden bij de dames elite. Dat wordt geen gemakkelijke overstap, temeer omdat ik net ook gestart ben met mijn bachelor verpleegkunde. Mijn hogere studie duurt vier jaar. Ik zal vaak stages moeten lopen. Hoe ik het allemaal met mijn sport zal kunnen combineren, weet ik nog niet. Ik laat het gewoonweg op me afkomen en zie wel waar het schip volgend jaar strandt. Mocht het niet lukken, dan is dat maar zo. Maar ik ben in elk geval blij dat ik mijn kans waag in het peloton."Het staat al vast dat de Otegemse bij haar huidige club blijft. "Ik kan nergens beter zitten. Voor de ploegtrainingen moet ik niet ver. En we zijn met een ruime kern. Ik kan veel opsteken van mijn meer ervaren ploegmaten. Het is zaak van veelzijdiger te worden. Momenteel moet ik het vooral hebben van vlakke trajecten. Als het bergop gaat, kom ik nog tekort. Maar dat is wellicht normaal. Ik kom uit tegen meisjes, die al jarenlang in het peloton zitten. Het is duidelijk dat ik nog enkele stappen voorwaarts moet zetten", besluit Anse Debaere.