CT Luc Wallays-Jonge Renners Roeselare: “Bij alle leeftijden in de breedte een degelijke groep”

Stijn Moerman

In De Gulden Zonne in Hooglede stelde CT Luc Wallays-Jonge Renners Roeselare naar jaarlijkse gewoonte zijn troepen voor het nieuwe seizoen voor. Met opnieuw zo’n 100 renners, van miniemen tot en met juniores, blijft het team van voorzitter Kris Hanne en sportief manager Olivier Maertens een van de grootste clubs in België.

CT Luc Wallays-Jonge Renners Roeselare, de club die voor het vijfde jaar op rij het gouden kwaliteitslabel mocht ontvangen, zet zich al jaren in om de renners zo goed mogelijk te begeleiden in het waarmaken van hun wielerdroom. Daarvoor werkt het met gediplomeerde trainers. Een van hen is Arne Wallays, de broer van profwielrenner Jelle, die als peter van de club aanwezig was op de ploegvoorstelling. En dat met een volledig gebit (Jelle was enkele tanden kwijt na een doodsmak in de Ronde van San Juan)!

In de voorbereiding zijn mij de klassieke namen opgevallen, maar alle renners maakten progressie

“Het moet ondertussen een jaar of vijf zijn dat ik actief ben bij de club”, steekt Arne Wallays van wal. “Na mijn studies ben ik meteen begonnen bij de aspiranten en na het behalen van mijn masterdiploma zette ik de stap naar de nieuwelingen en de juniores. Als trainer stel ik onder meer de trainingsschema’s op voor de wegrenners. Daarnaast geef ik ook de kracht- en pistetrainingen en begeleid ik de clubtrainingen op zaterdag. Al rijd ik vanaf dit seizoen niet meer zelf mee met de fiets. (lacht) Ik begin te veel af te zien met die jonge gasten.”

Plezier primeert

“Bij de miniemen en aspiranten moet het plezier primeren. Samen met Dieter Desmedt stellen we enkele schema’s op, maar de renners doen ermee wat ze willen. Op die leeftijd moeten ze de sport en zichzelf nog ontdekken. Ik raad hen zelfs aan om het wielrennen nog met enkele andere sporten te combineren. Dat komt hun ontwikkeling alleen maar ten goede”, aldus de zoon van Geert, die vanaf dit seizoen geen lid meer is van de raad van bestuur van CT Luc Wallays-JRR.

“Bij de nieuwelingen gaat het er al iets serieuzer aan toe, maar we proberen hen nog van alle wielerdisciplines te laten proeven zodat ze kunnen ontdekken wat ze het liefst doen. Bij de juniores moeten ze zich dan verder specialiseren en adviseren we iedere renner individueel. Al is dat niet evident, want je zit met een grote bende en verschillende disciplines.”

“Of er mij in de voorbereiding al jongens opgevallen zijn? De klassieke namen, maar ik merk dat alle renners progressie geboekt hebben. Het is vooral leuk als ze aan hun eigen verwachtingen kunnen voldoen. Bij de nieuwelingen is mij bijvoorbeeld een Baptiste Dewil opgevallen. Die jongen heeft al heel wat stappen gezet. Wannes Dewulf, Maxime Vinckier en Milan Lenaers zijn dan weer jongens waarvan ik verwacht dat ze op Belgisch niveau hun mannetje zullen staan.”

Lars Van Ryckeghem

“Ook bij de juniores hebben we een degelijke kern in de breedte, maar prestaties kan je nooit voorspellen. Als gewezen Belgisch kampioen zullen alle ogen al op Lars Van Ryckeghem gericht zijn, maar hij blijft er altijd nuchter onder. Hoe het met Laurens Vandaele is na zijn pechseizoen? Op training lijkt alles vlot te gaan, maar we laten hem in alle rust groeien na vorig seizoen. Gezond blijven is het belangrijkste. Al is het wel iemand die de rest mee op sleeptouw kan nemen.”

“Het valt me wel op dat het wielrennen de voorbije jaren enorm geëvolueerd is. Vroeger moest je als junior overal kunnen presteren, maar de dag van vandaag wordt er op die leeftijd al meer gespecialiseerd in bepaalde disciplines. Maar als je op deze leeftijd niet goed bergop kan rijden, is het toch al een teken aan de wand”, besluit Arne Wallays.

Aléhandro Pollie (aspirant uit Hooglede): “Vlot mijn koersen uitrijden”

(foto Eénfoto)
(foto Eénfoto)

De 11-jarige Aléhandro Pollie staat straks aan de start van zijn eerste wielerseizoen. De Hoogledenaar hoopt alvast op een mooi debuutseizoen bij de 12-jarige aspiranten. “Mijn papa Dimitri Pollie heeft vroeger gekoerst en daarom wou ik het ook wel eens proberen”, steekt Aléhandro van wal. “Zeker omdat ik ook altijd graag met een fiets gereden heb. Ik speelde vroeger voetbal bij Dosko Beveren en zwom bij de Roeselaarse Zwemvereniging, maar nu ligt mijn focus dus op het wielrennen.”

“Over mijn voorbereiding mag ik alvast niet klagen. Ik heb al aardig wat getraind. Meestal las ik per week een drietal trainingen in. Op maandag en woensdag individueel en op zaterdag ga ik dan mee op pad met de clubtraining. En soms trek ik er ook op vrijdag nog eens op uit. In het begin was het soms lastig, maar ondertussen gaat het al heel wat beter. Wat ik verwacht van mijn eerste seizoen? Ik hoop zo snel mogelijk mee te kunnen met het peloton en daarna zien we wel hoe het verder gaat. Mijn debuut zal geslaagd zijn als ik vlot mijn koersen kan uitrijden en al eens een mooi resultaat kan meepikken. Met CT Luc Wallays-JRR zit ik alvast bij een heel toffe club. Ik heb al heel wat tips van mijn ploegmakkers gekregen”, besluit Aléhandro, die in De Ark in Oekene op school zit.

Tibe Manssens (nieuweling uit Roeselare): “Focus blijft op het regionale werk”

(foto Eénfoto)
(foto Eénfoto)

De 15-jarige Tibe Manssens begon pas vorig seizoen met koersen, maar pikte snel het niveau op bij de aspiranten. Als eerstejaarsnieuweling hoopt de Roeselarenaar meteen zijn mannetje te kunnen staan. “Ik ben vorig seizoen als 14-jarige aspirant beginnen koersen”, aldus Tibe, die eerst voetbalde bij KSV De Ruiter, maar door zijn jongere broer Quinten de wielermicrobe te pakken kreeg. “In het begin was het wat zoeken, maar ik heb het niveau snel opgepikt. Mijn beste resultaten boekte ik in Rumbeke (16de) en Waregem (18de), maar ook de koers in Knesselare zal mij bijblijven. (lacht) Daar kreeg ik in de sprint een duwtje, waardoor mijn eerste valpartij een feit was. Gelukkig zonder schade.”

“De voorbereiding is alvast goed verlopen. Ik heb er stevig de pees opgelegd, want ik wil meteen meekunnen met de tweedejaars in het peloton en al mijn koersen uitrijden. Ik open mijn seizoen met het clubkampioenschap en Staden, maar hoop toch ook al mijn kans eens te krijgen in het grotere werk. Maar mijn focus blijft als eerstejaarsnieuweling toch vooral op het regionale werk. Wanneer ik tevreden zal zijn over mijn seizoen? Als ik eens op het podium gestaan heb”, besluit een gemotiveerde Tibe, die de richting bakkerij met optie wielrennen volgt aan het MSKA in Roeselare.

Chayton Desseyn (junior uit Staden): “Rustig groeien en mijn weg zoeken”

(foto Eénfoto)
(foto Eénfoto)

Een van de nieuwe gezichten bij CT Luc Wallays-JRR is de 16-jarige Chayton Desseyn. De Stadenaar debuteert als junior in het peloton. “Het wordt inderdaad mijn eerste seizoen als wielrenner”, opent Chayton. “Ik droom er al heel lang van en ik ben blij dat ik er nu eindelijk mee kan beginnen. Waarom ik zo lang gewacht heb? De mogelijkheden zijn er nu pas. De jaren hiervoor heb ik gevoetbald bij verschillende clubs in de streek en ging ik ook geregeld mountainbiken.”

“Mijn verwachtingen liggen niet al te hoog. Ik wil er vooral voor zorgen dat ik mee kan en zal wel zien hoe alles verloopt. Het is logisch dat het in het begin wat wennen zal zijn. De voorbereiding is alvast goed verlopen en ik merk dat ik al heel wat progressie geboekt heb. Het is nu nog te vroeg om al in te schatten welk type renner ik ben. Na de eerste koersen zal ik misschien al iets wijzer zijn.”

“Ik start mijn seizoen op het clubkampioenschap en rijd daarna de thuiskoers in Staden. Dat wordt ongetwijfeld leuk. Voor de rest zien we dan wel. Ik zal mij vooral toespitsen op het regionale werk om op die manier rustig te groeien en mijn weg te zoeken in het wielerwereldje. Het is vooral de bedoeling om veel bij te leren met het oog op volgend seizoen”, besluit Chayton, die in zijn vijfde jaar houtbewerking aan het VTI in Roeselare zit.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.