We houden halt bij de gloednieuwe fietsenwinkel Bruce Cycling om er te spreken met twee jonge wielertalenten. Twee verschillende types zijn het en toch allebei wielrenner en kinderen van fietsenverkoper Bruce Vercaemst. Broer Jin, met de J uitgesproken als dj, is een nieuweling en klimmer die halsreikend uitkijkt naar woensdag. Dan gaat hij zich namelijk bergop testen in het Heuvelland met de Belgische wielerfederatie. Wie goed genoeg klimt, maakt kans op een Belgische selectie voor klimkoersen. Zus Laney Vercaemst rijdt bij de dames juniores en is een krachtige hardrijdster die dit weekend in Veldegem aan haar seizoen begint.
...

We houden halt bij de gloednieuwe fietsenwinkel Bruce Cycling om er te spreken met twee jonge wielertalenten. Twee verschillende types zijn het en toch allebei wielrenner en kinderen van fietsenverkoper Bruce Vercaemst. Broer Jin, met de J uitgesproken als dj, is een nieuweling en klimmer die halsreikend uitkijkt naar woensdag. Dan gaat hij zich namelijk bergop testen in het Heuvelland met de Belgische wielerfederatie. Wie goed genoeg klimt, maakt kans op een Belgische selectie voor klimkoersen. Zus Laney Vercaemst rijdt bij de dames juniores en is een krachtige hardrijdster die dit weekend in Veldegem aan haar seizoen begint.Fysieke verschillen zijn er, maar gelijkenissen ook. Eerstejaarsjunior Laney en eerstejaarsnieuweling Jin hebben twee Amerikaanse namen en rijden zondag allebei in eigen streek. "Nog maar twee jaar wonen we in Zedelgem, daarvoor in Veldegem. Veldegem is dus een thuiskoers", verkneukelt Laney zich. 2019 is voor zowel broer als zus het derde seizoen in het peloton. Ze zijn samen gestart. Geen beter tweetal om aan te vragen wat het verschil tussen meisjes- en jongenswedstrijden is. "Bij de meisjes roepen rensters in het peloton een pak meer. De jongens willen er dan weer vaker de pees op leggen", vindt Laney. Zij en haar broer nemen in Veldegem deel in twee verschillende categorieën. We vragen Jin naar zijn plannen. of er misschien een top 25 inzit? "Uitrijden en vooraan koersen. Top 25 zou leuk zijn, maar of dat gaat lukken, is nog de vraag", zegt Jin. Laney rijdt in Veldegem nog maar haar eerste koers van het jaar, de wet van Murphy sloeg eerder dit jaar toe. "Ik ben dit jaar aan mijn gezicht geopereerd. Daardoor mocht ik lang niet trainen. Toen dat weer mocht, trok ik op stage naar Spanje, maar daar viel ik. Ik heb toen beslist pas in Veldegem aan het seizoen te beginnen."Jin koerste dit jaar wel al. In Ichtegem en Werken, waar hij leerde dat hij moest aanpassen aan zijn nieuwe categorie. "In Ichtegem was er veel wind, waardoor waaiers ontstonden en slechts 25 renners uitreden. Dat is minder dan een vierde van het hele startveld", zegt hij hoofdschuddend. Bij die 25 was hij jammer genoeg niet. Hun papa Bruce, die bezig is in de fietsenwinkel, pikt in: "Bij de nieuwelingen, zitten er renners die al een grote lichamelijke voorsprong hebben." Het is het eeuwige verhaal van de jeugdcategorieën, in de beginjaren niet erg motiverend voor de laatbloeiers. "De meesten hebben al zulke billen", gebaart Jin, die met zijn handen een omtrek toont waar zijn eigen lichaam tweemaal in past. "Toch komt er over het algemeen niemand weg uit het peloton, maar Alec Segaert reed in Ichtegem wel iedereen in het snot." Laney: "Alec lijkt wel een junior."Jin kan moed houden en moet nu doorbijten, hij moet zijn groeispurt namelijk nog krijgen. Toch is het lastig als eerstejaarsnieuweling. "In mijn tweede koers, in Werken, kon ik al mee tot halverwege, maar de overgang van aspirant naar nieuweling blijft toch wat zoeken. De afstand is langer en de snelheid is zeker hoger. Bij de aspiranten was het gemiddelde 34 tot 35 kilometer per uur. Als er nu niet veel wind is, halen we 40 en soms zelfs 60 km per uur." Volgens Laney hebben die snokken te maken met de organisatie, die misschien wel te veel koers wil zien. "Iedere ronde is er een premiespurt, waardoor er elke ronde hard wordt gereden."Net als bij de jongens zijn er ook bij de meisjes uitschieters. "In mijn categorie zijn de Doltcini-meisjes sterk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Jade Lenaers. Van Marith Vanhove heb ik dit jaar niet veel last meer. Zij won vorig jaar bijna overal waar ik kwam, maar is nog nieuweling." In tegenstelling tot de jongens was er twee weken geleden in Gent-Wevelgem geen plaats voor een beloftekoers voor meisjes. Die categorie bestaat namelijk niet. Meisjes stappen meteen over van de juniores naar de elite. Een spijtige zaak, vindt Laney. "Van koersen van 70 kilometer bij de juniores gaan we bij de elites naar het dubbele. Om die overgang dit jaar al in te zetten, wil ik dit seizoen al een paar elitewedstrijden meedoen."Dat de broer en zus elke week zes uur fietstraining krijgen op hun school in het KTA van Brugge, kan helpen bij de opbouw van hun carrière. Maar dat ze thuis een moderne fietsenwinkel hebben, heeft ook voordelen. Een fietsenmaker en -verkoper kan zijn kinderen toch niet met versleten materiaal laten rijden? "We zijn wel verwend op dat vlak", geeft Laney toe, terwijl ze trots haar Liv-racefiets toont. "Ik rijd met dezelfde fietsen als Arkéa-Samsic, de BH G-7", zegt Jin zonder te willen opscheppen. "Mijn Liv heeft schijfremmen, die zijn nu bij ons toegelaten", zegt Laney. Die schijfremmen zijn ideaal voor haar, aangezien zij en haar broer altijd gewend waren om met schijfremmen te fietsen op de mountainbike. "Op dat vlak kijk ik op naar Jolanda Neff, de Zwitserse mountainbikester. Het is jammer dat er hier niet wat meer hellingen zijn", zegt Laney. En of ze zelf hun materiaal verzorgen? "Soms", lachen ze allebei. "Zeker na de koers ben je uitgeput en dan is het heel leuk als papa dat wil doen."