"Ik voelde me echt sterk in Otegem", blikt Arno Meersseman terug op zijn laatste koersdag. "Tot ik in de voorlaatste ronde onderuit schoof. Een mooie notering kon ik wel vergeten, maar de grootste klap kreeg ik pas nadien te verwerken. Eerst dacht ik nog dat ik snel weer op de fiets zou zitten. Ik had wat pijn en enkele schaafwonden, maar zag het positief in. Toen het niet onmiddellijk beterde, besloot ik om toch maar naar het spoed te gaan. En het verdict kwam beho...

"Ik voelde me echt sterk in Otegem", blikt Arno Meersseman terug op zijn laatste koersdag. "Tot ik in de voorlaatste ronde onderuit schoof. Een mooie notering kon ik wel vergeten, maar de grootste klap kreeg ik pas nadien te verwerken. Eerst dacht ik nog dat ik snel weer op de fiets zou zitten. Ik had wat pijn en enkele schaafwonden, maar zag het positief in. Toen het niet onmiddellijk beterde, besloot ik om toch maar naar het spoed te gaan. En het verdict kwam behoorlijk hard aan: een barst in het sleutelbeen en vijf à zes weken aan de kant."Bijzonder slecht nieuws dus voor Meersseman. De Langemarknaar hoopte de komende weken nog een paar keer zijn uitstekende vorm te kunnen etaleren door, zoals altijd, vol voor het offensief te kiezen. "Ik houd er gewoon van om de koers te maken", verklaart de 16-jarige hardrijder van het CT Houtland-Westkust zijn aanvalslust. "Het is voor mij ook de enige manier om me in de kijker te rijden, want in een groepsspurt ben ik normaal gezien kansloos. Traag ben ik niet, maar ik heb moeite om me te positioneren. Daarom probeer ik de wedstrijd zo hard mogelijk te maken. Zo reed ik in Zwevezele en Oordegem bijna 40 kilometer alleen in de aanval. Achteraf gezien misschien verspeelde krachten, maar liever dat dan anoniem naar een verre ereplaats te sprinten", aldus Meersseman.De Langemarkse tweedejaarsnieuweling is dan ook niet van plan om zijn koersstijl snel te gaan wijzigen. Meersseman begon met wielrennen bij de 9-jarige miniemen en behaalde de afgelopen seizoenen tal van ereplaatsen. "Alleen winnen zat er nog nooit in", lacht Arno. "Daar zou ik heel graag verandering in brengen. En hoe sneller hoe liever. Ik hoopte om in Passendale (op 16 juni, red.) top te zijn. Het is een koers met behoorlijk wat hoogtemeters en dat ligt me wel. Ook de wedstrijden in Langemark en Sint-Juliaan had ik al aangeduid in mijn agenda. Dat zijn twee koersen dicht bij mijn deur en het had fantastisch geweest om daar die nul te kunnen weg vegen. Jammer dat die blessure nu roet in het eten strooit.... Maar misschien valt het allemaal wel mee en krijg ik mijn topvorm snel opnieuw te pakken", blijft de leerling industriële wetenschappen aan het VTI van Ieper positief.