1. Finishen voor Evenepoel in Gent-Wevelgem/GP André Noyelle (25 maart)

Vandenbulcke: "Het was inderdaad moeilijk kiezen. Ik had zelf ook niet verwacht om zo'n jaar te kunnen afwerken. Bij de nieuwelingen voelde ik wel dat ik overschot had en vorige winter heb ik goed kunnen trainen, maar toch.... Ik ben natuurlijk wel uitstekend aan het seizoen begonnen met twee derde plaatsen, dus het gevoel zat meteen goed. In Gent-Wevelgem beleefde ik mijn eerste hoogtepunt, een Nations' Cup in eigen streek. Het is sowieso al een prestatie om als eerstejaars te worden opgeroepen voor de nationale ploeg, maar ik wou er echt sterk presteren. Aan de start had ik al een hartslag van 102, zo nerveus was ik. (lacht) Ik heb dan ook serieus afgezien. Zeker op de Monteberg, in het wiel van Remco. Ik heb toen echt alles uit de kast moeten halen om bij te blijven. Uiteindelijk werd ik negende, eerste van mijn jaar en ik eindigde nog voor Remco. Nu vind ik dat wel iets om trots op te zijn."

"Ik kreeg op het EK van bondscoach Carlo Bomans de opdracht om Remco vooraan te houden in de openingsfase, maar veel is daar niet van in huis gekomen"

2. Zevende in La Classique des Alpes (2 juni)

Vandenbulcke: "De maanden daarna behaalde ik mooie uitslagen, maar als tweede moment kies ik voor mijn zevende plaats in de Classique des Alpes, opnieuw met de Belgische selectie. Een UCI-koers van 125km met meer dan 3.000 hoogtemeters. Te beginnen met een col van tien km aan vijf procent, één van drie km aan zes procent, de Mont du Chat (in 2017 opgenomen in het parcours van de Tour, red.) en dan nog een slothelling van 1,2 km aan negen procent. En die laatste hakte er toch serieus in moet ik zeggen. Zeker na zo'n wedstrijd, waarbij ik van de eerste meters bergop meteen voor de aanval koos. Misschien niet mijn slimste zet en dat heb ik toch even moeten bekopen. Op de top van de Mont du Chat was mijn rug helemaal naar de kloten. Maar ik beet wel door en samen met Milan Paulus kon ik nog een paar renners oprapen, met een zevende plaats als eindresultaat."

3. Remco 'helpen' op het EK (15 juli)

Vandenbulcke: "De maand juli was een behoorlijk drukke koersmaand, maar ook één die ik niet snel zal vergeten. Koersen en trainen, het enige waar ik aan moest denken. Deelnemen aan het Europees kampioenschap in Tsjechië is bijvoorbeeld een ervaring die me nog heel lang zal bijblijven. Ik kreeg er van bondscoach Carlo Bomans de opdracht om Remco vooraan te houden in de openingsfase, maar veel is daar niet van in huis gekomen. Ik stond op de tweede rij om te starten en het was meteen volle bak koers. Ik wou mijn taak uitvoeren en probeerde zo snel mogelijk op te schuiven, maar daarbij heb ik mezelf wat opgeblazen en zo kwam ik al snel in een tweede pelotonnetje terecht. Niet dat het veel uitmaakte. Zelfs zonder ploeg had Remco nog gemakkelijk gewonnen. Ik ben wel supercontent dat ik er die dag bij was!"

"Ik heb me geamuseerd. Zoals ik eigenlijk het hele seizoen heb gedaan! Ik kijk nu al uit naar volgend jaar"

© VDB

4. Klimmen met de besten in Spanje (21-23 juli)

Vandenbulcke: "Mijn strafste prestatie leverde ik misschien wel in de Vuelta a Valladolid, een driedaagse in Spanje die bestond uit drie ritten in lijn en een tijdrit. Dankzij Youri Bultynck, mijn trainer en ploegleider, mocht ik als gastrenner aantreden voor Polartec-Kometo, de opleidingsploeg van Alberto Contador. En je moet weten: het is daar geen meter vlak, hé. De eerste rit was het meteen stevig klimmen. Dat ligt mij wel, jammer genoeg was er één renner een tikkeltje sterker. Tweede dus. Op de tweede dag werd ik 's morgens vierde in de tijdrit en vervolgens zesde in de rit in lijn. Echt een zotte etappe: 64 km aan 47,8 km per uur gemiddeld en met verschillende valpartijen. Ik was al blij dat ik die rit heelhuids doorkwam. Op de slotdag ging ik nog vol voor de eindzege, maar het parcours was niet zwaar genoeg. Ik werd elfde en strandde op de tweede plaats in het klassement. Op amper twee secondjes van de leider. Jammer, maar ik denk toch dat ik trots mag zijn."

5. Hele dag in aanval in La Route des Géants (2 september)

Vandenbulcke: "Het was een drukke zomer, maar ik voelde me goed en wou er nog een keer stevig invliegen. Zoals ik eigenlijk altijd probeer. (lacht) Na amper vijf km koos ik al het hazenpad en ik ben nooit meer uit de spits van de koers verdwenen. Bijna 130 km reed ik in de aanval, het grootste deel met twee medevluchters en in slechte weersomstandigheden. In de finale maakte ik nog een slippertje waardoor mijn sprint verpest was. Anders zat er misschien wel meer in dan een tiende plaats. Maar ik heb me geamuseerd. Zoals ik eigenlijk het hele seizoen heb gedaan! Ik kijk nu al uit naar volgend jaar!"

© Davy Coghe

Palmares WestSprint (juniores)

2001 Tim Harinck, 2002 Kristof Taillieu, 2003 Tom Windels, 2004 Nikolas Maes, 2005 Frederiek Nolf, 2006 Sven Vandousselaere, 2007 Jens Debusschere, 2008 Guillaume Van Keirsbulck, 2009 Guillaume Van Keirsbulck, 2010 Bert Van Lerberghe, 2011 Martijn Degreve, 2012 Kevin Deltombe, 2013 Piet Allegaert 2014 Wiebren Plovie 2015 Aaron Verwilst 2016 Gilles Borra 2017 Loran Cassaert 2018 Alex Vandenbulcke

Beloftevolste Renner: 2001 Dieter Cappelle, 2002 Jochen Beernaert, 2003 Nikolas Maes

Vandenbulcke: "Het was inderdaad moeilijk kiezen. Ik had zelf ook niet verwacht om zo'n jaar te kunnen afwerken. Bij de nieuwelingen voelde ik wel dat ik overschot had en vorige winter heb ik goed kunnen trainen, maar toch.... Ik ben natuurlijk wel uitstekend aan het seizoen begonnen met twee derde plaatsen, dus het gevoel zat meteen goed. In Gent-Wevelgem beleefde ik mijn eerste hoogtepunt, een Nations' Cup in eigen streek. Het is sowieso al een prestatie om als eerstejaars te worden opgeroepen voor de nationale ploeg, maar ik wou er echt sterk presteren. Aan de start had ik al een hartslag van 102, zo nerveus was ik. (lacht) Ik heb dan ook serieus afgezien. Zeker op de Monteberg, in het wiel van Remco. Ik heb toen echt alles uit de kast moeten halen om bij te blijven. Uiteindelijk werd ik negende, eerste van mijn jaar en ik eindigde nog voor Remco. Nu vind ik dat wel iets om trots op te zijn."Vandenbulcke: "De maanden daarna behaalde ik mooie uitslagen, maar als tweede moment kies ik voor mijn zevende plaats in de Classique des Alpes, opnieuw met de Belgische selectie. Een UCI-koers van 125km met meer dan 3.000 hoogtemeters. Te beginnen met een col van tien km aan vijf procent, één van drie km aan zes procent, de Mont du Chat (in 2017 opgenomen in het parcours van de Tour, red.) en dan nog een slothelling van 1,2 km aan negen procent. En die laatste hakte er toch serieus in moet ik zeggen. Zeker na zo'n wedstrijd, waarbij ik van de eerste meters bergop meteen voor de aanval koos. Misschien niet mijn slimste zet en dat heb ik toch even moeten bekopen. Op de top van de Mont du Chat was mijn rug helemaal naar de kloten. Maar ik beet wel door en samen met Milan Paulus kon ik nog een paar renners oprapen, met een zevende plaats als eindresultaat."Vandenbulcke: "De maand juli was een behoorlijk drukke koersmaand, maar ook één die ik niet snel zal vergeten. Koersen en trainen, het enige waar ik aan moest denken. Deelnemen aan het Europees kampioenschap in Tsjechië is bijvoorbeeld een ervaring die me nog heel lang zal bijblijven. Ik kreeg er van bondscoach Carlo Bomans de opdracht om Remco vooraan te houden in de openingsfase, maar veel is daar niet van in huis gekomen. Ik stond op de tweede rij om te starten en het was meteen volle bak koers. Ik wou mijn taak uitvoeren en probeerde zo snel mogelijk op te schuiven, maar daarbij heb ik mezelf wat opgeblazen en zo kwam ik al snel in een tweede pelotonnetje terecht. Niet dat het veel uitmaakte. Zelfs zonder ploeg had Remco nog gemakkelijk gewonnen. Ik ben wel supercontent dat ik er die dag bij was!"Vandenbulcke: "Mijn strafste prestatie leverde ik misschien wel in de Vuelta a Valladolid, een driedaagse in Spanje die bestond uit drie ritten in lijn en een tijdrit. Dankzij Youri Bultynck, mijn trainer en ploegleider, mocht ik als gastrenner aantreden voor Polartec-Kometo, de opleidingsploeg van Alberto Contador. En je moet weten: het is daar geen meter vlak, hé. De eerste rit was het meteen stevig klimmen. Dat ligt mij wel, jammer genoeg was er één renner een tikkeltje sterker. Tweede dus. Op de tweede dag werd ik 's morgens vierde in de tijdrit en vervolgens zesde in de rit in lijn. Echt een zotte etappe: 64 km aan 47,8 km per uur gemiddeld en met verschillende valpartijen. Ik was al blij dat ik die rit heelhuids doorkwam. Op de slotdag ging ik nog vol voor de eindzege, maar het parcours was niet zwaar genoeg. Ik werd elfde en strandde op de tweede plaats in het klassement. Op amper twee secondjes van de leider. Jammer, maar ik denk toch dat ik trots mag zijn."Vandenbulcke: "Het was een drukke zomer, maar ik voelde me goed en wou er nog een keer stevig invliegen. Zoals ik eigenlijk altijd probeer. (lacht) Na amper vijf km koos ik al het hazenpad en ik ben nooit meer uit de spits van de koers verdwenen. Bijna 130 km reed ik in de aanval, het grootste deel met twee medevluchters en in slechte weersomstandigheden. In de finale maakte ik nog een slippertje waardoor mijn sprint verpest was. Anders zat er misschien wel meer in dan een tiende plaats. Maar ik heb me geamuseerd. Zoals ik eigenlijk het hele seizoen heb gedaan! Ik kijk nu al uit naar volgend jaar!"