De prestatie

"Deze kwalificatie voor de Spelen in Tokio 2020 is gewoon een topprestatie, zeker omdat dit onder grote druk gebeurde", benadrukt de West-Vlaamse Sofie Naert, bij Gymfed de coach van de junior-meisjes. Naert heeft dus een heel goede kijk op het talent dat de senior-coaches, Yves Kieffer en Marjorie Heuls, uiteindelijk in handen krijgen. "We hebben een talentvolle generatie, maar de turnsport gaat gepaard met blessures. Daar moet je altijd rekenen mee houden. Kijk maar eens naar Jade Vansteenkiste. Zij was bijna anderhalf jaar out, maar staat er nu toch maar."
...

"Deze kwalificatie voor de Spelen in Tokio 2020 is gewoon een topprestatie, zeker omdat dit onder grote druk gebeurde", benadrukt de West-Vlaamse Sofie Naert, bij Gymfed de coach van de junior-meisjes. Naert heeft dus een heel goede kijk op het talent dat de senior-coaches, Yves Kieffer en Marjorie Heuls, uiteindelijk in handen krijgen. "We hebben een talentvolle generatie, maar de turnsport gaat gepaard met blessures. Daar moet je altijd rekenen mee houden. Kijk maar eens naar Jade Vansteenkiste. Zij was bijna anderhalf jaar out, maar staat er nu toch maar."Op het WK in Stutgart turnden Jade Vansteenkiste (Sint-Eloois-Winkel, Gym Izegem) en Margaux Daveloose (Assebroek, turnclub Varsenare) effectief mee. Julie Vandamme (Varsenare, turnclub Varsenare) was reserve. "Julie zorgde er voor de morele support en hielp waar het kon", vertelt Naert, die als toeschouwer naar het WK afreisde. Uiteraard is Nina Derwael de leading lady van het Belgische turnen. Maar Jade en Margaux hebben er vorige week beiden voor gezorgd dat ze meer dan hun deel in het ploegresultaat deden.""De groep turnsters die in aanmerking komt om aan de Spelen deel te nemen, telt maar liefst tien meisjes", vervolgt Naert. "Laat ons ervan uitgaan dat Nina Derwael zeker is van haar plaats. Dan zijn ze nog met negen die moeten strijden voor de drie resterende plaatsen. Let wel: ze zijn concurrentes, maar in eerste instantie ook vriendinnen. Ze kennen elkaar van kindsbeen af. Bovendien zitten ze ook samen op internaat. Van West-Vlaamse kant heb je niet enkel Julie, Margaux en Jade, maar straks komen ook drie meisjes van het geboortejaar 2004 bij die groep. Op 1 januari 2020 worden die immers senior. Bij die drie zitten ook Stacy Bertrandt (uit Brugge, red.) en Noémie Louon van Turnclub Varsenare. Die laatste is een Waals meisje dat voor de West-Vlaamse club uitkomt. Van de negen kandidates - naast Nina Derwael - voor Tokio komen er dus vier uit West-Vlaanderen. Het zal voor hen vooral zaak zijn om zich op de sprong te focussen. In ons team zit er voor dat onderdeel momenteel niemand bij die erbovenuit steekt en ik hoorde Jade bijvoorbeeld zeggen dat zij zich de komende maanden meer op dat toestel zou willen toeleggen. Een slimme zet, want wie een goede sprong kan neerzetten, heeft zeker een grote kans op een ticket. In de maanden voor de definitieve selectie kan er echter zoveel gebeuren en de capaciteiten van de turnsters liggen erg dicht bij elkaar. Maar het zou vreemd zijn mocht geen enkel West-Vlaams turnmeisje er op de Spelen uiteindelijk bij zou zijn", geeft Naert ook nog aan.Opmerkelijk: in de tribune in Stutgart zat het vriendje van Nina Derwael flink te supporteren. Dat blijkt nu profvoetballer Siemen Voet te zijn. De verdediger werd door Club Brugge voor één jaar aan KSV Roeselare uitgeleend. In onze krant beweerde hij enkele weken geleden een sportieve vriendin te hebben, weliswaar zonder een naam te noemen. Een serieus understatement.Ook de tot Nederlander genaturaliseerde Bram Louwije uit Vlamertinge probeerde zich deze week voor de Spelen te plaatsen, maar dat werd een dubbele afknapper. Tijdens de laatste training kwam hij ten val en liep hij een handblessure op. Tot overmaat van ramp kon Oranje zich - zonder Louwije, die als fan moest toekijken - de olympische teamkwalificatie niet afdwingen. Het zou in Tokio nochtans een mooi Iepers legioen geweest zijn, want ook de Belgische basketdames ogen met coach Philip, dochters Hanne en Kim Mestdagh en Emma Meesseman heel erg Iepers.Reserve bij de Belgische estafetteploeg op de 4x400 meter voor herenBrons voor de Belgian Tornados en dus ook een beetje brons voor de 22-jarige Moorsledenaar Alexander Doom, die als reserve in Doha van de partij was. "Ik heb er toch zelf ook wat van kunnen genieten. Ook al was ik reserve en moest ik zelf niet lopen, je maakt toch nog altijd deel uit van de ploeg. Ze hebben heel sterk gepresteerd. Je weet dat de Tornados altijd voor de medailles gaan, maar zonder Jonathan (Borlée, red.) lagen de verwachtingen iets minder hoog.""In principe mogen er zes Belgen met de aflossingsploeg naar de Spelen. Op basis van de snelste tijden? Dat weten we nu eigenlijk zelf nog niet. Er is voor dit WK wat commotie geweest rond de selectie van Manon (Depuydt, red.) en mij. Ik vermoed dat er nu eerst met de verschillende federaties zal worden samengezeten om een bepaalde structuur uit te tekenen. Natuurlijk ben ik zelf voorstander van een selectie op basis van tijden. Als er altijd beslist wordt op basis van ervaring, is het voor mij moeilijk om geselecteerd te worden.""In 2020 staat ook het Europees kampioenschap voor senioren in Parijs (van 26 tot 30 augustus, red.) op mijn verlanglijstje. Ik ken de limieten wel nog niet, maar sowieso is het mijn doelstelling om volgend jaar mijn persoonlijk record op de 400 meter (46"43, red.) weer wat scherper te stellen." (TVB)Reserve bij de Belgische estafetteploeg op de 4x400 meter voor damesManon Depuydt (22) kwam op het WK in Doha niet in actie voor de Belgian Cheetahs, die in de finale van de 4x400 meter als vijfde finishten. "Maar eigenlijk heb ik daar alles gedaan wat de andere meisjes moesten doen. De selecties werden redelijk laat bekendgemaakt en op een of andere manier ga je ervan uit dat je zelf moet lopen. Uiteindelijk was dat in mijn geval niet zo, maar ik heb wel telkens de opwarming meegedaan tot de loopsters naar de callroom werden geroepen. Daarna heb ik met de coach in de tribune plaatsgenomen.""Er mogen zes meisjes met de aflossingsploeg naar de Spelen, maar ik blijf voor de volle honderd procent een 200 meter-loopster. Ik wil me op die afstand individueel voor Tokio proberen te plaatsen. Dat er niet meer op basis van limiettijden, maar volgens een ranking van je vijf beste wedstrijden wordt geselecteerd, zou in mijn voordeel moeten spelen. De top 60 van die ranking mag gaan en momenteel sta ik 56ste. De kans is dus reëel dat ik erbij zal zijn.""Tot nu toe liep ik drie keer een 400 meter. Ook in 2020 pak ik het zo aan en wie weet levert me dat weer een plaatsje bij de Cheetahs op. De 200 en 400 meter gaan goed samen. Voor de 200 heb je uithouding en weerstand nodig die ook op de 400 van pas komen. Voor een goeie 400 heb je dan weer de snelheid van de 200 nodig." (TVB)