Vader & zoon Meersman: “Als ze hun oortjes uittrekken, weet je dat je hebt gefaald”

© Davy Coghe
© Davy Coghe
Tom Vandenbussche

Luc Meersman (60) was ooit bodyguard van Lance Armstrong in de Tour, loodste dankzij zijn parcoursverkenningen Fabian Cancellara naar winst in de Ronde van Vlaanderen en is bij Trek-Segafredo al jaren ploegleider en verantwoordelijke van het wagenpark. Gianni Meersman (35) won als prof 24 koersen en is sinds 2017 ploegleider bij veldritploeg Pauwels Sauzen-Bingoal. Wij brachten vader en zoon samen in hun Meulebeke, waar zondag het BK veldrijden plaatsvindt. “Ook als ploegleider lijken we op elkaar.”

250 vrachtwagens vol met zand. Pierre Buyse, peetvader van De Molenspurters Meulebeke, is trots dat hij het kan vertellen. 250 dus. Zoveel zijn er nodig geweest om op het domein van Ter Bocht een nieuwe, kunstmatige heuvel aan te leggen. Neen, dit is geen grap. Gianni en Luc Meersman fronsen de wenkbrauwen en zijn onder de indruk. Deze heuvel wordt zondag de trekpleister van het 104de BK veldrijden. Het eerste ooit in Meulebeke.

Luc : “Ik ben hier duizend keer komen vissen. Komen spelen als kind ook. Ik heb het hier weten ontstaan. Ik denk dat Ter Borcht voor elke Meulebekenaar een bepaalde betekenis heeft.”

Gianni : “In mijn jeugd kwam ik hier elke vrijdag na school zwemmen. Of ravotten. Mijn dochter heeft hier ook zwemlessen gevolgd. En sinds ze hier een veldrit organiseren, ben ik er graag bij. Een thuiscross, hé. Mensen die ik al enkele jaren niet meer gezien heb, zie ik hier terug. Als er één cross is waar ik na afloop eens in de feesttent blijf hangen, is het Meulebeke wel. Dat er net hier nu een BK plaatsvindt, is voor mij heel plezant.”

Sinds 2013 is Ter Borcht aan de cross gelinkt. Zeven jaar later komt het BK al naar hier. Straf.

Gianni : (knikt) “Vooral als je ziet vanwaar ze komen. Ze hebben één keer een B-cross georganiseerd en zijn dus heel snel naar een A-cross geëvolueerd. Daarna werd het ook al vlug een tv-cross en nu is er dus het BK. Chapeau voor de organisatie.”

Hebben jullie eigenlijk zelf een verleden in het veld?

Luc : “Ik heb een paar crossen gereden, maar veel stelde dat niet voor. Mijn materiaal trok op niets en van bandendruk begreep ik geen snars. Het was meer prutsen dan rijden. Gianni en Luigi reden vooral op de weg en de piste, maar ooit heeft Luigi gevraagd of ze ook eens mochten crossen. Daarop antwoordde ik meteen: vergeet het maar . Ik wilde geen paar botten, zestien fietsen en zestien paar wielen kopen. En zij dan maar drie crossen rijden zeker…”

Gianni : “Het was beter op de piste. Dan moet je je fiets niet kuisen. Alleen de tubes een beetje ontvetten en je bent weg.”

Je was nochtans een goeie piloot in het peloton.

Gianni : “Het is niet omdat je op de weg een bocht kan nemen of kan wringen in de sprint dat je kan crossen. Ik heb twee keer deelgenomen aan Boonen & Friends (een veldrit voor wegrenners, red.) . Met een crossfiets, tubes… Alles erop en eraan. Stybar startte een minuut na ons, maar na twee minuten had hij mij al te pakken, terwijl ik het gevoel had dat ik snel reed. Manneke! Als je het niet gewoon bent om een bocht op platte tubes te nemen, doe je het in je broek. Je kan dat niet vergelijken met een afdaling aan 80 of 90 kilometer per uur. Dat is helemaal anders.”

Luc, jij was ook een heel goeie jeugdrenner.

Luc : “Ik won veel wedstrijden, maar had een slechte rug, een probleem dat me mijn hele leven geteisterd heeft. Toen ik prof werd, bleek ik een kermiscoureur te zijn. Je moest mij geen kasseien opsturen of bergen laten oprijden. Ik heb als prof vijf koersen gewonnen en ben content dat ik daarin geslaagd ben, maar ik ben vroeg moeten stoppen door mijn rug en mijn knieën. Mijn carrosserie was niet mijn sterkste kant. En daar kan je niets aan doen.”

 © BELGA
© BELGA

Hebben jullie vroeger eigenlijk gedacht dat jullie nu ploegleider zouden zijn?

Luc : “Totaal niet.”

Gianni : “Als je daarmee bezig bent, ben je niet goed bezig. Als renner moet je egoïstisch zijn. Dan mag je niet denken: wat zal ik over enkele jaren doen? Je moet denken aan wat je moet doen om beter te worden. Als ploegleider is het omgekeerd: wat moet ik doen om mijn renners beter te maken?”

Toen ik Dirk Demol vroeg om jullie met elkaar te vergelijken, zei hij: “Gianni en Luc draaien beiden niet rond de pot.”

Luc : (grijnst) “Et voilà.”

Gianni : “Ik las onlangs in jullie krant een artikel over de nieuwe generatie West-Vlaamse ploegleiders. Jezelf evalueren is moeilijk, maar ik moet zeggen: ik was aangenaam verrast door de positieve commentaren. Ik ben wie ik ben en als dat iemand niet aanstaat, is dat niet mijn probleem.”

Luc : “We zijn als ploegleider twee dezelfde types. Je moet ervoor zorgen dat je het parcours kent en de info duidelijk naar je renners overbrengt. Geen lange litanieën. Als ze hun oortjes uittrekken, weet je dat je als ploegleider hebt gefaald, want dat wil zeggen dat ze jou niet meer willen horen. De info moet kort en goed zijn. En het zijn de renners die koersen, niet de ploegleiders.”

Gianni : “In 2019 verkenden we samen het parcours van Gent-Wevelgem. Mijn pa heeft oog voor details en dat probeer ik ook te hebben. Als na zoveel kilometer de linkerkant van de weg is kapotgereden, noteer ik dat. Het zijn soms kleine dingen, maar die kunnen heel nuttig zijn.”

Dirk zei ook: “Beiden zijn van het principe: wat simpel kan, maken we niet ingewikkeld.”

Luc : “Koersen is niet simpel, maar het is ook niet heel erg moeilijk. Er zijn veel mensen die het zichzelf moeilijk maken, zoals trainers die alleen maar naar de wattages kijken. Als ik als ploegleider in koers zit, heb ik na vijf minuten gezien welke renners er goed rijden. De trainer die, met alle respect, lang gestudeerd heeft maar nooit gekoerst heeft, zal sommige dingen niet begrijpen. Soms geeft een renner aan dat hij tot op drie meter van de groep is geraakt, maar de laatste meters niet dicht kreeg. Die trainer zal dat niet begrijpen. Iemand die gekoerst heeft wel.”

 © BELGA
© BELGA

Gianni : “Als je in de Ronde van Vlaanderen als 40ste aan de laatste keer Oude Kwaremont begint, mag je 200 watt meer trappen dan de eerste renner, maar vooraan geraken zal niet meer lukken. Waarom? Omdat je in een slechte positie zit.”

Luc : “Wij zijn heel goed bevriend met een sportdokter die tests bij coureurs afneemt. Die mens krijgt elk jaar gasten op bezoek die zijn fiets bijna kapot rijden door hun hoge wattages. Zo straf dat je je afvraagt: hoe rap moet die gast wel kunnen rijden? Ja, langs de vaart van Kortrijk naar Gent. Maar laat hem geen bocht nemen en niet op slappe tubes rijden.”

Gianni : “Toen ik bij Lotto reed en een rit in Parijs-Nice won, moesten we telkens onze gegevens doorsturen naar Paul Van Den Bosch. ’s Avonds kreeg ik een mail: je wattages zijn niet goed . Waarop ik antwoordde: ja, dat kan, maar kijk eens wie er won . Bij Quick-Step legde Cavendish met voorsprong de slechtste tests af. Bekijk eens zijn palmares. Tests zeggen niets. Het is niet omdat je een uur 450 watt kan duwen dat je kan koersen. Die pieken van een minuut, die zijn belangrijk. En in de cross is het nog erger. Die start alleen al, dat is interval tot en met.”

Luc : “Je moet eens tweehonderd meter na de start gaan staan. Dan besef je hoe snel ze rijden.”

Gianni : “Op een 46×11 (aantal tandwielen op de kamwielen, red.) en op platte tubes, hé!”

Luc : “Neem nu die nieuwe heuvel hier in Meulebeke. Zondag op tv zal je niet zien dat die supersteil is. Hetzelfde met de cross van Gavere. Als je voor je scherm zit, lijkt het daar amper omhoog te gaan, tot je het eens ter plaatse ziet.”

En dan hebben de pure crossers nog de pech dat er twee wonderkinderen komen meerijden.

Gianni : “Vergeet niet dat die twee de andere coureurs in de Ronde van Vlaanderen ook belachelijk maken.”

Luc : “Er was er nog eentje mee (Alaphilippe, red.) en we gaan door die val nooit weten wat er gebeurd zou zijn. Van Aert en Van der Poel hebben de rest daar gewoon belachelijk gemaakt.”

Gianni : “En wat is de rest dan: tweederangscoureurs? Ja, want Van der Poel deed in de BinckBank Tour een solo van 50 kilometer, had al een week gekoerst en won die rittenkoers, maar de dag erna reed hij Luik-Bastenaken-Luik en opnieuw was hij mee. Vorige week ook weer. Hij reed vier crossen in vijf dagen en de laatste was zijn beste. Hoe hij in Hulst reed, was niet normaal.”

Luc : “We mogen tevreden zijn dat Van Aert en Van der Poel er zijn.”

Gianni : “En blij zijn dat we ze heel af en toe eens verslaan.”

Jouw vroegere ploegleider als belofte bij Beveren 2000, Wim Feys, zegt dat jouw kwaliteiten in een wegploeg nog beter tot hun recht zouden komen.

Gianni : “Dat is waar. We moeten daarover niet rond de pot draaien. Maar wat ik nu doe, doe ik graag en ik ben geen tweehonderd dagen per jaar van huis. Daar heb ik geen goesting in. Voorlopig toch niet, want ik ben nog maar 35.”

 © Yuzuru SUNADA
© Yuzuru SUNADA

Zullen jullie ooit samenwerken?

Luc : “Dat zou kunnen.”

Gianni : “Maar dan zal het wel rap moeten gaan.”

Luc : “Ik word 61 en hoop dat Trek nog lange tijd als sponsor zal voortdoen. Maar tussen Gianni en ik zou het zeker lukken.”

Gianni : “Je hebt soms gasten die niet kunnen samenwerken. Bij ons zou dat geen probleem zijn. Onlangs staken we nog samen een kiekenkot ineen. (lacht) Een beetje roepen en doen, maar het is in orde gekomen.”

Luc : (glimlacht) “Als je samen een kast van IKEA ineen kan steken, moet samen voor een wielerploeg werken ook wel lukken.”

Maar eerst die Belgische titel in Meulebeke veroveren.

Gianni : “Van Aert is topfavoriet. Als hij echt goed is, wordt het moeilijk. Voor onze drie kopmannen, Eli Iserbyt, Laurens Sweeck en Michael Vanthourenhout, wordt een goeie start belangrijk. Als je dan in de eerste ronde, net zoals vorig jaar in Antwerpen, een gat kan laten vallen, is het aan Van Aert om dat dicht te rijden. Kunnen ze daarna mee met Wout? Zoveel te beter. Lukt het niet? Dan is Wout de beste, maar dan heb je het tenminste geprobeerd. Trouwens, ook hij kan pech hebben. Denk maar aan de cross in Herentals, waar Wout won dankzij pech van Mathieu.”

Wie wordt zondag zijn grootste opponent?

Gianni : “Michael. Zonder twijfel. Als Eli ( die na een val in Zolder met een elleboogblessure sukkelt, red.) de voorbije weken niet zoveel pech had gekend, zou ik zijn naam genoemd hebben. Maar pas op, als Eli deze week goed kan rusten en de benen van Baal terugvindt, zal ook hij zeker voor winst meedoen.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.