De 27-jarige Ruben Van Raepenbusch hoopt zaterdag op een overwinning voor het team. "We hebben een heel sterke ploeg. Dit seizoen is vooral Benjamin Verraes de blikvanger, maar dat is een Oost-Vlaming. Onze West-Vlaming Ricky Rosseel rijdt op dit moment erg sterk. En we hebben nog een troef: ons team hangt goed aan elkaar. We trekken daarom zeker Ricky's kaart als hij denkt te kunnen winnen." Aan parcourskennis alvast geen gebrek bij Ruben, al moet hij iets bekennen: "Eigenlijk heb ik het parcours tot nog toe niet verkend. Wel weet ik ongeveer hoe het parcours loopt. Als er wind staat, kan het lastig zijn, dat kan ik je vertellen. Dan wordt het op de kant getrokken (en ontstaan er waaiers, red.). Bij gebrek aan wind wordt het een ges...

De 27-jarige Ruben Van Raepenbusch hoopt zaterdag op een overwinning voor het team. "We hebben een heel sterke ploeg. Dit seizoen is vooral Benjamin Verraes de blikvanger, maar dat is een Oost-Vlaming. Onze West-Vlaming Ricky Rosseel rijdt op dit moment erg sterk. En we hebben nog een troef: ons team hangt goed aan elkaar. We trekken daarom zeker Ricky's kaart als hij denkt te kunnen winnen." Aan parcourskennis alvast geen gebrek bij Ruben, al moet hij iets bekennen: "Eigenlijk heb ik het parcours tot nog toe niet verkend. Wel weet ik ongeveer hoe het parcours loopt. Als er wind staat, kan het lastig zijn, dat kan ik je vertellen. Dan wordt het op de kant getrokken (en ontstaan er waaiers, red.). Bij gebrek aan wind wordt het een gesloten wedstrijd met een massasprint."Koestert hij als elite zonder contract nog ambitie om prof te worden? "Als elite zonder contract moet je geen profambitie meer hebben. Als 23-jarige is het al laat om de overstap nog te maken, laat staan voor een 27-jarige zoals ik. Neem bijvoorbeeld Benjamin Verraes, de sterkhouder van onze ploeg. Hij is prof geweest en kwam net als Robby Cobbaert over van Cibel. Zij hebben de stap terug gezet en weten dat hun profcarrière voorbij is", zegt Ruben. Volgens Ruben is er wel degelijk verschil tussen de levensstijl van een eliterenner zonder contract en die van een prof. "Ook ik train elke dag, maar ik ga niet maniakaal om met mijn voeding. Er komen al eens frietjes op tafel", lacht hij. "Daarbij komt dat ik pas na mijn werkdag op de fiets kan springen. Met lichtjes in het donker fietsen is geen uitzondering."Ruben voelt zich in de eerste plaats geen wegwielrenner, maar pistier. "De mooiste periode van mijn carrière was als 18-jarige op de piste. Ik zat in de nationale pisteploeg en mocht vaak naar het buitenland. Ik specialiseerde mezelf in de duurnummers: puntenkoers, ploegkoers en scratch. In die periode werden die nummers jammer genoeg afgeschaft op de Olympische Spelen. De focus binnen de nationale ploeg verschoof naar de achtervolging. Mijn rol was uitgespeeld", verklaart Ruben. Toch heeft hij nergens spijt van. "Het was een prachtige tijd. Ooit reed ik tegen een jonge Elia Viviani (nu topsprinter bij Deceuninck-Quick.Step, red.) in Barcelona, dat was redelijk pittig. Viviani reed ons van het kaske naar de muur. Op zijn eentje reed hij twee, drie keer rond (zonder medevluchter wist hij dus rondes te pakken, red.). Dat was de eerste keer dat ik van Viviani hoorde. De Belgische selectie bestond in Barcelona uit Tosh Van der Sande, Jolien D'hoore, Moreno De Pauw.""Maar ik moet eerlijk zijn: ik was niet goed genoeg." Rubens focus op de piste heeft volgens hem nog steeds gevolgen voor zijn wegcarrière. "Door mijn liefde voor de piste verwaarloosde ik de weg, besef ik", zegt Ruben. "Misschien cijfer ik mezelf nu wat te vlug weg. Ik rij vaak zelf een goede koers, waarbij ik aan het eind toch voor de kopman kies. In Heist-op-den-Berg vorig jaar moest Benjamin eigenlijk maar zijn handen in de lucht steken", zegt Ruben trots, die van pistier getransformeerd is tot laatste man. "Hij zou me al eens zijne Renshaw (de vroegere vaste locomotief van Cavendish, red.) noemen, dat is ook leuk."