30 jaar is het al geleden dat Willy Willems als 24-jarige neoprof in de Spaanse Ronde van de Mijnvalleien in Asturië zijn eerste overwinning behaalde op onder andere Melchor Mauri, die drie jaar later de Vuelta zou winnen. Nog vruchtbaarder dan de Spaanse was de Zwitserse bodem, waarop Willy in de GP Willem Tell drie dagzeges behaalde. "De mooiste daarvan viel mij te beurt in Davos in 1992", valt hij in. "Daar hield ik onder meer Oskar Camenzind, Erik Dekker en Michael Boogerd achter mij. Ook aan mijn zege in eigen De Haan in 1994 bewaar ik mooie herinneringen."
...

30 jaar is het al geleden dat Willy Willems als 24-jarige neoprof in de Spaanse Ronde van de Mijnvalleien in Asturië zijn eerste overwinning behaalde op onder andere Melchor Mauri, die drie jaar later de Vuelta zou winnen. Nog vruchtbaarder dan de Spaanse was de Zwitserse bodem, waarop Willy in de GP Willem Tell drie dagzeges behaalde. "De mooiste daarvan viel mij te beurt in Davos in 1992", valt hij in. "Daar hield ik onder meer Oskar Camenzind, Erik Dekker en Michael Boogerd achter mij. Ook aan mijn zege in eigen De Haan in 1994 bewaar ik mooie herinneringen."Zijn allermooiste overwinning werd hem evenwel ontzegd, door toedoen van een andere Collstropper nog wel. "Ik was als leider aan de slotrit van de Milk Race in 1992 begonnen en wist mij ook de sterkste van het lot. Toen de thuisrenner Henry Conor demarreerde, had ik er geen erg in. Hij stond op meer dan vier minuten geklasseerd en Danny In 't Ven schoof met hem mee. Als waakhond, dacht ik, maar hij werkte zowaar met hem mee. Ze reden 20 seconden te ver weg. Mijn ploegleider Luc Landuyt had moeten ingrijpen, maar deed dat niet en ik was de zwijgzame klos. Dat jaar werd ik ook tweede na Jacques Jolidon in de Bayern Rundfahrt in Duitsland.""Meerdaagse inspanningen waren dus aan mij besteed", herinnert Willy zich graag. "Doodjammer dat ik aan slechts één grote ronde hebben kunnen deelnemen: de Vuelta in 1993, waarin ik verbeterde naarmate de koers vorderde." Voor meer dan die ene keer flaneerde Willy te lang bij bescheiden teams. Hij had met Johan Museeuw, met wie hij samenreed bij AD Renting, in 1990 moeten kunnen meeschuiven naar Lotto, maar het kwam er niet van. "We trokken inderdaad vaak samen op training", bevestigt Willy. "Maar we gaven altijd plankgas zodat er weinig adem over bleef om van gedachten te wisselen. En inzake zwijgvermogen moest Johan nauwelijks onderdoen voor mij. Het kwam er dus niet van en dat heb ik altijd jammer gevonden, Johan allicht ook.""Onverdeelde spijt hou ik er toch niet aan", weerlegt Willy. "Ik heb als coureur goed verdiend en er ook een korf aan mooie souvenirs aan overgehouden."Willy moest nochtans als contractrenner na 1997, op zijn 34ste, afhaken met aanslepende rugproblemen. Hij lag tien maanden volledig stil maar hervatte in 1998 bij de elite zonder contract, won liefst 21 keer en klasseerde zich in de vijf open koersen met de beroepsrenners telkens bij de eerste vijf. Een doorstart naar het profpeloton zat er echter niet meer in, al behaalde hij ook in 1999 nog acht overwinningen. Willy was inmiddels voltijds beginnen werken aan de gemeente De Haan als ... vanger van muskusratten. "Er zitten er nu geen meer", knipoogt hij. "Wel nog gewone ratten en wilde katten, waarmee ik moet afrekenen."Aan Willy is een modelhelper voorbijgegaan. In het huidige tijdvak zou hij ongetwijfeld aan de World Tour deelachtig zijn, genre Sander Armée (Lotto-Soudal) of Pieter Serry (Quick.Step-Floors). "Mijn hematocriet overschreed nooit de 42, terwijl 50 de toegelaten grens was waarnaar de meesten in die periode ook trachtten te gaan", weet Willy. Ook buiten de koers bleef Willy Willems een einzelgänger, maar van het empathische soort. Als vrijgezel betrekt hij een prachtige, kraaknette (!) eigen woning, waarin hij een aanzienlijke persoonlijke inbreng heeft met een wijds vergezicht aan de achterzijde van de Vosseslag, waar de duinen en de polders elkaar kussen. Als overgeslaagde contractrenner zou stille Willy niet gelukkiger geweest zijn dan hij nu is. Zijn beide ouders, relatief kwieke negentigers, leven nog en wonen dicht bij hem. (Bernard Callens)