"Het was een enorm lastige koers, voor renners type Nibali, Froome, Quintana of Contador."
...

"Het was een enorm lastige koers, voor renners type Nibali, Froome, Quintana of Contador."De olympische testrit moest renners, bondcoaches, maar ook de organisatie een beeld geven van het event volgend jaar tijdens de Spelen. De Belgische selectie werd aangevoerd door Tourrevelatie Serge Pauwels. "Ik had zelf niet meteen gedacht dat ik hier tweede zou eindigen", aldus Pauwels vanuit Rio. "Blijkbaar heb ik nog altijd de goede conditie te pakken. Ik ben na de Tour gewoon blijven trainen, elke dag, en voelde wel nog dat het goed zat, maar je weet nooit wat het zal geven in je eerste wedstrijd na de Tour en ook met die jetlag. Ik ben blij dat ik nog altijd beroep kon doen op mijn goede benen."Pauwels reed weg in het slot met een groepje met nog vijf andere renners, onder hen de Rus Trofimov en met Alexis Vuillermoz, Tony Gallopin, Thibaut Pinot en Romain Bardet vier Fransen. "Dan werd het moeilijk natuurlijk. Op het laatste knikje, 3 à 4 km van de finish, trok Vuillermoz in de aanval. Ik probeerde nog om naar hem te rijden, maar het was moelijk. Trofimov nam ook niet over. UIteindelijk was Vuillermoz weg en won ik de sprint om de tweede plaats. Ik ben trots op deze tweede plaats. Het was fijn om hier te koersen, toch wel speciaal en ik kan tevreden terugblikken op mijn wedstrijd."Bondscoach Carlo Bomans wilde vooral veel leren over het parkoers om zijn selectie te bepalen voor volgend jaar en voor Pauwels is één ding duidelijk na het testevent. "Dit is een enorm zware koers, vergelijkbaar met een rit door de Alpen of de Pyreneeën in de Tour de France, voor renners type Contador, Froome, Nibali, Quintana of Aru. Jongens die een Tourrit kunnen winnen. Het is bijzonder lastig, heel veel klimmen. Er zijn twee lussen en die hebben we telkens twee keer gedaan, maar tijdens de Olympische wegrit doen ze die drie of vier keer, dus het is enorm zwaar. In de eerste lus heb je een kasseistrook, waar je met enorm veel snelheid naar toe rijdt en die er heel slecht bij ligt. Het bolt daar voor geen meter en meteen daarna staat een klim te wachten, een soort Muur van Hoei anders kan ik het niet benoemen, 1 kilometer lang met stukken tot 20 procent en daarna volgt dan nog een klim over een brede weg. Dan heb je een tweede lus, met eigenlijk een soort van Alpen of Pyreneeëncol, 12 minuten klimmen ongeveer, dan is er een heel korte afdaling en dan weer 10 minuten klimmen. De olympische wegrit wordt een pure slijtageslag. Het heeft niets met explosiviteit te maken, je moet gewoon een goed klimmer zijn."Zelf zou Pauwels er volgend jaar graag opnieuw bij zijn. "Het is natuurlijk aan de bondscoach om dat te bepalen, maar het is een parkoers dat me wel ligt. Ik kom graag nog eens terug. Ik denk dat Carlo nu wel een goed beeld heeft en hij weet dat hier niet zo veel renners uit de voeten op kunnen. Hij zal nu al wel weten welke renners hij van zijn lijstje mag schrappen."(BELGA)