23 augustus 1994, een doordeweekse dinsdag in Capo d'Orlando. In deze idyllische badplaats in het noorden van Sicilië strijden de beste eliterensters van het moment voor de felbegeerde regenboogtrui. Op het veeleisende parcours, bezaaid met enkele stevige Italiaanse hellingen, houden de Belgische dames, onder wie kopvrouw Heidi Van de Vijver, goed stand. Ondanks enkele pogingen raakt niemand alleen voorop en in de slotronde legt een massale valpartij de titelstrijd in een ongewone plooi. Een uitgedund peloton sprint voor de wereldtitel. Het is de Noorse Monica Valvik-Valen die aan het langste eind trekt. De Belgische Patsy Maegerman en de Franse Jeanne Golay vervolledigen het podium.
...

23 augustus 1994, een doordeweekse dinsdag in Capo d'Orlando. In deze idyllische badplaats in het noorden van Sicilië strijden de beste eliterensters van het moment voor de felbegeerde regenboogtrui. Op het veeleisende parcours, bezaaid met enkele stevige Italiaanse hellingen, houden de Belgische dames, onder wie kopvrouw Heidi Van de Vijver, goed stand. Ondanks enkele pogingen raakt niemand alleen voorop en in de slotronde legt een massale valpartij de titelstrijd in een ongewone plooi. Een uitgedund peloton sprint voor de wereldtitel. Het is de Noorse Monica Valvik-Valen die aan het langste eind trekt. De Belgische Patsy Maegerman en de Franse Jeanne Golay vervolledigen het podium.***25 jaar later kan onze landgenote, een op dat moment 22-jarige Oost-Vlaamse uit het kleine Hillegem bij Herzele, de mooiste dag uit haar wielercarrière nog zo voor de geest halen. "In principe was dat WK-parcours te zwaar voor mij, maar het was een rare wedstrijd. Alles kwam in de laatste ronde weer samen en als sprintster kan je in die fase van een koers altijd wat meer. Door die val lag alles uit elkaar en bleven we over met een select groepje. Toen moest je kiezen welk wiel je nam. Ik ging voor dat van Valvik, omdat zij in een sprint toen altijd vooraan eindigde. Het bleek de juiste keuze. Natuurlijk was ik na afloop een beetje ontgoocheld, maar zilver was die dag het hoogst haalbare. Het was al een mirakel dat ik op dat parcours nog voor de zege kon sprinten."Maegerman herinnert zich nog wel meer van het Siciliaanse avontuur. "Christel Herremans, die nu nog altijd in het wielermilieu vertoeft, was onze bondscoach. Supporters van mij waren er niet. Het is dus een feestje in beperkt gezelschap geworden. (grijnst) Ik moet eerlijk zijn: ik weet daar niets meer van. We hebben toen zeker een stapje in de wereld gezet, maar dat heeft sowieso niet tot een stuk in de nacht geduurd. Ik weet wel nog goed dat we de dag erna naar zee zijn gegaan. Ook dat was een echt wauw-moment."De gevolgen van Maegermans zilveren WK-plak waren niet min. Het seizoen erna kon ze immers als eerste Belgische, samen met Heidi Van de Vijver en Anne-Marie Cooreman, een profcontract ondertekenen. "Tot dan werkte ik halftijds als bediende, bij een baas die achter mij stond en me veel vrijheid gaf. Bovendien woonde ik nog thuis bij mijn ouders. Maar door die tweede plaats gingen er in België plots deuren voor het vrouwenwielrennen open. Samen met de andere meisjes stelden we een persmap op en is Vlaanderen 2002 mee op de kar gesprongen. Aan het minimumloon, maar toen was dat al een fantastische evolutie op zich. We hadden een loon, mochten af en toe op stage en reden mooie rittenkoersen in het buitenland. Als ik nu zie hoe mijn kinderen school en sport combineren, besef ik dat het allemaal niet zo evident is."Twee jaar zou Maegerman prof blijven. Twee keer reed ze de toenmalige Ronde van Frankrijk voor vrouwen, eenmaal stond ze aan de start van de Giro. In de Tour behaalde ze zelfs eens een derde plaats in een rit en een 22ste plek in het eindklassement. "Dat is eigenlijk nog zo slecht niet, hé", lacht ze zoveel jaren later haar tanden bloot. "Eén keer was mijn voorbereiding rampzalig verlopen, toen we in functie van het WK in Colombië op hoogtestage in de VS waren gegaan. Op hoogte kon ik geen inspanningen leveren. Mijn hartslagen lagen er veel te hoog."Ook haar deelname aan de Giro is Maegerman bijgebleven. "Ook wij moesten meerdere bekende cols omhoog rijden. Zo herinner ik me de Tourmalet nog heel goed, maar de beklimming van Alpe-d'Huez nog veel meer. Die korte bochten lagen me het best. Ik stond op die klim voortdurend recht. Dat jaar waren mijn ouders er ook bij. Ze hebben toen twee weken lang de koers van nabij gevolgd." Verdere gelijkenissen met haar mannelijke collega's waren er echter niet. "Dat kon je absoluut niet met elkaar vergelijken. Wij kregen elke dag een soort van pasta met gebakken kippenwit en rode tomatensaus voorgeschoteld. Onze kledij moesten we zelf wassen en voor een massage moesten er een beurtrol afgesproken worden. Bij ons gebeurde het allemaal meer op eigen houtje."Dat ze vooral bergop niet met de internationale top kon concurreren, was voor Maegerman het moeilijkst te verteren. "Ik kon me er niet bij neerleggen dat het verschil bergop zo groot was. Ik legde me erop toe, maar het kwam er gewoon niet uit." De link met doping is vlug gelegd. "Als je in zo'n ronde helemaal weggereden wordt, gaat er een belletje rinkelen. Later is er ook heel veel uitgekomen. Maar anderzijds: van een ezel kan je geen koerspaard maken. Ik deed alles wat ik ervoor kon doen. Ik had een trainer en werkte heel professioneel. Ik ging niet uit en van kinds af waren naar school gaan, mijn huiswerk maken en trainen het enigste wat ik deed. Ik vond dat geen probleem, want het was mijn leven. Het is een keuze die je maakt. De rest ging uit en ik bleef braafjes thuis. Of ik mijn schade later ingehaald heb? Neen, integendeel zelfs. Ik ben nooit een fuifbeest geweest." Maegerman maakt de vergelijking met haar twee dochters. "De oudste is ook zoals mij. Ze gaat nooit uit en is net als mij heel sportief. Ik denk dat de jongste op dat vlak iets rapper zal zijn. (glimlacht) Dat denk ik toch."In 1997, goed twee jaar na haar zilveren WK-medaille, hing Maegerman haar fiets aan de haak. Ze was amper 25 jaar. Een zware valpartij op het WK op de piste, maar vooral de enorme druk die ze zichzelf oplegde, deden haar de das om. "Ik deed er zoveel voor en was op Belgisch niveau top, maar op wereldniveau schoot ik te kort en dat kon ik moeilijk aanvaarden. Ik was iemand die de lat voor zichzelf heel hoog legde en heel gestructureerd te werk ging. Ook nu soms nog. Op mijn werk bijvoorbeeld. Als ik zie dat anderen niet zo gedreven zijn, vind ik dat heel vervelend. Maar als je zo bent, kan je dat niet veranderen."Meteen na afloop van haar carrière kreeg Maegerman daardoor met een ander probleem te kampen: de eetstoornis boulimie. "Op een bepaald moment is het te en alles waar te voor staat, is niet goed. Toen ik gestopt was, viel ik in een zwart gat. Ik had een beperkte vriendenkring, geen werk en geen sport meer. Uiteindelijk ben ik daarvoor in Gent behandeld geweest en heb ik zelfs op het randje van opname gestaan. Maar de psycholoog zei dat ik een sterk karakter had en me eruit zou kunnen vechten. Dat is me met veel wilskracht en de hulp van mijn ouders ook gelukt."Na één jaar werd Maegerman genezen verklaard. "Ik ben indertijd bij de diëtiste van nul moeten herbeginnen. Natuurlijk is het geen probleem dat ik eens een stuk chocolade eet, een glas cola drink of elke vrijdag met mijn gezin naar de frituur ga. Maar ik heb het wel weer moeten leren. Wat ik vroeger niet at, eet ik nu wel. Of het me als mens sterker gemaakt heeft? Toch wel. Ik ben er alleen uit gesparteld en dat was niet evident. Op één of andere manier blijft die eetstoornis wel altijd ergens aanwezig. Ik let nog altijd op mijn voeding. Sauzen maak ik bijvoorbeeld nooit klaar. Dat is een gewoonte en een voortvloeisel van wat vroeger gebeurd is. Dat is niet fout, vind ik. (glimlacht) Als je elke dag fastfood zou eten, is het ook niet goed, hé" Maegerman heeft er al lang vrede mee genomen. "Te is nooit goed. Je moet een middenweg zoeken en die is voor iedereen anders. Geen enkel lichaam is gelijk. Het is iets heel persoonlijks."Toeval of niet, maar in de misschien wel moeilijkste periode in haar leven leerde Maegerman ook haar toekomstige echtgenoot kennen: Christophe Lauwers, een West-Vlaming uit Oudenburg en op dat moment profvoetballer bij Eendracht Aalst. "Toen we zes maanden samen waren, werd hij naar Toulouse getransfereerd. Ik heb mijn job opgegeven en ben met hem naar Frankrijk vertrokken. Neen, daar had ik geen enkel probleem mee. Het was voor mij een nieuwe wereld die openging en voor mij een manier om een nieuwe start te nemen. Na zes maanden ging het naar Oostenrijkse Ried. Drie jaar heeft hij er gespeeld en onze oudste dochter Luna is er zelfs geboren."Maegerman en Lauwers woonden er in Gurten en daar houden ze mooie herinneringen aan over. "Ik zou er meteen weer naartoe willen gaan. Het was er heel gemoedelijk. Op het platteland, waar men heel gastvrij is. Met de kindjes en mijn mama ben ik er enkele jaren geleden eens teruggegaan. Ik onderhoud nog altijd een heel goed contact met onze Oostenrijkse vrienden."Maegerman blijft intussen een bezige bij. "Ik beleef het meeste plezier aan de opvoeding van mijn kinderen, wat een groot doel voor mij is", vertelt ze spontaan. "De oudste begint straks aan haar studie voor bio-ingenieur, de jongste heeft nog tijd. Zij gaat straks naar het vierde middelbaar en volgt de richting economie-wiskunde. Ook op sportief vlak blijf ik actief. In juni liep ik nog de halve marathon op de Nacht van Vlaanderen in Torhout, weliswaar zonder degelijke voorbereiding. Ik houd het tegenwoordig liever recreatief. Voor Kom op tegen Kanker fietste ik dit jaar ook eens 250 kilometer op één dag. Neen, geen vier dagen na elkaar. Dat hoeft voor mij niet meer." Ten slotte is Maegerman sinds 2012 ook als koersdirecteur van Gent-Wevelgem voor dames aan de slag. "Ik heb het vrouwenwielrennen lang niet gevolgd, maar nu is dat anders. En zo loop ik nog eens collega's van vroeger tegen het lijf. Dat is leuk."De tijd gaat snel. Dat beseft ook Maegerman. Dag op dag 25 jaar geleden kroonde ze zich ei zo na tot 's werelds beste wielrenster, nu is ze een gehuwde vrouw, de trotse mama van twee kinderen en nog zoveel meer. "Eerst heb ik jarenlang aan mijn eigen carrière gewerkt. Toen ik stopte met koersen, had ik geen deftig diploma, maar ik heb in die periode veel thuis gewerkt en gestudeerd, omdat ik echt hogerop wilde geraken. Op die manier heb ik mezelf opgewerkt en intussen ben ik al een tijdje aan de slag bij Case New Holland in Zedelgem. En daar berust ik niet in. (glimlacht) Anders word je sneller oud, vind ik. Mijn man Christophe is daar veel gemoedelijker in. Op dat vlak zijn we elkaars tegenpolen. Dat is goed. Onder meer dankzij hem is die te van vroeger bij mij al iets minder te geworden."