Marie-Thérèse Naessens was immers één van de beste rensters uit de vroege jaren zestig van vorige eeuw. Zeven Belgische baantitels bengelen aan haar scalp: vier op een rij vanaf 1960 in de snelheid en drie (1960, 1962 en 1964) in de achtervolging. Levende legende Yvonne Reynders, Rosa Sels, Louisa Smits, Victoire Van Nuffel en Annie Vermeiren waren haar inlandse soeurs-ennemies, met wie ze in Rocourt geregeld het podium deelde. Die titels in de achtervolging droeg Marie-Thérèse met veel bijval uit tot naar de wereldkampioenschappen: tweede in Leipzig 1960 (na de ongenaakbare Beryl Burton) en derde op Isle of Man 1961 (na Yvonne Reynders en Beryl Burton).
...

Marie-Thérèse Naessens was immers één van de beste rensters uit de vroege jaren zestig van vorige eeuw. Zeven Belgische baantitels bengelen aan haar scalp: vier op een rij vanaf 1960 in de snelheid en drie (1960, 1962 en 1964) in de achtervolging. Levende legende Yvonne Reynders, Rosa Sels, Louisa Smits, Victoire Van Nuffel en Annie Vermeiren waren haar inlandse soeurs-ennemies, met wie ze in Rocourt geregeld het podium deelde. Die titels in de achtervolging droeg Marie-Thérèse met veel bijval uit tot naar de wereldkampioenschappen: tweede in Leipzig 1960 (na de ongenaakbare Beryl Burton) en derde op Isle of Man 1961 (na Yvonne Reynders en Beryl Burton).1962 was haar absolute topjaar met de gecombineerde Belgische titel achtervolging-snelheid op de baan van Rocourt en een bronzen medaille op het WK op de weg voor dames elite in het Italiaanse Salo, waar ze met wereldkampioene Marie-Rose Gaillard en Yvonne Reynders voor een uniek compleet Belgisch podium zorgde. Dat jaar verwierf Marie-Thérèse ook de Medaille van Sportverdienste, die haar niet door de koning maar door één of andere minister uitgereikt werd.Haar titel in de achtervolging kon ze in 1963 een ultieme keer hernieuwen. Maar niet meer die in de snelheid, die bij haar kennelijk wat afgebot was, zo ook in het Belgische wegkampioenschap 1965 in Frasnes-lez-Buissenal, waar ze in een spurt met twee geklopt werd door Louisa Smits. Het waren haar ultieme wapenfeiten, want na afloop van 1965 zette Marie-Thérèse er een punt achter."Ik kon er, ondanks het feit dat er veel meer vrouwenkoersen waren dan nu, hoegenaamd niet van leven", zucht Marie-Thérèse, die zowat 120 wedstrijden won. "Als alleenstaande moest ik dus iets anders verzinnen om mijn levenswandel te financieren. Ik kon aan de slag bij Philips, maar dan wel in de vestiging in Lommel die mij naar Leopoldsburg deed uitwijken. Niet voor band- maar wel voor stukwerk en waar ik kon doorgroeien op de hiërarchische ladder."Als renster was ik de familie van Armand Desmet immens dankbaar", vervolgt Marie-Thérèse. "Zijn broer Odiel Desmet was mijn verzorger en raadgever die mij ervan overtuigde dat ik wel degelijk explosief was. De feiten stelden hem in het gelijk. Het zette de toon voor een ellenlange zegeketting van zowat 120 overwinningen. Mijn openingszege in Stene-Oostende in 1959 was mijn mooiste moment, want die triomf voelde aan als een bevrijding die mijn geloof in eigen kunnen naar ongekende hoogten stuwde en van mij een zegekoningin maakte. Veel zat daar niet aan vast. Enkel Briek Schotte sprong voor mij in de bres en zorgde voor een Flandria-fiets en wat ander materiaal voor de baan en de weg. Per vier behaalde overwinningen werd daar een nieuwe tube aan toegevoegd. Volgens de huidige normen zouden het er vier per overwinning zijn geweest.""Mijn minste moment overkwam mij op 10 augustus 1961 in Douglas op het eiland Man, waar ik wereldkampioene op de weg had moeten worden. Ik kwam er evenwel nogal zwaar ten val, moest tijdens een helse achtervolging veel pijn verbijten, maar uiteindelijk werd ik toch nog zesde.""Ook nadat ik vroegtijdig gestopt was met koersen, bleef de fiets mijn minnaar, waarmee ik over de hele wereld toertochten ondernam", benadrukt de Limburgse, die haar Zuid-West Vlaams intact heeft gehouden, maar dan duidelijk verstaanbaar. "Ik was wel kort in kennis met ex-renner Gabriel De Loof (kampioen van België bij de onafhankelijken in 1960, maar als kortstondige beroepsrenner slechts één wedstrijd gewonnen, in Baasrode 1964, red.), maar een relatie kon je dat niet noemen. Ik had veel meer aan mijn tweewieler en dat bleef zo tot twee jaar geleden, toen ik te kampen kreeg met twee lekkende halswervels. Met een gewone fiets wil ik mij niet behelpen. Die bolt te traag. Wandelen is nu mijn alternatieve passie, maar het kan niet tippen aan fietsen."Marie-Thérèse Naessens waagde zich tien jaar na het einde van haar actieve wielercarrière zowaar aan een heroptreden op de reservefiets van ... Michel Pollentier en werd in 1976 zelfs geselecteerd voor het WK in Ostuni, waar ze de spurt aantrok voor de kansrijkere Christiane Goeminne. Die verloor evenwel haar spoor verloor en werd pas 17de werd, amper vijf plaatsen voor Marie-Thérèse zelf.Op haar 60ste haalde Marie-Thérèse Naessens nog eens het nieuws, nadat zij in Zuid-Afrika 1.400 km was gaan fietsen in de verzengende hitte en dat ook tot een goed einde bracht.Het huidige wielrennen volgt Marie-Thérèse nog op de voet, maar dan wel uitsluitend op televisie. Ook zij maakt deze clichématige kanttekening. "De meeste koersen zijn het bekijken niet meer waard, want toch zo voorspelbaar en dus saai", klaagt ze. "Ja, er zijn nog uitzonderingen zoals de tijdrit bij de vrouwen waarbij ik zwaar onder de indruk kwam van de Amerikaanse Chloé Dygert. Bij zoveel verschil deed ze mijn mond openvallen. Haar talent en presence zullen de belangstelling voor het vrouwenwielrennen verder opvoeren. Ja, ik was graag in dit tijdvak jong geweest, maar je moet geen coureur zijn zeker om zoiets te beweren?""Veel illusies zijn er op mijn gezegende leeftijd niet meer. Ik hoop vooral dat ik niet verder moet inleveren op mijn fysieke beschikkingen die mij zoveel levensvreugde hebben geschonken. Er blijft gelukkig nog veel over: reizen, vakantie en televisie kijken."De 80-jarige uitgeweken West-Vlaamse - Marie-Thérèse groeide op in Nokere, maar woonde tijdens haar actieve carrière een tijdlang in Tielt - kan nog altijd terugvallen op een buitengewone luciditeit. Als dat oud worden is: laat maar komen!