Luca Vierstraete (15) maakt indruk in het werk tegen de klok: “Telkens dat gevecht tegen jezelf, ik ben daar dol op”

Het leven van Luca staat volledig in het teken van de koers. © VDB
Imar Vandenabeele
Imar Vandenabeele Medewerker KW

Luca Vierstraete kroonde zich onlangs tot Belgisch kampioene tijdrijden bij de nieuwelingen. Op het BK in Gavere was ze maar liefst 44 seconden sneller dan haar ploeggenote Michelle Dheedene, die tweede werd. De vijftienjarige Luca uit Heule is eveneens nationaal achtervolgingskampioene.

Een fenomeen op de tijdritfiets. Luca Vierstraete kickt op het werk tegen de klok en maakt haar tegenstanders in iedere tijdrit ‘belachelijk’. Op het BK tijdrijden in het Oost-Vlaamse Gavere kon enkel Michelle Dheedene nog wat in de buurt blijven op het parcours van 11,6 kilometer.

Ella Heremans, regerend wegkampioene, gaf maar liefst één minuut en twee seconden toe op Vierstraete en eindigde als derde. Ook op de piste scheert ze hoge toppen. Tijd voor een kennismaking met onze sympathieke provinciegenote.

Pure tijdrijdster

Luca werd gebeten door wielermicrobe via haar broer. “Samen met mijn ouders ging ik naar de wedstrijden van mijn broer (Maxim Vierstraete, red.) kijken”, weet Luca.

“Ik verveelde mij te pletter langs de kant en dus besloot ik om zelf ook te beginnen koersen. Net als mijn broer zette ik mijn eerste stapjes in het wielerwereldje bij EFC-L&R-AGS. In het begin had ik het lastig om mijn wagonnetje aan te haken, maar na een eindje kon ik samen met de jongens trainingstochtjes afwerken zonder te moeten lossen. Het gaf me een vertrouwensboost.”

“Vooral in het werk tegen de klok heb ik talent. Wegwedstrijden zijn een ander verhaal, want ik ben niet zo explosief. In onze categorie draait een wedstrijd meestal uit op een sprint en ben ik dus zo goed als kansloos. We zijn wel hard aan het werken aan mijn explosiviteit en hopelijk kan ik daar in de toekomst de vruchten van plukken. Ik zou graag ook eens een wegwedstrijd aan mijn palmares toevoegen.”

“Ik zie mezelf als een pure tijdrijdster en ik vind dat ook de leukste discipline die er is binnen het wielrennen. Het is telkens weer een gevecht tegen jezelf. Ik ben er echt dol op. Momenteel beschik ik nog niet over een eigen tijdritfiets om te trainen, maar daar komt verandering in. Het zijn details die het verschil kunnen maken. Ik wil steeds professioneler te werk gaan.”

Topsportschool

Andere hobby’s naast het wielrennen heeft Luca niet. Ze doet alles voor haar sport en niks is haar te veel.

Ik sta op met wielrennen en ga ermee slapen. Het is mijn droom om prof te worden

“Ik zit op de Topsportschool in Gent en train daar elke dag. Als we geen trainingstochten doen met de fiets, krijgen we krachttrainingen. Per dag zitten we vier uur achter de schoolbanken. De rest van de tijd kunnen we naar hartenlust bezig zijn met onze sport om zo een nog betere renner/renster te worden. In de voormiddag trainen we en in de namiddag krijgen we les. Op dit moment zijn we op stage in de Ardennen. Nu krijgen we dus geen wiskunde, Frans, Nederlands of Engels, maar moeten we aan zelfstudie doen. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar waar een wil is, is een weg. Ik wil zowel op school als op de fiets presteren en dus zit ik perfect op mijn plaats in de Topsportschool.”

“Ik focus me enkel maar op het wielrennen. Ik heb geen tijd om nog een andere hobby te beoefenen, maar dat vind ik niet erg. Ik sta op met het wielrennen en ga er ook mee naar bed. Ik hou van de koers en zou het niet kunnen missen. Nog een voordeel aan het wielrennen is dat ik veel pasta kan eten. Ik hou van spaghetti en zou er niet zonder kunnen.” (lacht)

Ambities

Ze is amper vijftien jaar oud, en toch droomt Luca al stiekem van een profcarrière. “Ik zit nu in het vierde middelbaar, maar over verdere studies heb ik nog niet echt nagedacht. Mijn droom is om prof te worden”, geeft ze eerlijk toe.

“Ik ga alleen nog maar meer stappen voorwaarts zetten en zo sterker en beter worden. Mijn idool is Lotte Kopecky. Wat zij dit voorjaar allemaal verwezenlijkt heeft, is echt fenomenaal. Naast haar knappe overwinningen en ereplaatsen op de weg, is ze ook een uitstekend tijdrijdster. Ik volg haar op de voet en hoop ooit in haar voetsporen te mogen treden. Ik besef wel dat de weg nog lang is en dat ik met de voetjes op de grond moet blijven. Het belangrijkste is dat ik me blijf ontwikkelen en dat ik het graag doe. Ik hoop dat ik mijn grote droom ooit kan waarmaken.” (IV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.