De Belgische ploeg had met Remco Evenepoel en Thibaut Ponsaerts twee grote troeven in handen, maar ook de vier andere renners zetten het voorbije seizoen mooie resultaten neer. Helaas voor de Belgen lukte het hen niet om zich te tonen in Bergen. "Ik heb de tel niet kunnen bijhouden", aldus bondscoach Carlo Bomans, "maar zeven, acht keer lagen mijn jongens tegen de grond en dan kregen ze ook nog eens af te rekenen met pech. Ik heb veel meegemaakt in mijn carrière, maar dit heb ik nog nooit gezien. Elk van mijn renner heeft wel iets voorgehad. Dit is jammer voor hen, want ze zijn nooit in de wedstrijd kunnen komen en hebben niet kunnen doen wat ze wilden tonen. Evenepoel stond vier keer aan de kant, Ponsaerts lag er twee keer bij, ook Maxim Van Gils maakte twee keer kennis met het asfalt. Ze komen een paar keer terug, maar als je zo vaak tegen de grond gaat, dan stopt het op een gegeven moment natuurlijk."

Een duidelijke oorzaak is er niet. "Brute pech meestal", aldus de bondscoach. "Iemand viel voor hen, ze werden de pas afgesneden. Tja, ik was al blij dat het droog bleef vandaag, omdat zo'n WK bij de junioren altijd een nerveuze bedoening is. Maar kijk, ze vallen dan toch. Dit is jammer, want dit is ook geen WK waar ze lessen uit kunnen trekken. Het is een kans die voorbij is door pech, ze zijn nooit niet in de wedstrijd kunnen geraken, dan kan je er ook niets van leren."

Evenepoel en Ponsaerts gaven op. Cassaert werd 27e, Vervloesem 53e, Van Gils 73e en Ilan van Wilder 100e. "Met de blessures van die jongens valt het mee", eindigt de bondscoach, "het gaat vooral om schaafwonden, maar er zal vooral mentaal veel oplapwerk zijn na dit WK. Ze zijn ontgoocheld, dat spreekt voor zich."

(BELGA)