KVC Noordzeemeeuw is ambitieus: Oostendse opleidingsclub wil jonge talenten langer bij zich houden

De kern van KVC Noordzeemeeuw in 2023, gaande van miniemen tot eliterenners zonder contract. © Coghe
Tom Vandenbussche

Aan de kust is KVC Noordzeemeeuw al jarenlang een vaste waarde voor het jonge, West-Vlaamse talent. Alleen wil de ploeg zijn renners nu ook langer aan zich binden. “En daarom gaan we ons programma voor onze junioren uitbreiden”, zegt Filip Deschuytter.

Filip Deschuytter (54) heeft zelf een verleden op twee wielen. De Zerkegemnaar koerste van zijn twaalfde tot zijn 40ste en richtte in 1995 zijn eigen club op, KVC Westkerke, dat later bekend werd als Team Deschuytter. Na een korte fusie met Abutriek sloot Deschuytter zich aan bij Noordzee Oostende. Nog later volgde een nieuwe fusie met KVC De Zeemeeuw Oostende. Intussen is er nog één grote jeugdwielerploeg in Oostende: KVC Noordzeemeeuw. Als penningmeester en gediplomeerd trainer is en blijft Deschuytter de bezieler bij uitstek, al kon hij er vorige zaterdag op de ploegvoorstelling niet bij zijn door corona. Deschuytter is ook al vele jaren actief bij Cycling Vlaanderen afdeling West-Vlaanderen. We vragen hem hoe hij de huidige jeugdwerking in de wielersport analyseert. “Het is volledig veranderd. Vroeger had je een opleiding van 24 uur en kregen alle jonge rennertjes een scholing. Nu is alles doorgeschoven naar de clubs, wat niet evident is. De aanpak verschilt ook per provincie. Het is een vicieuze cirkel, want soms zie je in een koers gastjes die nog niet in staat zijn om in een peloton te rijden. Clubs moeten nu zeggen of iemand mag koersen, maar vertel maar eens tegen een jongetje van negen dat hij nog niet mag starten.”

“De opleiding stond bij ons altijd centraal. Dat blijft zo” – Filip Deschuytter

Intussen heeft Deschuytter de nodige ambities met zijn eigen club, KVC Noordzeemeeuw. De junioren zullen in 2023 de Beker van België betwisten. “De opleiding heeft bij ons altijd centraal gestaan en dat blijft zo, maar vanaf nu willen we onze renners langer bij ons houden. We hebben veel te veel miniemen die als aspirant de overstap naar een andere ploeg maken, omdat er daar beloftes worden gedaan om allerlei mooie wedstrijden te rijden. Daarom willen wij met onze junioren een mooi programma afwerken. Met succes. Het is de eerste keer dat we onze 14-jarige aspiranten hebben kunnen houden. Druk leggen we hen echter niet op. We geven hen alleen maar kansen en beschikken nu bovendien over een hele entourage met meerdere ploegleiders om die grote koersen af te werken.”

Het stamnummer van KVC De Zeemeeuw Oostende, waarvoor in het verleden onder meer Johan Museeuw en Mauri Vansevenant uitkwamen, vierde op 1 december 2022 zijn 100-jarig bestaan. Een straf getal, maar de toekomst verzekeren is minder evident. “Het is niet gemakkelijk om voldoende medewerkers te vinden”, geeft Deschuytter toe. “Maar bij KVC Noordzeemeeuw hebben we altijd gesteund op ouders van renners die zelf een opleiding voor een trainersdiploma begonnen te volgen. Dat werpt zijn vruchten af, want binnen de club beschikken we over heel wat mensen die zo’n diploma in handen hebben.”

Clubkampioenschap

Tot slot: KVC Noordzeemeeuw zal komende maand geen clubkampioenschap betwisten. “Dat doen we bewust niet, want zo verlies je een week”, benadrukt Deschuytter. “Het seizoen duurt al lang genoeg. De renners kunnen koersen van eind februari tot begin oktober en hebben daarna de kans om ook te crossen. Bovendien vinden we zo’n clubkampioenschap sowieso niet ideaal, want de renners trainen maanden aan een stuk samen en zijn op die dag plots concurrenten van elkaar. Het is niet de bedoeling dat onze renners tegen elkaar opgezet worden.”

Minieme Hanne Van Dijk: “Ooit zo sterk als Lotte Kopecky?”

Hanne Van Dijk (10) uit Zandvoorde begint aan haar derde seizoen. “Omdat mijn broer Thomas koerste, wilde ik dat ook”, vertelt ze. “Samen trainen we met mama Nele en papa Mark. Hoeveel kilometer we afhaspelen? Zo’n 30 tot 40.” De wedstrijden bij miniemen bestaan uit proefjes, een tijdritje, een wegwedstrijd en soms ook een tocht in de omgeving van het parcours. “Het liefst doe ik de wegrit. Maar ik ben het best in een tijdrit en in een peloton rijden. Sprinten is mijn zwakste punt.”

Mama Nele was vroeger een skeeleraar. “Ik fiets één tot twee keer per week”, vertelt Hanne. “Soms met mijn ploeg en soms met mama en papa. Wie er de beste is? (lacht haar tanden bloot) Dat weet ik echt niet!” Papa Mark geeft aan dat hij toch wel de sterkste op twee wielen is. “Maar”, voegt mama Nele eraan toe, “als het niet te steil en eerder lang bergop gaat, kan ik hem de baas.”

Naast wielrennen doet Hanne ook aan atletiek bij Hermes Oostende. “Alleen sprinten ligt me niet zo goed. Wat als ik tussen haar twee sporten moet kiezen? Doe dan maar fietsen.” Mama Nele vertelt dat haar dochter toch liever naar de atletiektraining gaat. “Ze fietst het liefst, maar bij Hermes zijn er meer meisjes met wie ze kan babbelen. In de koers zijn er vooral jongens. Dat is jammer.” Hanne’s favoriete wielrensters zijn Marianne Vos en Lotte Kopecky. “Lotte rijdt op de piste, wat ik nu ook zal doen. Ooit hoop ik even sterk als haar te worden.” Papa Mark voegt er vlug aan toe dat ze dan wel nog veel zal moeten trainen. “Maar het belangrijkste is dat Hanne er vooral heel veel plezier aan beleeft”, benadrukt mama Nele.

Nieuweling Louis Nuyens: “Benieuwd naar debuut bij de nieuwelingen”

Louis Nuyens (14) uit De Haan begon in 2021 te koersen bij de 13-jarige aspiranten. Eind februari maakt hij zijn debuut bij de nieuwelingen. “Over vorig seizoen ben ik tevreden. Vooral op het einde was ik goed op dreef”, vertelt de leerling bedrijfswetenschappen in het derde middelbaar van het Sint-Pieterscollege in Blankenberge. “Mijn allerlaatste koers van het seizoen was toen meteen ook mijn beste. In Langemark werd ik vijfde. Intussen ben ik me aan het voorbereiden op mijn debuut bij de nieuwelingen. Ik probeer zo’n acht uur per week te trainen. Neen, met schema’s werk ik niet. Meestal is er op woensdag en zaterdag een groepstraining van KVC Noordzeemeeuw voorzien. Op andere dagen doe ik een intervaltraining.”

Nuyens had vroeger geen enkele link met de wielersport. “Ik wilde wel al altijd een koersfiets hebben en kreeg er op een bepaald moment eentje voor mijn verjaardag”, aldus de jonge renner uit De Haan, die Wout van Aert zijn favoriete wielrenner noemt. “Omdat hij in alles zo goed is. Neen, zelf ben ik zo niet. Tijdrijden ligt me minder. Uithouding is dan weer mijn grootste kwaliteit.” Nuyens kijkt uit naar zijn debuut bij de nieuwelingen. “Ik ben heel benieuwd, want ik zal voor de eerste keer met oudere renners koersen. Ik zal na dit seizoen tevreden zijn als ik goed heb kunnen volgen in het peloton. Neen, specifieke doelen heb ik niet. Ik heb geen zicht op de wedstrijden die ik zal rijden”, besluit Nuyens, die als aspirant ook als veldrijder actief was. “Deze winter heb ik me nog één keer aan een cross gewaagd, maar ik vond het niet zo leuk. Vanaf nu zal ik alleen op de weg koersen.”

Elite zonder contract Glenn Velle: “Mooi om te eindigen waar alles startte”

Glenn Velle (31) is een speciaal geval, want de eliterenner zonder contract zal wielrennen combineren met triatlon. “Ik ben indertijd als 14-jarige aspirant beginnen te koersen en ben dat elf seizoenen blijven doen. Daarna ben ik even gestopt en was ik drie jaar als sportverzorger bij de damesvolleybalclub van Hermes Oostende actief. Toen ik van job veranderde, bleek het niet meer mogelijk om dat te blijven doen en ben ik met triatlon begonnen. Door een liesblessure ben ik daar na twee jaar ook mee moeten stoppen, waarna ik uiteindelijk de liefde voor de fiets toch weer hervond. In 2023 wil ik triatlon en wielrennen combineren. Filip Deschuytter, die gehoord had dat ik weer fietste, vroeg me of ik bij zijn ploeg wilde koersen. Als aspirant ben ik bij hem begonnen. Ik vind het mooi om te eindigen waar alles gestart is.”

Velle last van 6 tot 14 februari een stage in Calpe in. Zijn hoofddoel is een volledige triatlon in de maand juni in de Champagnestreek. “Tot nu toe deed ik enkel kwart- en halve triatlons. Vorig jaar heb ik me in Maastricht proberen te kwalificeren voor het WK, maar door materiaalpech stond ik een uur aan de kant en kon ik mijn droom vergeten. Nu is een eerste volledige triatlon het doel. Als triatleet wil je dat ooit gedaan hebben. Mijn koersprogramma moet ik wel nog samenstellen. Het is de bedoeling om in maart met het wielerseizoen te beginnen en vanaf mei enkele triatlons in te lassen. Ook als coureur heb ik nog ambitie. Ik zou graag nog eens op het podium staan. In 2023 wil ik nog eens tonen wie Velle is. De andere coureurs kennen me wel nog van vroeger.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.