Op een Belgisch kampioenschap wint niet altijd de sterkste renner. Dat was ook zondag bij de juniores het geval. Ramses Debruyne reed eerst 85 km in de aanval met een groepje van vijf om dan in de finale met ploeggenoot Dries De Pooter op en over...

Op een Belgisch kampioenschap wint niet altijd de sterkste renner. Dat was ook zondag bij de juniores het geval. Ramses Debruyne reed eerst 85 km in de aanval met een groepje van vijf om dan in de finale met ploeggenoot Dries De Pooter op en over een kopgroep van drie renners te gaan. De Rollegemnaar was dus heel sterk, maar moest zich uiteindelijk tevreden stellen met zilver."We draaiden aanvankelijk goed rond met die kopgroep van vijf, maar plots kwam er een achtervolgende groep wat dichterbij en werd er meteen gespeculeerd voorin. Op die manier kwam alles weer samen. Ik heb me dan even kalm gehouden in het peloton", aldus Ramses, die vervolgens tot in de slotronde wachtte om in de tegenaanval te gaan op een groepje van drie dat zo'n 40 seconden voorsprong had. "Dries had me ingelicht over zijn plan en ik ging mee op de Hoge Blekker. Op de top nam ik over en reden we naar de koplopers toe. Daar probeerde ik vervolgens weg te rijden en bij mijn tweede poging is het mij gelukt. Toen ik even later Dries zag komen, wist ik dat ik kansloos was in de sprint. Maar ik gun hem deze zege, want we kunnen het goed met elkaar vinden en hij maakt ook altijd en overal koers."De volledige uitslag: