Joeri Calleeuw gaf eerder ruiterlijk toe dat hij zich afgelopen winter minder grondig voorbereidde op het nieuwe wielerseizoen. Toen de conditie stilaan in stijgende lijn ging, belandde de renner van Decock-Van Eyck-Devos-Capoen drie keer hard tegen het asfalt. "Mijn conditie is al een beetje aan het verbeteren, maar ik heb nog veel werk. De laatste twee valpartijen waren op dezelfde plaats, waardoor ik last blijf hebben van mijn rug. Met de nodige oefeningen zal het wel beteren. Ik zie het alleszins zitten om er nog iets van te maken. Geef me twee weken zonder problemen en ik zal al een pak beter zijn."
...

Joeri Calleeuw gaf eerder ruiterlijk toe dat hij zich afgelopen winter minder grondig voorbereidde op het nieuwe wielerseizoen. Toen de conditie stilaan in stijgende lijn ging, belandde de renner van Decock-Van Eyck-Devos-Capoen drie keer hard tegen het asfalt. "Mijn conditie is al een beetje aan het verbeteren, maar ik heb nog veel werk. De laatste twee valpartijen waren op dezelfde plaats, waardoor ik last blijf hebben van mijn rug. Met de nodige oefeningen zal het wel beteren. Ik zie het alleszins zitten om er nog iets van te maken. Geef me twee weken zonder problemen en ik zal al een pak beter zijn."Afgelopen weekend koerste de naar Oostende uitgeweken Veldegemnaar maar liefst vier dagen op rij. "Ik zag het als een soort training om wedstrijdkilometers op te doen. Het waren ook geen superzware wedstrijden, dan kan je zoiets wel doen." Vrijdag in Gullegem mocht ploegmaat Jens Vandenbogaerde opnieuw het zegegebaar maken. "Ik heb hem wel naar voren gebracht en een ronde op sleeptouw genomen. Meer kon ik niet doen, maar daardoor kon hij nog naar de eerste groep rijden. In Oudenburg geraakte ik zaterdag net niet tot bij het groepje dat voor de tweede plaats sprintte. Mijn benen voelden zondag het best aan, in Lauwe. Toen Davy Commeyne plots weg was met een groepje, hebben we een beetje afgestopt met de ploeg. En maandag in Beselare voelde ik dat het de vierde dag was." (lacht)Voorlopig staan er voor Joeri Calleeuw geen interclubs op het programma. "Zondag is het wel koers in Erembodegem, voor de deur van de sponsor. Daar willen we met de ploeg natuurlijk winnen of minstens meespelen. Hopelijk gaat het met mij al een stukje beter, al mag je ook geen wonderen verwachten. Ik wil zo rap mogelijk op niveau zijn en kunnen meerijden voor de overwinning in criteriums en kermiskoersen in de streek." De 33-jarige renner geeft wel voorrang aan zijn job bij Ingelbeen-Soete in Izegem. "Donderdag start ik bijvoorbeeld niet in Oudenburg, omdat ik voor mijn werk in Rotterdam moet zijn. Normaal valt zoiets wel te regelen, maar deze keer kon ik daar echt niet ontbreken."Bij 17 augustus staat een rood kruisje in de agenda van Calleeuw. Op het Belgisch kampioenschap in het Luxemburgse Habay-la-Neuve wil hij meestrijden om een derde nationale titel bij de eliterenners zonder contract. "Misschien kunnen we met een mixed team nog de Ronde van Luik als voorbereiding rijden. Het parcours van het BK is nog niet bekend, maar ze kunnen het daar zeker lastig maken. Het is moeilijk inschatten hoe zwaar het zal zijn."Na dat laatste grote doel wil de renner van Decock-Van Eyck-Decock-Capoen zijn carrière nog in schoonheid afsluiten. Het is de bedoeling om te starten in de Grand Prix Chantal Biya (genoemd naar de presidentsvrouw red.) in Kameroen. "Die koers wordt gereden in oktober, als het seizoen hier juist gedaan is. Het staat nog niet vast, maar het is wel de bedoeling om daar mijn allerlaatste wedstrijd te rijden. Ik zal dus inderdaad stoppen, denk ik. Nog een winter 's avonds in het donker na het werk gaan trainen, zie ik eerlijk gezegd niet meer zitten." Voorlopig zoekt Calleeuw nog niet naar een andere functie binnen de wielerwereld. "Neen, daar ben ik nog niet echt mee bezig. Ik heb er nog niet over nagedacht. Maar ik zie het misschien wel zitten, als er eens een mooi voorstel passeert. Het zou wel leuk zijn. Het wielrennen zorgt toch voor een bepaalde manier van leven. Het zal aanpassen worden als ik gestopt ben", besluit de ex-profrenner.(Adriaan Clynckemaillie)