"Toen we de laatste rechte lijn opdraaiden, zat Julie Van De Velde voor mij en Ann-Sophie Duyck net in mijn wiel", zei Vandenbulcke. "Toen ik zag dat Ann-Sophie ging vertrekken, was het voor mij ook alles of niets. Ik reed al enkele kermiskoersen en wist zo dat ik niet traag ben in de sprint. Het was winnen of verliezen. Van deze titel heb ik enkel maar durven dromen. Ik ben in Gentbrugge komen wonen, dus dit was een titelstrijd in mijn eigen stad die ik win. Dat maakt het nog wat specialer. Het is tevens de eerste echte zege dit seizoen."

De laureate kwam uit een vlucht die al heel vroeg tot stand kwam. "Al in de eerste ronde waren we weg met twaalf rensters. We konden tot vier minuten voor het peloton rijden. Omdat ik vond dat er enkelen bijzaten die, met alle respect, net niet sterk genoeg waren, wou ik de groep verder uitdunnen. En ik was niet alleen. Dit is immers een Belgisch kampioenschap en geen etentje met vrienden. Wij wilden nu eenmaal koers maken. Dit is echt het mooiste wat er kon gebeuren. In de laatste ronde zag ik mijn trainer staan en dat gaf me ook een bijkomende kick. Bovendien was mijn sportdirecteur heel de koers aan het inpraten op mij. Hij zei steeds dat ik het kon afmaken en dat dit mijn kans was om Belgisch kampioene te worden. En dat deed ik, al kan ik nog steeds niet geloven", straalde Vandenbulcke.

(Belga)