Amper 7 jaar was Jelle toen hij zijn papa Dirk een jonge renner zag trainen. Dat boeide hem zodanig dat hij de wielermicrobe te pakken kreeg. Sindsdien waren Jelle en zijn koersfiets onafscheidelijk. Als 12-jarige kan hij meedoen aan wedstrijden als aspirant-renner. Hij rijdt in alle provincies de overwinningen aan elkaar. Sinds kort spreekt ook het veldrijden hem bijzonder aan. Dat bewees hij toen hij onlangs in Diksmuide voor de eerste keer meereed in deze discipline en zowaar als tweede eindigde.
...

Amper 7 jaar was Jelle toen hij zijn papa Dirk een jonge renner zag trainen. Dat boeide hem zodanig dat hij de wielermicrobe te pakken kreeg. Sindsdien waren Jelle en zijn koersfiets onafscheidelijk. Als 12-jarige kan hij meedoen aan wedstrijden als aspirant-renner. Hij rijdt in alle provincies de overwinningen aan elkaar. Sinds kort spreekt ook het veldrijden hem bijzonder aan. Dat bewees hij toen hij onlangs in Diksmuide voor de eerste keer meereed in deze discipline en zowaar als tweede eindigde.In totaal won Jelle al zo'n 35 wedstrijden op de weg in het seizoen 2014-2015. Deze wedstrijden vonden plaats in alle Vlaamse provincies. In Leopoldsburg speelde hij het klaar om Kampioen van Vlaanderen te worden. Hij bolde er als eerste over de eindmeet en liet er 49 vooraf geselecteerde mederenners achter zich.In het Belgisch kampioenschap in het Henegouwse Grandglise eindigde de Steenkerkse aspirant op de tweede plaats. "Veldrijden en wegrijden zijn twee verschillende disciplines. De banden, de remmen en het versnellingsapparaat zijn niet dezelfde in het veld als op de weg", zegt Jelle. Het materiaal is duur en dat weten papa Dirk en mama Katy te beamen. Zijn vijf fietsen zijn aangepast aan zijn gestalte en aan de terreincondities. Het juiste kader en wieldiameter zijn namelijk belangrijke factoren om goede resultaten te behalen. Nu rijdt Jelle met een klein kader maar met wielen met een diameter van een normale koersfiets. Hij kan nog tot zijn veertiende als aspirant-renner blijven rijden, dan kan hij overgaan naar de categorie van de nieuwelingen. "Als je resultaat wil halen moet je regelmatig trainen", zegt Jelle. "Ook op de voeding moet worden gelet. Voor elke wedstrijd goed uitgeslapen zijn vergroot ook de kans op een overwinning."Jelle traint een drietal keer per week, alhoewel hij door papa en mama soms een rustperiode voorgeschoteld krijgt. Anders zit hij van 's morgens tot 'savonds op zijn fiets, zeggen zijn fiere ouders. "Ook eens een koers durven overslaan is voor jonge renners aangeraden", zegt papa. Jelle rijdt ook graag eens een wedstrijd in een andere provincie. In Antwerpen leert men andere renners kennen dan die waarmee je gewoonlijk rijdt in eigen provincie. Een renner die bij de aspiranten rijdt heeft geen ploegmaats ter ondersteuning en moet in alle omstandigheden zijn eigen boontjes doppen, in tegenstelling tot bij de nieuwelingen die wel een beroep kunnen doen op ploegmaats om onderlinge afspraken te maken. Bij de aspiranten wordt vooral op eigen kracht en uithouding gereden. "Mijn droom is altijd maar beter worden, zeker ook in het veldrijden. Misschien wil ik later naar een sportschool gaan", zegt Jelle.(JTV)Lees hierover ook in Krant van West-Vlaanderen, editie Het Wekelijks Nieuws Kust van vrijdag 8 januari