"Ik reed voor La William en het was de bedoeling om voor Michel Cornelisse, die al vijf keer gewonnen had, de spurt in te leiden", weet Jan nog. "We draaiden op volle snelheid uit aan Baliebrugge. Michel liet een gaatje vallen dat de anderen niet meer gedicht kregen."
...

"Ik reed voor La William en het was de bedoeling om voor Michel Cornelisse, die al vijf keer gewonnen had, de spurt in te leiden", weet Jan nog. "We draaiden op volle snelheid uit aan Baliebrugge. Michel liet een gaatje vallen dat de anderen niet meer gedicht kregen." Jans vader Etienne (inmiddels 78 jaar) koerste ook en was in 1966 beroepsrenner bij Solo-Superia (met ook Ward Sels, Patrick Sercu, Rik Van Looy...), waarna hij tot en met 1972 naar de liefhebbers terugkeerde. De zoon had meer intrinsieke klasse dan de vader, maar zijn gezondheid kwakkelde wel eens zodat het hem goed uitkwam dat hij als tiener volstrekte prioriteit aan zijn universitaire studie voor licentiaat wiskunde had gegeven.Het was nochtans verleidelijk om voluit voor het wielrennen te kiezen. Jan behaalde als jeugdrenner een respectabel aantal overwinningen: 34 als nieuweling, 49 als junior en 44 als liefhebber. Hij werd kampioen van West-Vlaanderen bij de nieuwelingen (1981) en juniores (1982), won de Ronde van Vlaanderen voor juniores op 31 juli 1983, de heetste dag van die mooie zomer. Naderhand werd de Ichtegemnaar zowel in 1986 als in 1987 kampioen van België in de achtervolging, het omnium en tussendoor ook in de ploegenachtervolging. In 1988 zette hij de kroon op het werk door dicht te eindigen in de meeste voornaamste binnenlandse en in dé twee buitenlandse koersen van dat moment."Dat jaar was ik met JohnnyDauwe(die eind juni 2003 zelf uit het leven stapte, red.), FrankFrancken(nog altijd de schoonbroer van Edwig Van Hooydonck, red.) incontournable voor de Olympische wegrit in Seoel, waar ik deel uitmaakte van de beslissende vlucht, die de Oost-Duitsers, met Olaf Ludwig als laureaat en Bernd Gröne en Christian Henn onder hem op het podium, naar hun hand zetten. Ik viel net uit de top tien die het nog veel mooier zou hebben gemaakt. Dichter bij het podium kwam ik een maand later op het officieuze WK (in een olympisch jaar was er toen geen officieel WK voor liefhebbers, red.) in Ronse, daags voor de clash tussen SteveBauer en ClaudeCriquielion. Op die zonnige zaterdag werd ik op 75 meter van de finish door de eerste achtervolgers ingehaald en achtergelaten, maar ik sleepte alsnog een vijfde plaats uit de brand.""Ik was klaar voor de beroepscategorie en beantwoordde aan het profiel dat Jan Raas voor ogen had", vervolgt Jan. "Hij legde mij vast bij bij Superconfex in 1989 en bij Buckler in 1990. Ik begon echter overtraind aan het seizoen. Ook in competitie woekerde ik met de krachten. Zo zette ik, slechts als invaller opgeroepen, in Luik-Bastenaken-Luik een solo van 187 km op tegen een gemiddelde van 39,5 km per uur. Ik had mijn contract dubbel en dik gevaloriseerd door langdurig in beeld te zijn op de diverse Europese kanalen, die kennis maakten met de merknaam Buckler (het alcoholvrij bier van Heineken, red.)."Jan Mattheus ontzag zichzelf niet: hij was een krachtpatser die tot het uiterste ging met hardrijden als handvest en beuken tot er zo weinigen mogelijk aanklampten "Ik heb te veel op fond en te weinig op snelheid getraind", beseft Jan 30 jaar later. "Niemand heeft mij, wat dat betreft, bijgestuurd. Ik was al universitair toen ik voor het eerst een wielerbaan opreed. Behalve mijn vijf Belgische titels reed ik ooit de kilometer in 1'06". Enkel ErikSchoefs deed in die dagen beter."Jan valoriseerde intussen zijn universitaire studie die hem tot licentiaat (nu master) wiskunde en een boeiend bestaan als leraar wiskunde in de derde graad industriële wetenschappen van het VTI in Torhout promoveerde, met duatleet JoeriVansteelandt en wielerbelofte MauriVansevenant als illustere sportieve leerlingen. Zo'n academische job is sowieso duurzamer dan het betaalde wielrennen tijdens het laatste decennium van de 20ste eeuw zou geweest zijn.Intussen had Jan het profpeloton al op zijn 28ste voor bekeken gehouden na een stap terug bij La William. In april 1992 had hij bovendien een hersenvliesontsteking gekregen. Met Rudy Pevenage als ploegleider beleefde hij niettemin nog drie knappe seizoenen met vooral: dichtste ereplaatsen in Isbergues (na Jacky Durand, red.) en de Druivenkoers (na Ronny Van Holen, red.) in 1991, maar ook winst in de Liedekerkse Pijl in 1992, een thuiszege in Ruddervoorde en een triomf in Dentergem in 1993. Toch moest hij daarna inleveren om zijn contract te verlengen. Dat zou onder zijn waardigheid geweest zijn.Net als zijn papa bolde Jan, zelfs na een heelkundige ingreep aan de patellapees, vanaf 1994 nog vijf seizoenen uit bij de elite zonder contract, bekroond met vijf, acht, tien en acht zeges, waarbij enkele met meerwaarde. Daarmee zou hij nu, indien tien jaar jonger, onmiddellijk gesolliciteerd worden door een procontinentaal team.Op 1 mei 1998 behaalde Jan in Veldegem zijn ultieme zege. Enkele weken later kroop hij door het oog van de naald toen hij tijdens de koers in Zedelgem-Vijfwege een hartstilstand kreeg door ritmestoornissen in de linkerkamer (sinusknop). Na uitgebreide onderzoeken en tests hervatte hij eind augustus nog in Langemark-Madonna, maar hij ondervond dezelfde ongemakken als half juni.Hoe graag Jan nog wilde, het rationele haalde het op het emotionele, het was genoeg geweest en tijd voor zelfbehoud.Jan Mattheus is een gelukkige 53-jarige single die apetrots is op zijn twee kinderen: de 26-jarige Harm (die als tandarts deel uitmaakt van een groepspraktijk in Oostkamp) en de 21-jarige Fran (in haar derde academiejaar voor master handelswetenschappen).