1. Yves Lampaert
...

Op zijn palmares prijkten al Dwars door Vlaanderen (2017, 2018), het BK tijdrijden (2017), het BK op de weg (2018), een etappe in de Vuelta (2017) en een tijdrit in de Ronde van Zwitserland (2019), maar toch noemde Yves Lampaert (29) 2020 zijn beste jaar ooit. Een terechte opmerking. Lampaert was de enige renner die erin slaagde om in alle vijf WorldTour-koersen op Belgische bodem in de top tien te eindigen: tweede in de Omloop Het Nieuwsblad, vierde in de BinckBank Tour, zevende in Gent-Wevelgem, vijfde in de Ronde van Vlaanderen en eerste in Brugge-De Panne. Heel straf in een seizoen waarin minder gekoerst werd en hij begin augustus in Milaan-Turijn ook nog eens zijn sleutelbeen brak en de Tour miste. Komend voorjaar wordt Lampaert een van de voornaamste concurrenten van Wout van Aert en Mathieu van der Poel.Je moet het maar doen: een volledig seizoen op kop van het peloton rijden om je kopmannen aan zoveel mogelijk zeges te helpen, maar intussen zelf ook nog hier en daar een vette uitslag bijeen rijden. Tim Declercq (31) deed het in 2020 en bewees daarmee nog een stap voorwaarts te hebben gezet. Maar liefst negen keer (twee keer Fabio Jakobsen, drie keer Remco Evenepoel, één keer Julian Alaphilippe, twee keer Sam Bennett en één keer Yves Lampaert) hielp hij een ploegmaat in dit beperkte seizoen (53 wedstrijddagen) aan winst. Zelf werd hij vijfde in de Omloop en tweede in Brugge-De Panne, telkens na een hele dag in het offensief. Er zijn waterdragers die het met minder moeten doen. Hoed af!Na zijn uitstekend seizoensbegin - rit- en eindwinst in de Ronde van Murcia, ereplaatsen in de Ster van Bessèges, Ronde van Algarve en Parijs-Nice - had Xandro Meurisse (28) meer van het tweede seizoensgedeelte post-corona verwacht. Er was onder meer de zoektocht naar een nieuwe ploeg die in deze onzekere tijden meer energie kostte dan hij had verwacht. En er was de nodige portie pech, zoals de val op het EK in Plouay die hem vervolgens wekenlang parten bleef spelen. Toch deed de Zwevegemnaar het al bij al verre van onaardig. Hij toonde zich aanvalslustig in de Antwerp Port Epic, in de Ronde van Luxemburg en op het BK op de weg in Anzegem. Hij reed ook een prima slotrit in de BinckBank Tour en sloot af met een sterke Ronde van Vlaanderen, waarin hij voor plaats drie sprintte. Vanaf 2021 is Meurisse bij Alpecin-Fenix ploegmaat van Mathieu van der Poel. Dat zal vonken geven.Eindelijk eens een seizoen zonder lichamelijke problemen. Dat moet Jonas Rickaert (26) heel veel deugd gedaan hebben. In 2019 waren er eerst knieproblemen en vervolgens valpartijen in de Tour d'Alsace en Münsterland Tour, maar in 2020 bleef de ploegmaat van Mathieu van der Poel bij Alpecin-Fenix van fysieke ongemakken gespaard. De resultaten bleven dan ook niet uit. Rickaert was alomtegenwoordig. In eerste instantie in dienst van kopmannen Tim Merlier en Mathieu van der Poel, maar zelf ook met twee overwinningen: een rit in de Ronde van Vlaams-Brabant en Dwars door het Hageland, de Vlaamse versie van de Strade Bianche. Zijn slotakkoord in Brugge-De Panne (tiende na een straffe wedstrijd) was zowaar nog indrukwekkender. Van deze jongen gaan we, zonder pech, nog horen.Nog zo'n crosser die het uitstekend doet op de weg. Gianni Vermeersch (27) is geen Van Aert of Van der Poel, maar laat al jaren flitsen van klasse zien. Ook dit jaar weer. Ronde van Antalya, Le Samyn, Dwars door het Hageland, Settimana Coppi e Bartali... Waar je hem ook laat starten, telkens weer staat hij er. In de Antwerp Port Epic boekte Vermeersch zelfs zijn beoogde seizoenszege en in Gent-Wevelgem had hij zonder die onnozele valpartij zelfs de finale betwist. Ooit komt er een dag waarop de Klerkenaar in Wevelgem voor de knikkers mag sprinten. Op naar 2021. Nog een klein beetje als crosser, maar vooral als wegrenner bij Alpecin-Fenix, de ideale omgeving voor Vermeersch.Vier jaar geleden won hij als 19-jarige eerstejaarsbelofte nog de Ronde van Lombardije bij de U23, maar in zijn eerste twee seizoenen bij de profs ging Harm Vanhoucke (23) door een moeilijke periode. Anno 2020 is de Aalbekenaar, geruggensteund door zijn trainer Paul Van den Bosch, helemaal terug van weggeweest. In de Trofeo Mallorca reed hij bergop mee met Emanuel Buchmann en Alejandro Valverde. In de Ruta del Sol haalde hij de top tien in een bijzonder sterk deelnemersveld met wereldtoppers als Jakob Fuglsang en Mikel Landa. In de Tour de l'Ain werd hij twaalfde na tal van topklimmers uit de Tour de France. In de Tour du Poitou-Charentes pakte hij de bolletjestrui. En in de voorbije Ronde van Italië werd hij derde in de rit naar de vulkaan Etna op Sicilië, behaalde hij nog twee toptienplaatsen in bergetappes en mocht hij zeven dagen in de witte trui van beste jongere rondrijden, omdat de Portugese leider Joao Almeida de roze trui moest dragen. In 2021 mag Vanhoucke gerust nog wat hoger mikken in rittenkoersen van een week. Een grote ronde lijkt voorlopig te hoog gegrepen.Onopvallend maar toch opvallend. Onopvallend, omdat Arjen Livyns (26) met zijn ploeg Bingoal-Wallonie-Bruxelles vooral in buitenlandse wedstrijden actief was. Opvallend, omdat de Kerkhovenaar nog maar sinds 1 maart 2018 als prof actief is. Zijn knappe prestaties op de Col d'Eze en de Mont Faron in de Tour des Alpes Maritimes et du Var bleken maar een voorproefje van wat erop volgde. In de GP de Lillers was Livyns dicht bij zijn tweede profzege - vorig jaar won de poulain van Luc Wante de kermiskoers in Desselgem - en ook in ondergewaardeerde wedstrijden als de Faun-Ardèche Classic, Trofeo Matteotti en Settimana Coppi e Bartali deed hij het niet onaardig. Maar wat dan gezegd van zijn debuut in de Ronde van Vlaanderen? Daarin werd Livyns 29ste na een heel aanvallende koers.Eén flits volstond voor Mauri Vansevenant (21) om in dit lijstje terecht te komen: zijn aanval in de Waalse Pijl die droeg tot net voor de slotklim naar de Muur van Hoei, een nummertje dat normaal niet voor een neoprof - de Torhoutse klimmer maakte deze zomer zijn debuut bij Deceuninck-Quick-Step - is weggelegd. Vansevenant ging verder op zijn elan en verrichtte in Luik-Bastenaken-Luik berenwerk voor kopman Alaphilippe, enkele weken nadat hij in de Settimana Coppi e Bartali (voor Bagioli en Almeida) en Ronde van Slovakije (voor Steimle en Archbold) ook al kilometerslang op kop van het peloton had gereden. Op naar zijn debuut in een grote ronde: de Giro van volgend jaar? Het land waar hij in juli 2019 de gereputeerde Giro della Valle d'Aosta won. Dat kan niet anders dan goed aflopen.De erelijst van Sep Vanmarcke (32) in 2020 oogt mager, maar er zijn verzachtende omstandigheden. Door de strenge coronapolitiek bij zijn ploeg EF Pro Cycling kwam de Anzegemnaar dit jaar aan amper 26 wedstrijddagen in UCI-koersen. Vanmarcke toonde zich op het EK in Plouay (in dienst van Stuyven, Naesen en Van Avermaet), in de BinckBank Tour, in Gent-Wevelgem en in de Ronde van Vlaanderen, maar een mooie uitslag bleef uit. In andere wedstrijden op zijn maat, zoals Brugge-De Panne (val) en Parijs-Roubaix (afgelast), kreeg hij dan weer niet de kans om zich te bewijzen. Ondanks de magere resultaten blijft Vanmarcke één van onze sterkste renners en niemand die op dit moment durft te zeggen dat hij er nooit in zal slagen om een Monument te winnen. Op naar 2021 dan maar?We hadden hier voor Edward Planckaert, heel sterk in februari, kunnen kiezen. We hadden hier ook voor Benjamin Declercq, heel sterk in augustus, kunnen kiezen. Maar de tiende en laatste keuze ging finaal naar Stan Dewulf (22), de Jongeren IJzeren Briek van 2019. De Stavelenaar, die door een aanrijding vorige winter de seizoensstart van 2020 aan zijn neus zag voorbijgaan, moest zich binnen de chaos van Lotto-Soudal - Dewulf rijdt vanaf januari voor het Franse AG2R-Citroën - tevreden stellen met voornamelijk wedstrijden van de tweede garnituur. Toch liet hij opnieuw meerdere flitsen zien, waarbij vooral de Antwerp Port Epic (tweede), Brabantse Pijl (elfde) en Ronde van Spanje (twee keer in de aanval) opvielen. Komend voorjaar zal Dewulf een belangrijke rol spelen naast kopmannen Naesen en Van Avermaet.