"In de laatste rit heb ik op de steile Mortirolo mijn tempo gereden en Pidcock was de enige die kon volgen. Hij nam daarna over, was ook duidelijk de betere en wou zelf de rit winnen, maar hij wilde me ook helpen om op het podium te staan. Ik kan niet anders dan tevreden zijn. Voor de Giro was de top tien mijn doel en hoopte ik eens voor ritwinst te kunnen meestrijden. Dit is samen met de Ronde van de Toekomst de lastigste rittenkoers voor beloften. Door een toptalent als Pidcock geklopt worden, is geen schande."
...

"In de laatste rit heb ik op de steile Mortirolo mijn tempo gereden en Pidcock was de enige die kon volgen. Hij nam daarna over, was ook duidelijk de betere en wou zelf de rit winnen, maar hij wilde me ook helpen om op het podium te staan. Ik kan niet anders dan tevreden zijn. Voor de Giro was de top tien mijn doel en hoopte ik eens voor ritwinst te kunnen meestrijden. Dit is samen met de Ronde van de Toekomst de lastigste rittenkoers voor beloften. Door een toptalent als Pidcock geklopt worden, is geen schande."Vandenabeele wordt begeleid door Sam Piers, die indertijd ook Bjorg Lambrecht en Laurens De Plus trainde. Met een vermogensmeter werkt hij echter nog niet. "Ik heb er wel eens eentje gekocht, maar die werkte niet. Ik heb ze weer opgestuurd, maar ook daarna werkte hij nog altijd niet. Dus train ik er nog niet mee. Het zal er wel eens van komen. Ik heb dit jaar wel vaker bergop gefietst en ben zelfs voor de eerste keer op hoogtestage getrokken. Naar Livigno, met collega-renners Luca Van Boven en Ben Baele. Als eerstejaarsbelofte had ik al enkele mooie dingen lieten zien in wedstrijden waarin er serieus geklommen moest worden, maar dat deed ik zonder me er echt op voor te bereiden. Ik zag dat anderen dat wel deden en dus wilde ik daar dit jaar ook aan werken. In die zin was corona nog geen slechte zaak. Ik heb tijd gehad om aan enkele zaken te werken. In augustus ging ik ook nog eens naar de Franse Alpen om er me met enkele andere renners op de Baby Giro voor te bereiden."Henri Vandenabeele koerst al heel wat jaren, maar kent een gestage progressie. Net het tegenovergestelde van zijn broer Emill, die bij de aspiranten en nieuwelingen uitstekende resultaten liet optekenen maar daarna wegdeemsterde. "Inderdaad, dat klopt", knikt Henri, die zijn jeugdopleiding bij de Tieltse Renners genoot. "Door Emill weet ik wat er beter gedaan kon worden. Het gaf mij een goed beeld van wat er mij te wachten stond. Dat is goed geweest voor mijn ontwikkeling. Bovendien was ik als nieuweling en junior een klein manneke. Ik kwam toen duidelijk nog te kort tegen renners die al volgroeid waren."In 2018 kende Vandenabeele zijn seizoen van de doorbraak als tweedejaarsjunior. Het was ook het fameuze jaar waarin zijn generatiegenoot Remco Evenepoel de pannen van het dak reed. De Dentergemnaar was er in Innsbrück bij toen Evenepoel zich op indrukwekkende wijze tot wereldkampioen op de weg kroonde. "Dat was fantastisch om mee te maken, met zo'n fenomeen. Het is tof om te zien dat hij nu ook doorbreekt bij de profs. Zelf dacht ik toen natuurlijk nog niet aan een profcarrière. Ook als belofte moet je nog een grote stap kunnen zetten. (glimlacht) Ik denk dat ik die nu wel gezet heb. Ook mijn trainer, Sam Piers, ziet het wel zitten voor de toekomst. Hij zegt dat ik nog progressiemarge heb. Sam is iemand die toekomstgericht werkt. Het is de bedoeling om pas op mijn 28ste top te zijn, niet op mijn 24ste", aldus Vandenabeele, die sport- en cultuurmanagement aan Vives Kortrijk studeert. "Het is een ideale richting om met de koers te combineren. Bovendien neem ik per jaar maar de helft van mijn studiepunten op."