Ja, ook Grace Verbeke werkt momenteel van thuis uit. Als orthopedagoge van opleiding staat ze al enkele jaren voor de klas in de derde graad van het Atlas Atheneum in Gistel. "In de richting voeding en verzorging geef ik opvoedkunde, aangevuld met een aantal uren lichamelijke opvoeding", vertelt de naar Snaaskerke uitgeweken Pittemse. "Ik probeer zo goed mogelijk in contact met mijn leerlingen te blijven. Niet evident natuurlijk. Hopelijk kunnen we begin mei weer naar school. Ik ben redelijk hoopvol. Wij zijn met zo'n 300 leerlingen geen massaschool. Onze klassen zijn niet al te groot. Misschien kunnen we in kleine groepjes heropstarten."
...

Ja, ook Grace Verbeke werkt momenteel van thuis uit. Als orthopedagoge van opleiding staat ze al enkele jaren voor de klas in de derde graad van het Atlas Atheneum in Gistel. "In de richting voeding en verzorging geef ik opvoedkunde, aangevuld met een aantal uren lichamelijke opvoeding", vertelt de naar Snaaskerke uitgeweken Pittemse. "Ik probeer zo goed mogelijk in contact met mijn leerlingen te blijven. Niet evident natuurlijk. Hopelijk kunnen we begin mei weer naar school. Ik ben redelijk hoopvol. Wij zijn met zo'n 300 leerlingen geen massaschool. Onze klassen zijn niet al te groot. Misschien kunnen we in kleine groepjes heropstarten."Zelf heeft Verbeke thuis de handen vol met haar twee eigen kinderen: Sam (5) en Lars (2,5). "Sam is al een kleuter, terwijl Lars net met school gestart was. Mijn man (Stijn Lootens, red.) is zelfstandig schrijnwerker en kan gelukkig blijven werken. Hij is 's ochtends weg en komt 's avonds thuis. Het is voor mij dus een beetje puzzelen om werk en gezin te combineren, maar met de nodige creativiteit lukt dat wel. Of ik sport? Het beachraceseizoen is voorbij, dus zit ik nu in een rustperiode. Sport is voor mij ook geen prioriteit meer, wel pure ontspanning. Maar 's avonds ga ik wel af en toe lopen. Ideaal om het hoofd leeg te maken."Dat Grace Verbeke op haar 16de in de wielersport verzeild raakte, was geen verrassing. "Mijn ouders waren heel sportief en mijn vader nam zelfs deel aan Ironmans. Zelf zwom ik eerst zes jaar in competitie, vervolgens deed ik enkele jaren aan atletiek. Maar ik was niet goed genoeg voor het loopteam en moest op den duur meedoen aan het hamerslingeren en kogelstoten. (glimlacht) Dus ben ik maar gaan fietsen. De eerste keer was met mijn mama, die een jaar eerder op initiatief van mijn vader met de wielertoeristen was beginnen mee te rijden. Niet veel later fietste ik ook mee en vroeg er iemand of ik niet beter zou gaan koersen. Ik dacht dat dit voor een meisje van zestien jaar niet mogelijk was, maar dat bleek dus wel zo te zijn. Ik heb uiteindelijk nog de twee laatste koersen van het seizoen bij de dames nieuwelingen gereden. Mijn eerste volledige seizoen was als juniore."Niet zonder succes, want amper twee jaar na haar debuut werd Verbeke achtste op het WK tijdrijden voor juniores in Zolder. "Dat was voor mij een keerpunt. Toen wist ik dat ik in deze sport iets kon betekenen, alleen heeft mijn hogere studie me nog lange tijd tegengehouden. Ik had in het middelbaar een TSO-richting gevolgd. Het kostte me veel energie om mijn bachelordiploma te halen. Ik wilde ook altijd proberen te slagen in eerste zit, zodat ik in de zomervakantie veel tijd had om te fietsen. September was toen dus altijd mijn beste maand. (glimlacht) Na mijn studie heb ik even voltijds gewerkt, maar dankzij de steun van mijn ouders en ploeg Lotto-Belisol ben ik al vlug naar een halftijdse job kunnen overschakelen."Vanaf 2009 kon Verbeke zelfs voltijds voor haar sport leven. In internationale wedstrijden toonde ze al vlug dat ze meer kon dan de gemiddelde wielrenster. Zo begon de 25-jarige West-Vlaamse op 4 april 2010 aan haar zevende Ronde van Vlaanderen. "Ik was een underdog. Een maand eerder was ik al derde geworden in de Omloop en ik voelde me heel goed. De Ronde was voor mij altijd één van mijn hoofddoelen, al van toen ik in 2004 als clubrenster bij KSV Deerlijk aan de eerste editie deelnam. Maar altijd sloeg er wel iets tegen. Toen ik in 2009 aan de start stond, had ik tegen mezelf gezegd: als ik pech blijf hebben, kom ik nooit meer terug naar de Ronde. Dat jaar liep alles goed en eindigde ik in de top tien. Toen wist ik: hier kom ik terug om nog beter te doen."Verbeke kwam een jaar later terug en deed nog beter. Op de Molenberg, op 40 kilometer van de aankomst, reed ze weg met de Nederlandse Adrie Visser. "Ik wist dat het daar kon gebeuren en wilde de toppers voor zijn. Visser reed voor Team Columbia, toen het sterkste blok. Omdat zij mee vooraan zat, werd er in het peloton niet gereden. Adrie was een goeie tijdrijdster en al vlug bouwden we een mooie voorsprong uit. Op de Muur ben ik er alleen vandoor gegaan. Rijendik stond het daar. Kippenvel. Ik zat in een soort van trance en was enkel op mezelf gericht. Nooit gedacht dat ik zou standhouden. Ja, misschien tot op de Bosberg. Om dan ingehaald te worden en misschien nog een topvijfplaats uit de brand te slepen. Niet dus. Ze kwamen maar niet. Kilometer na kilometer kwam ik dichter bij Meerbeke. Vooral dat stuk na de Bosberg herinner ik me nog heel goed. Geen meter vlak. Slechte weg. Voor geen meter bolt het daar. Maar in de slotkilometers zag ik mijn vriend, mijn trainer Jurgen Dereere en supporters langs de kant van de weg staan. Ze stuwden me vooruit. Het gaf me dat laatste duwtje om door te zetten."Verbeke won de Ronde van Vlaanderen van 2010. Als eerste Belgische ooit. Een decennium later blijft ze de enige landgenote op de erelijst. Plots kende iedereen de 25-jarige West-Vlaamse, die twee jaar ervoor nog als animatrice in een bejaardentehuis werkte. "In 2009 was ik op het WK in Mendrisio in de top tien geëindigd en moest ik al wel eens een interview geven. Maar na die Ronde was het niet te doen. De hele week. Het stopte maar niet. Altijd maar moest ik hetzelfde vertellen. (grijnst) Ik had beter één persconferentie gegeven. Het stomste wat ik toen gedaan heb, is een fotoshoot voor de tandpasta van Oral-B. Dat was echt niets voor mij. Ik had er in de eerste plaats al het gebit niet voor. Als ik er nu aan terugdenk, had ik er mijn energie beter niet in gestopt."Een half jaar later werd Verbeke nog zesde op het WK op de weg in Geelong, maar een bevestiging van haar zege in de Ronde kwam er niet. "Ik heb in 2011 mijn lichaam uitgeput, waardoor ik met het cytomegalovirus kreeg af te rekenen. De winter ervoor had ik een beetje onder druk de overstap naar Topsport Vlaanderen gemaakt. Men wilde dat alle Belgische toppers samen in één ploeg reden, maar ik zag dat niet zitten. Ik had goed getraind en wilde me bewijzen. Slecht deed ik het niet. Ik won nog wedstrijden, maar het gevoel zat niet goed en ik recupereerde niet goed. Toch bleef ik trainen. Daar heb ik mezelf kapotgemaakt. Typisch voor topsporters zeker? Marianne Vos maakte het enkele jaren geleden ook mee. Toen ze vorige week in De Kleedkamer verscheen, herkende ik haar verhaal volledig."Verbeke stond bekend als iemand die veel en hard trainde. "In het begin van mijn carrière fietste ik veel uren, maar was ik niet aan het trainen. Dat veranderde door met Jurgen Dereere samen te werken. (glimlacht) Het was algemeen geweten dat ik graag en veel trainde. Ik herinner me de Tour du Limousin die ik trouwens won en waarin ik elke ochtend al een uur ging trainen in functie van de wedstrijden erna."In oktober 2011 werd Verbeke op training aangereden. "Dat was de druppel die de emmer heeft doen overlopen. Twee jaar lang heb ik geprobeerd om terug te komen, maar eenmaal ik goed aan het trainen was, blokkeerde mijn lichaam weer. Heel frustrerend. Uiteindelijk heeft een dokter uit Gent me zelfs een beugel laten dragen en ben ik toch nog weer in het peloton geraakt. Maar ik was er twee jaar uit geweest. Ik voelde dat het niet meer zoals vroeger was. Bovendien was er een duidelijke kinderwens. De keuze was vlug gemaakt."Verbeke kijkt tevreden terug op haar korte carrière. "Ik ben blij dat ik het gedaan heb. In de koers heb ik leren doorzetten, een kwaliteit die me nu ook in het dagelijks leven van pas komt. Ik geef graag les. Dat ik aan topsport heb gedaan, helpt me daarin. Met het beachracen blijf ik op een redelijk niveau actief. Ooit had ik de droom om na mijn wielercarrière naar de triatlonsport over te stappen en me op het Ironmancircuit te richten. Dat zou ik ook gedaan hebben na de Spelen in Londen, als topsporter bij Defensie. Het is er nooit van gekomen, maar ik heb geen spijt. Veel contact met de wielerwereld heb ik niet meer. Ik heb het wereldje gezien en snak er niet naar om er nog bij te horen. Zelf sporten, daar besteed ik mijn vrije tijd liever aan."Het is op een dinsdag in het begin van maart wanneer we Marianne Vos (32) aan de lijn krijgen. Van een volledige competitiestop door het coronavirus is dan nog geen sprake. "Toen ik de aanvraag voor dit interview doorkreeg, zei ik tegen mezelf: amai, is dat ook al tien jaar geleden? Zo snel gaat de tijd dus. (lacht) Natuurlijk herinner ik me die dag nog heel goed. Grace is heel vroeg in de aanval getrokken. Op de Molenberg al, toen nog de eerste helling van de dag. In de achtervolging op haar hebben we ons mispakt, maar zij hield wel heel mooi stand.""Natuurlijk kwam haar zege er niet zomaar. Ze was geen onbekende voor mij. Geen veelwinnares wel en de Ronde was niet haar meest verwachte zege, maar we hielden wel rekening met haar. Bergop was ze heel sterk. Als we haar ruimte gaven, kon het fout aflopen. Maar ze ging die dag zo vroeg. We dachten dat ze het moeilijk zou krijgen. Niet dus... Toen ze dat accident had en uit het peloton verdween, heb ik een beetje gevolgd hoe het verder met haar is gegaan. Ik weet bijvoorbeeld dat ze gestart is met strandraces en daar nog goed in is ook." Tijdens haar rijkgevulde carrière reed Vos al met drie Belgische wielrensters in dezelfde ploeg: Ludivine Henrion, Liesbet De Vocht en momenteel bij CCC-Liv Valerie Demey. "Het is altijd een mooie aanvulling om een Belgische in je team te hebben. Valerie is positief ingesteld, een harde werkster en staat altijd klaar om anderen bij te staan." Ook de huidige Belgische toprensters kent Vos goed. "Jolien D'hoore droomt nog altijd van de Ronde van Vlaanderen en dat mag ze gerust doen. Voor een sprintster is het niet evident om al die hellingen te overleven, maar bekijk de uitslagen eens: de Ronde wordt door heel veel verschillende type rensters gewonnen. Lotte Kopecky kan ik in één adem met Jolien noemen. Ze is heel rap in de sprint, kan zich bijzonder goed positioneren, overleeft vlot de hellinkjes, kan tijdrijden en is goed op de piste. Ik denk dat we nog veel van haar zullen zien."En kent Vos ook Julie Van De Velde, de beste West-Vlaamse renster en de Belgische hoop voor het loodzware WK in Martigny? "Uiteraard. Kijk, zij is een renster die zich vorig jaar ineens aan het firmament liet zien en bergop echt indruk maakte. Zoiets valt meteen op, hoor. Bij alle toppers. Ze heeft misschien nog niet de grote prijzen gepakt, dus bij het grote publiek heeft ze nog niet de naam die Jolien en Lotte wel al hebben. Maar ze heeft echt gevoel voor koers. Ze is misschien nog jong in de koers, maar ze weet wel hoe het werkt, waar ze goed in is en wat ze moet doen om goed te zijn. Haar fysieke capaciteiten zullen haar nog heel ver brengen", besluit Vos.